<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:3063</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-29T14:56:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.302.950/03</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:3063">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:3063</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-29T14:55:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:3063 Gerechtshof Amsterdam , 01-04-2022 / 200.302.950/03</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:3063:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot wraking. Niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:3063:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 	: 200.302.950/03</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de wrakingskamer van 1 april 2022 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake het op 18 maart 2022 gedane verzoek door</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna: verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de civiele procedure met de zaaknummers 200.302.950/01 en 200.302.950/02 (hierna: de hoofdzaak) heeft verzoeker op 18 maart 2022 ter griffie van het gerechtshof Amsterdam (hierna: het gerechtshof) een verzoek ingediend tot wraking. Het verzoek strekt tot wraking van ‘de rechtbank’, waaruit het hof afleidt: de raadsheren die de hoofdzaak hebben behandeld, namelijk mr. G.W. Brands-Bottema, mr. A.N. van de Beek en mr. J.A. van Keulen (hierna gezamenlijk te noemen: de raadsheren).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten en het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling in de hoofdzaak heeft plaatsgevonden op 7 februari 2022. Verzoeker was daarbij niet aanwezig. Vervolgens hebben de betreffende raadsheren een beschikking gegeven, die op 15 maart 2022 in het openbaar is uitgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens de brief van 17 maart 2022, ingekomen op 18 maart 2022, houdt het verzoek tot wraking, voor zover van belang, het volgende in: in de hoofdzaak is er een partijdige, vooringenomen uitspraak gedaan met verstrekkende gevolgen, waarbij doelbewust doorslaggevende informatie is genegeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het oordeel van de wrakingskamer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) houdt in dat op verzoek </para>
        <para>van een partij, elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, waarbij vermeld dient te worden dat zo’n verzoek op grond van artikel 37 Rv tijdig dient te worden gedaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De wrakingskamer is van oordeel dat het wrakingsverzoek te laat is ingediend: de einduitspraak, in de vorm van de beschikking, was al uitgesproken. Op het moment van het indienen van het wrakingsverzoek was er daarom niet langer sprake van ‘rechters die een zaak behandelen’ in de zin van artikel 36 Rv. Een wrakingsverzoek dat na de einduitspraak wordt gedaan, is tardief.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Omdat het verzoek tot wraking te laat is gedaan, zal de wrakingskamer het verzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling stellen. Aan een inhoudelijke behandeling van het wrakingsverzoek komt de wrakingskamer dan ook niet toe. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Dit leidt tot de volgende beslissing.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 1 april 2022 gegeven door mr. P.F.E. Geerlings, mr. S.M.M. Bordenga en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. P.F.E. Geerlings en mr. A.N. Biersteker zijn buiten staat deze beslissing te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>