<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:3719</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-11T08:20:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15-130584-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:3719">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:3719</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-11T08:15:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3719 Gerechtshof Amsterdam , 14-12-2022 / 15-130584-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:3719:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>opheffing voorlopige hechtenis artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:3719:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM,  </emphasis>
  </para>
  <para>
    <emphasis role="bold">MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis> in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">	[verdachte],</emphasis>
    </para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,</para>
    <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
    <para>	thans gedetineerd in het Justitieel Complex Zaanstad te Westzaan, </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 21 november 2022, houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>De feiten en de rechtsgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar van 24 november 2022, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beslissing van die rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte, mr. P. Jeeninga.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich <emphasis role="bold underline">niet </emphasis>met de beslissing waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is (met de raadsman en de advocaat-generaal) van oordeel dat een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zich thans voordoet en zal derhalve de voorlopige hechtenis opheffen.</para>
      <para>Het hof is van oordeel dat de voorlopige hechtenis gegrond is op de zaak met parketnummer </para>
      <para>15-130584-22. </para>
      <para>De kennelijk aan de bestreden beslissing van de rechtbank ten grondslag liggende opvatting dat ook andere feiten dan waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen kunnen worden betrokken bij de vraag of een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering zich voordoet is naar het oordeel van het hof onjuist.</para>
      <para>De verdachte is gedagvaard voor de zitting van 22 december aanstaande voor de zaak met parketnummer 15-130584-22 en de zaak met parketnummer 15-102535-21. Op een zitting van de rechtbank (pro forma) zijn deze zaken gevoegd en zullen ter zitting van 22 december aanstaande behandeld worden. </para>
      <para>Nu de verdachte enkel in voorlopige hechtenis zit voor de zaak met parketnummer 15-130584-22 en tot heden er geen aanvullende vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering danwel een bevel gevangenneming voor de andere zaak met parketnummer 15-102535-21 is gedaan, doet zich ten aanzien van parketnummer 15-130584-22 een situatie voor als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.</para>
      <para>Het hof heeft hierbij ook acht geslagen op artikel 72 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>WIJST TOE het beroep tegen de bestreden beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>HEFT OP de voorlopige hechtenis van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven op 14 december 2022 in raadkamer van dit hof door</para>
      <para>mr. M.M.H.P. Houben, voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.W.P. van Heusden en M. Koek, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. B. Berberoglu als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.</para>
      <para>Amsterdam, 14 december 2022,</para>
      <para>de advocaat-generaal</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>