<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:3350</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-30T16:30:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.313.670/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:3350">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:3350</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-30T16:29:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3350 Gerechtshof Amsterdam , 29-11-2022 / 200.313.670/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:3350:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ondertoezichtstelling; afwijzing verlenging; ouder zonder gezag in hoger beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:3350:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling civiel recht en belastingrecht</para>
      <para>Team III (familie- en jeugdrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.313.670/01 </para>
      <para>zaaknummer rechtbank: C/13/715697 / JE RK 22-231 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de meervoudige kamer, uitgesproken op 17 november 2022 en schriftelijk uitgewerkt op 29 november 2022, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats ] , gemeente [gemeente] ,</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. M.B. Chylinska te Zaandam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Regio Amsterdam,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>verweerder in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de GI.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden zijn aangemerkt: </para>
    </parablock>
    <para>- [de moeder] (hierna: de moeder), advocaat mr. J.J.M. Kleiweg te Amsterdam;</para>
    <para>- de minderjarige [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ). </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn adviserende rol is in de procedure gekend:</para>
      <para>de Raad voor de Kinderbescherming,</para>
      <para>gevestigd te Den Haag, locatie Amsterdam,</para>
      <para>hierna te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 12 mei 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De vader is op 20 juli 2022  in hoger beroep gekomen van de beschikking van 12 mei 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling heeft op 17 november 2022 plaatsgevonden. Verschenen zijn: </para>
        <para>-de advocaat van de vader;</para>
        <para>-de advocaat van de moeder;</para>
        <para>- de raad, vertegenwoordigd door I. Stuifbergen.</para>
        <para>Hoewel behoorlijk opgeroepen is de GI niet verschenen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de (inmiddels verbroken) relatie van de vader en de moeder is geboren:  </para>
        <para>- [minderjarige] , [in] 2015. </para>
        <para>Bij beschikking van de rechtbank van 9 december 2020 is het gezamenlijk gezag van de ouders beëindigd. Sindsdien oefent de moeder alleen het gezag uit over [minderjarige] . De beschikking van 9 december 2020 is door dit hof bekrachtigd bij beschikking van 26 oktober 2021.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Bij beschikking van de rechtbank van 23 februari 2016 is [minderjarige] onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is nadien telkens verlengd, laatstelijk tot 23 mei 2022. Op 29 maart 2022 heeft de GI om verlenging verzocht, welk verzoek heeft geleid tot de bestreden beschikking.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking is het verzoek van de GI, inhoudende de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van twaalf maanden, afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De vader verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, het verzoek van de GI (alsnog) toe te wijzen en te bepalen dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige] conform dat verzoek wordt verlengd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het arrest van de Hoge Raad van 12 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2665 volgt dat de vader, sinds hij niet meer met het gezag is belast, in het kader van de ondertoezichtstelling niet langer kan worden beschouwd als belanghebbende in de zin van artikel 798, lid 1, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het inleidende verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling dat heeft geleid tot de bestreden beschikking is ingediend door de GI. Een en ander leidt tot de conclusie dat de vader niet de bevoegdheid toekomt hoger beroep in te stellen tegen de bestreden beslissing. Hij is daarom in het hoger beroep niet-ontvankelijk.     </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de vader niet-ontvankelijk in het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. J. Kloosterhuis, mr. A.N. van de Beek en mr. M.F.G.H. Beckers, op 17 november 2022 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter in tegenwoordigheid van de griffier en op 29 november 2022 schriftelijk uitwerkt en ondertekend door de voorzitter en de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>