<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:740</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-14T11:11:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002146-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:740">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:740</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-14T11:09:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:740 Gerechtshof Amsterdam , 02-03-2022 / 23-002146-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:740:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Medeplegen van schuldwitwassen. Bevestiging vonnis: oplegging van een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:740:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-002146-20 </para>
    <para>datum uitspraak: 2 maart 2022 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 september 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-733004-19 tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1963, </para>
    <para>adres: [adres 1].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>16 februari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen 2 en 6 vervangt door de hierna te noemen bewijsmiddelen en het hof de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aanvult met het hierna te noemen bewijsmiddel 7.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsmiddelen</title>
    <para />
    <para>2. Een proces-verbaal met nummer PL1300-2017181244-12 van 26 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (doorgenummerde pagina’s <?linebreak?>41-46).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 26 augustus 2017 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van <emphasis role="bold">verdachte [medeverdachte 1]</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het geld zat in een toilettas en die tas is niet van mij. De toilettas is van een van mijn vrienden. Zijn naam is [naam]. Zijn achternaam is [naam] of [naam].</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">6.	</emphasis>Een proces-verbaal met nummer PL1300-2017181244-37 van 17 december 2019, in de wettelijke <?linebreak?> 	vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s <?linebreak?> 	146-148).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op <?linebreak?>17 december 2019 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van <emphasis role="bold">getuige [verdachte] </emphasis>in de zaak van de medeverdachte [medeverdachte 2]:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 2] heeft de leenovereenkomst opgemaakt. Ik heb de leenovereenkomst aan [naam] gegeven. De overdracht van de leenovereenkomst aan [naam] vond plaats op de [adres 2], in een kantoor. Dit is het kantoor van [BV] BV. [naam] zei dat wij € 1.000,00 zouden krijgen. [medeverdachte 2] en ik zouden ieder € 500,00 krijgen, maar wij hebben niets gekregen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7.</emphasis> 	Een proces-verbaal met nummer PL1300-2017181244-35 van 29 november 2018, in de wettelijke <?linebreak?> 	vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s <?linebreak?> 	1-6).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als <emphasis role="bold">mededeling van verbalisant</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 28 september 2017 leverde [naam] een leenovereenkomst aan waaruit bleek dat de </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic"> 		lening was afgesloten tussen [naam] en een bedrijf genaamd [BV] BV, de lening een </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic"> 		looptijd van een half jaar had, de rente € 5.000,00 was en [verdachte] </emphasis>(het hof begrijpt: <?linebreak?> 		) <emphasis role="italic">garant stond voor [naam].</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. W.F. Groos en mr. H.A.G. Nijman, in tegenwoordigheid van <?linebreak?>mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van <?linebreak?>2 maart 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>=========================================================================</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>