<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:3565</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-14T14:19:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-004539-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:3565">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:3565</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-14T14:17:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3565 Gerechtshof Amsterdam , 13-12-2022 / 23-004539-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:3565:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak artikel 2.20 APV, nu niet blijkt dat de verdachte de weg als slaapplaats heeft gebruikt, maar lag te slapen op een boot op het water.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:3565:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-004539-19 </para>
    <para>datum uitspraak: 13 december 2022 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2019 in de strafzaak onder parketnummer </para>
    <para>96-070741-19 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,</para>
    <para>thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Ter Apel, te Ter Apel.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>29 november 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op of omstreeks 14 januari 2019, te Amsterdam, de weg de Fred. Roeskestraat, als slaapplaats heeft gebruikt en/of op of aan die weg een voertuig, woonwagen, tent of een soortgelijk ander onderkomen als slaapplaats heeft gebruikt en/of daarin heeft overnacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontvankelijkheid van het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep, nu uit het dossier volgt dat de verdachte reeds op 6 november 2019 op de hoogte was van de zaak en nadien niet binnen 14 dagen hoger beroep heeft ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is op 21 oktober 2019 bij verstek veroordeeld. De inleidende dagvaarding is niet in persoon betekend en de betekening van de mededeling uitspraak bevindt zich niet in het dossier. In het dossier bevindt zich wel een door de verdachte (hand)geschreven brief in de Engelse taal van 16 december 2019 waarin staat dat de verdachte op 6 november 2019 van deze zaak heeft gehoord. Het hoger beroep is ingesteld op 17 december 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat op basis van bovengenoemde (niet vertaalde) brief van de verdachte weliswaar vastgesteld kan worden dat de verdachte op 6 november 2019 op de hoogte was van deze zaak, maar uit de brief blijkt niet ondubbelzinnig dat de verdachte op deze datum ook bekend is geworden met de einduitspraak. Nu aldus uit de stukken niet voldoende blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 408 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, is de verdachte ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Op grond van de stukken in het dossier kan niet worden vastgesteld dat de verdachte de weg als slaapplaats heeft gebruikt en/of dat hij op of aan die weg een voertuig, woonwagen, tent of een soortgelijk ander onderkomen als slaapplaats heeft gebruikt. Uit het dossier blijkt immers dat de verdachte lag te slapen op een boot, op het water.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 24 januari 2019 onder CJIB nummer [nummer]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.N. Dalebout, mr. M.L.M. van der Voet en mr. N.E. Kwak, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 december 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>