<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:3888</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-11-30T20:43:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000227-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:3888">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:3888</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-11-30T10:14:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3888 Gerechtshof Amsterdam , 11-01-2022 / 23-000227-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:3888:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming. Afwijzing vordering. De veroordeelde is vrijgesproken van het telen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:3888:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling strafrecht</para>
      <para>parketnummer: 23-000227-20 </para>
      <para>datum uitspraak: 11 januari 2022 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>TEGENSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 27 januari 2020 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer </para>
      <para>15-163249-19 tegen de veroordeelde</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, </para>
      <para>adres: [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 47.497,30.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde is bij vonnis van de politierechter van 27 januari 2020 veroordeeld ter zake van:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod in de periode van 1 januari 2019 tot en met 22 maart 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>diefstal met verbreking in de periode van 1 januari 2019 tot en met 22 maart 2019.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft de politierechter bij ontnemingsvonnis van 27 januari 2020 de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 47.497,30 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld tegen laatstgenoemd vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>28 december 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de veroordeelde en de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de staat van € 41.372,30 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de hoofdzaak is de veroordeelde veroordeeld voor het aanwezig hebben van hennep (artikel 3 onder c van de Opiumwet) en dus vrijgesproken van het – kort gezegd – aan hem tenlastegelegde opzettelijk telen van hennep in de periode van 1 januari 2019 tot en met 22 maart 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de ontnemingsrapportage van 20 juni 2019 van rapporteurs [naam 1] en [naam 2] is de berekening gebaseerd op (de verkoop van de opbrengst van) teelt gedurende de periode van </para>
      <para>25 december 2018 tot 22 maart 2019. De veroordeelde is van het telen in de periode van 1 januari 2019 tot en met 22 maart 2019 expliciet en onherroepelijk vrijgesproken. Uit het bewezenverklaarde ‘aanwezig hebben’ heeft de veroordeelde geen voordeel genoten. Gezien de vrijspraak voor telen kan ook de toepassing van artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht niet leiden tot de toelaatbare conclusie dat de veroordeelde uit ‘soortgelijke feiten’ waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan, voordeel heeft genoten. Daarbij zijn onvoldoende aanwijzingen aanwezig dat de veroordeelde in de week voor de tenlastegelegde periode, die is meegenomen in de ontnemingsrapportage, voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van andere strafbare feiten. De vordering zal worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het hof de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zal afwijzen, behoeven de door de raadsman gevoerde verweren geen bespreking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel tot het in die vordering genoemde bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. S.W.H. Bootsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 januari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mrs. Koolen-Zwijnenburg en Postma zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>=========================================================================</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>