<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:280</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-04T07:18:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000333-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:280">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:280</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-04T07:16:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:280 Gerechtshof Amsterdam , 25-01-2022 / 23-000333-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:280:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling opzetheling, telkens diefstal en diefstal met braak. Gevangenisstraf 53 dagen waarvan 50 dagen voorwaardelijk met proeftijd 2 jaar. Vordering BP gedeeltelijk toegewezen. Vordering TUL afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:280:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer(s) eerste aanleg	: 13-058994-18 en 13-060364-19 en 13-136062-20 en 13-205570-20   <?linebreak?>                                                      en 13-003891-18 (TUL)</para>
    <para>parketnummer hoger beroep	: 23-000333-21</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TEGENSPRAAK</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 25 januari 2022 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 januari 2021 in de zaak tegen de verdachte:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>naam:		[verdachte]</para>
    <para>voornamen:	[verdachte]</para>
    <para>geboren:	in 1965 te [geboorteplaats] ([geboorteland])</para>
    <para>adres:		[adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het in de zaak met parketnummer 13-058994-18 subsidiair bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzetheling.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het in de zaak met parketnummer 13-060364-19 onder 1 en in de zaak met parketnummer 13-205570-20 bewezenverklaarde levert <emphasis role="underline">telkens</emphasis> op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het in de zaak met parketnummer 13-136062-20 bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Pleegdatum en -plaats</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">parketnummer 13-058994-18, subsidiair</emphasis>:<?linebreak?>op 17 februari 2018 te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">parketnummer 13-060364-19, feit 1:</emphasis>
        <?linebreak?>op 9 oktober 2018 te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">parketnummer 13-136062-20:</emphasis>
        <?linebreak?>op 21 mei 2020 te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">parketnummer 13-205570-20:</emphasis>
        <?linebreak?>op 11 augustus 2020 te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-060364-19 onder 2 tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en doet in zoverre opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 13-058994-18 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">53 (drieënvijftig) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot <emphasis role="bold">50 (vijftig) dagen</emphasis>, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</emphasis>
      </para>
      <para>Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-136062-20 bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.290,66 (duizend tweehonderdnegentig euro en zesenzestig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-136062-20 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.290,66 (duizend tweehonderdnegentig euro en zesenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 1 (één) dag. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade </para>
    </parablock>
    <para>- voor een bedrag van € 25,00 op 21 mei 2020;</para>
    <para>- voor een bedrag van € 1.265,66 op 25 mei 2020.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Amsterdam van 21 mei 2020, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 maart 2018, parketnummer 13-003891-18, voorwaardelijk opgelegde taakstraf voor de duur van 20 uur, subsidiair 10 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gewezen door mr. J.J.I. de Jong, in bijzijn van mr. R.M. ter Horst, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>									mr. J.J.I. de Jong</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>