<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-14T11:18:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002145-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:741">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:741</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-14T11:17:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:741 Gerechtshof Amsterdam , 02-03-2022 / 23-002145-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:741:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Medeplegen van schuldwitwassen. Bevestiging van het vonnis behalve ten aanzien van de opgelegde taakstraf. Oplegging van een taakstraf voor de duur van 180 uren waarvan 90 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:741:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-002145-20 </para>
    <para>datum uitspraak: 2 maart 2022 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 september 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-733005-19 tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1942, </para>
    <para>adres: [adres 1] .</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van <?linebreak?>16 februari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde taakstraf – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen 2, 6 en 8 vervangt door de hierna te noemen bewijsmiddelen en het hof de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aanvult met het hierna te noemen bewijsmiddel 9.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsmiddelen</title>
    <para />
    <para>2. Een proces-verbaal met nummer PL1300-2017181244-12 van 26 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (doorgenummerde pagina’s <?linebreak?>41-46).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op <?linebreak?>26 augustus 2017 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van <emphasis role="bold">verdachte [medeverdachte 1]</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het geld zat in een toilettas en die tas is niet van mij. De toilettas is van een van mijn vrienden. Zijn naam is [naam] . Zijn achternaam is [naam] of [naam] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Een uittreksel uit de Kamer van Koophandel van [stichting] , gedateerd 5 oktober 2017 (doorgenummerde pagina’s 113-115).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit uittreksel houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Statutaire naam: [stichting]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> 		Bestuurder: [verdachte]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">8. </emphasis>Een proces-verbaal met nummer PL1300-2017181244-37 van 17 december 2019, in de wettelijke <?linebreak?> 	vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s <?linebreak?> 	146-148).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op <?linebreak?>17 december 2019 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van <emphasis role="bold">getuige [medeverdachte 2]</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Spanjaart heeft de leenovereenkomst opgemaakt. Ik heb de leenovereenkomst aan [naam] gegeven. De overdracht van de leenovereenkomst aan [naam] vond plaats op de [adres 2] , in een kantoor. Dit is het kantoor van [BV] BV. [naam] zei dat wij € 1.000,00 zouden krijgen. Spanjaart en ik zouden ieder € 500,00 krijgen, maar wij hebben niets gekregen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">      9. </emphasis>Een proces-verbaal met nummer PL1300-2017181244-35 van 29 november 2018, in de wettelijke <?linebreak?> 	vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s <?linebreak?> 	1-6).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als <emphasis role="bold">mededeling van verbalisant</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 28 september 2017 leverde [naam] een leenovereenkomst aan waaruit bleek dat de </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic"> 		lening was afgesloten tussen [naam] en een bedrijf genaamd [BV] BV, de lening een </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic"> 		looptijd van een half jaar had, de rente € 5.000,00 was en [medeverdachte 2] </emphasis>(het hof begrijpt: <?linebreak?> 		 ) <emphasis role="italic">garant stond voor [naam] .</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg subsidiair bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, waarvan 90 uren, subsidiair 45 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van <?linebreak?>2 jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft verzocht, indien het hof tot een bewezenverklaring komt, een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de verdachte voor de gek is gehouden, hij betrokken is geraakt door de medeverdachte, [medeverdachte 2] , te vertrouwen, dat de verdachte er geen geld voor heeft gekregen en uiteindelijk, ook op de terechtzitting in hoger beroep, de waarheid heeft verteld.   </para>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van schuldwitwassen van een groot geldbedrag van € 55.000,00. Bij het witwassen van opbrengsten van misdrijven gaat het om het verbergen of verhullen van de illegale herkomst van gelden of voorwerpen. Het doel hiervan, ook in deze zaak, is om die opbrengsten aan het zicht van politie en justitie te onttrekken, zodat confiscatie wordt voorkomen. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële - en economische verkeer aan. Met het witwassen van crimineel vermogen – door als directeur/bestuurder van [BV] B.V. in samenwerking met zijn mededaders een leenovereenkomst op te stellen zonder dat er feitelijk geld werd (uit)geleend – heeft de verdachte de onderliggende criminaliteit gefaciliteerd. Het hof rekent dit de verdachte aan. Hier staat tegenover dat de verdachte inmiddels een respectabele leeftijd heeft bereikt en het hof – mede om die reden – de kans op recidive laag inschat en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet opportuun acht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 420quater van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde taakstraf en doet in zoverre opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">180 (honderdtachtig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">90 (negentig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot <emphasis role="bold">90 (negentig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">45 (vijfenveertig) dagen</emphasis> hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. W.F. Groos en mr. H.A.G. Nijman, in tegenwoordigheid van <?linebreak?>mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van <?linebreak?>2 maart 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>=========================================================================</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>