<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:3292</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-22T14:35:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002333-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:3292">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:3292</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-22T14:34:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3292 Gerechtshof Amsterdam , 07-11-2022 / 23-002333-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:3292:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Profijtontneming. Afwijzing van de vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:3292:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<uitspraak.info>
<para />
<parablock>
<para>
Afdeling strafrecht
</para>
<para>
Parketnummer: 23-002333-20
</para>
<para>
Datum uitspraak: 7 november 2022 (ontneming)
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
TEGENSPRAAK
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 oktober 2020 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 13-109525-20 tegen de betrokkene
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[verdachte01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1994,
</para>
<para>
adres: [adres01] ,
</para>
<para>
thans gedetineerd te Justitieel Complex Zaanstad, Smeet 1, 1551 NG Westzaan.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</uitspraak.info>
<section role="procesverloop">
<title>
Procesgang
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 10.000,-.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 oktober 2020 veroordeeld ter zake van onder meer, kort gezegd, het witwassen van € 3.490,- en een Mercedes-Benz.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De rechtbank Amsterdam heeft de betrokkene bij vonnis van 7 oktober 2020 de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 10.000,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 7 november 2022 veroordeeld ter zake van onder meer, kort gezegd, het witwassen van € 3.490,- en een Mercedes-Benz. Het bedrag van
</para>
<para>
€ 3.490 is verbeurd verklaard.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Onderzoek van de zaak
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
</para>
<para>
4 januari 2022 en 24 oktober 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Vonnis waarvan beroep
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
</title>
<para />
<parablock>
<para>
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de verplichting tot betaling die aan de betrokkene wordt opgelegd ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, wordt vastgesteld op nihil.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof heeft de betrokkene, voor zover van belang in de ontnemingsprocedure, bij arrest van
</para>
<para>
7 november 2022 veroordeeld voor het witwassen van een Mercedes-Benz. Uit de in het vonnis en het arrest gebruikte bewijsmiddelen kan worden afgeleid, dat de betrokkene de auto heeft gekocht en in de periode van 21 mei 2020 tot en met 24 mei 2020 op zijn naam heeft gehad. De waarde van deze auto lag tussen de € 10.000,- en € 14.000,-. Deze auto is in beslag genomen en in een (onherroepelijk) vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 augustus 2021, gewezen in de strafzaak tegen de zus van betrokkene, verbeurd verklaard.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Gelet op het voorgaande wijst het hof de vordering af.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
BESLISSING
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Wijst af de vordering strekkende tot oplegging van de verplichting tot betaling aan de staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel tot het in die vordering genoemde bedrag.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.P. den Otter, mr. A.P.M. van Rijn en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
</para>
<para>
7 november 2022.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Mr. A.P.M. van Rijn en mr. A. Dantuma-Hieronymus zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>