<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:735</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-14T10:11:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-004454-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:735">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:735</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-14T10:10:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:735 Gerechtshof Amsterdam , 15-02-2022 / 23-004454-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:735:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Openlijke geweldpleging. Bevestiging vonnis: oplegging van een taakstraf voor de duur van 100 uren waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:735:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-004454-19 </para>
    <para>datum uitspraak: 15 februari 2022 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 25 november 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-208213-19 tegen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999, </para>
    <para>adres: [adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van <?linebreak?>1 februari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen VI en VIII van de politierechter vervangt door de hierna te noemen bewijsmiddelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsmiddelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VI </emphasis>Een proces-verbaal met nummer PL1100-2019112722-45 van 16 juni 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (digitale paginanummers 172-176).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 16 juni 2019 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van <emphasis role="bold">medeverdachte [medeverdachte]</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Toen zag ik dat er een man naar buiten kwam rennen. Toen werd er een steen gegooid naar <?linebreak?> 	de man toe. Toen brak de hel los. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> 	Ik ben van een afstandje blijven kijken. Het was zeven tegen twee. Dat vond ik niet kunnen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> 	V: Met wie was je bij het incident?</para>
      <para> 	A: [naam 1], [naam 2], [naam 3], [naam 4], [verdachte] (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: de verdachte</emphasis>), [naam 5]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VIII </emphasis>Een proces-verbaal met nummer PL1100-2019112735-1 van 17 juni 2019, in de wettelijke vorm <?linebreak?>	opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 3] (digitale paginanummers 224-226).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 15 juni 2019 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van <emphasis role="bold">aangever [aangever 1]</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Toen wij aan de koffie zaten, hoorden wij stemmen voor de woning. Wij hoorden de jongeren in het speeltuintje staan en mijn vader (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: aangever [aangever 2]</emphasis>) en moeder (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: aangever [aangever 3]</emphasis>) zijn naar buiten gelopen om in gesprek te gaan met de jongens. Ik ben voor de woning blijven staan op verzoek van mijn vader. Ik zag mijn vader en moeder in gesprek gaan met de jongens en ik zag de jongeren om mijn vader heen gaan staan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mijn vader is geschopt en geslagen door de jongeren en mijn moeder is meerdere keren op de grond terechtgekomen en heeft daarbij vermoedelijk haar hoofd hard gestoten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D. Radder, mr. A.R.O. Mooy en mr. H.A.G. Nijman, in tegenwoordigheid van <?linebreak?>mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van <?linebreak?>15 februari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>=========================================================================</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>