<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:2488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T11:08:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.299.114/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2022/170</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:2488">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:2488</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-13T11:25:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:2488 Gerechtshof Amsterdam , 10-08-2022 / 200.299.114/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:2488:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OK; enquêterecht; beëindiging van het bevolen onderzoek en opheffing van de getroffen onmiddellijke voorzieningen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:2488:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="6c8c494c-8862-472c-82b4-868286c76f0c" depth="166" width="250" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>beschikking</para>
      <para>___________________________________________________________________ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.299.114/01 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 10 augustus 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [...] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. T.J. Teggelaar</emphasis>, kantoorhoudende te Nijmegen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">C.O.W. VASTGOED EN MATERIALEN B.V.</emphasis>,</para>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DUIKBEDRIJF C.O.W. B.V.</emphasis>,</para>
      <para>beide gevestigd te Nieuwegein,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTERS</emphasis>,</para>
      <para>advocaten: <emphasis role="bold">mrs. R.J.W. Analbers</emphasis> en <emphasis role="bold">C.M. Tjoa</emphasis>, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n  t e g e n </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">B &amp; L DUIKBEDRIJF B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Den Haag,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDE</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. F.J.H. Krumpelman</emphasis>, kantoorhoudende te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna zullen partijen als volgt worden aangeduid:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verzoekster als [A] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verweersters 1 en 2 als COW B.V. en Duikbedrijf COW en tezamen als COW c.s.;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>belanghebbende als B&amp;L.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 21 en 25 januari 2022, 28 maart 2022 en 25 mei 2022 in deze zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij de beschikkingen van 21 en 25 januari 2022 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van COW c.s. over de periode vanaf 1 januari 2019 tot 4 november 2021 zoals omschreven in rechtsoverweging 3.12 van de beschikking van 21 januari 2022, mr. P.M. Gunning te Arnhem (hierna: Gunning) benoemd om het onderzoek te verrichten en bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure – voor zover nodig in afwijking van de statuten – H.R. Reinigert te Blaricum (hierna: Reinigert) benoemd tot bestuurder van COW c.s. en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is COW c.s. te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder COW c.s. niet vertegenwoordigd kunnen worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij de beschikking van 28 maart 2022 heeft de Ondernemingskamer bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van de procedure, B&amp;L geschorst als bestuurder van COW B.V. en [B] geschorst als bestuurder van Duikbedrijf COW.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Reinigert heeft bij e-mail van 10 augustus 2022 aan de Ondernemingskamer gemeld dat partijen een schikking hebben bereikt, die inmiddels ook is uitgevoerd. Deze komt erop neer dat, onder het elkaar verlenen van finale kwijting, de ene aandeelhouder haar aandelen in COW B.V. aan de andere aandeelhouder heeft overgedragen en als bestuurder van COW c.s. is teruggetreden. Bij de e-mail, waarvan een cc aan de advocaten van [A] en B&amp;L en aan Gunning is gezonden, zijn stukken die ten grondslag liggen aan de regeling gevoegd. In de e-mail van Reinigert staat verder “<emphasis role="italic">Indien op zeer korte termijn een beëindigingsbeschikking kan worden gegeven, wordt dat door partijen en de OK-functionarissen bijzonder op prijs gesteld en aldus wordt de Ondernemingskamer vriendelijk verzocht de procedure en de getroffen voorzieningen zo spoedig mogelijk te beëindigen</emphasis>”.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>De Ondernemingskamer heeft op 10 augustus 2022 tevens per e-mail ontvangen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een bericht van mr. Krumpelman dat B&amp;L en [B] het bericht van Reinigert onderschrijven en dat een spoedige eindbeschikking zeer op prijs wordt gesteld;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bericht van mr. E. Sahhar, kantoorgenoot van mr. Teggelaar, met bevestiging namens [A] dat de onmiddellijke voorzieningen kunnen worden beëindigd en de enquêteprocedure kan worden doorgehaald.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu Reinigert aan de Ondernemingskamer een verzoek heeft gedaan om deze procedure te beëindigen – vanwege het bereiken van een schikking die al is uitgevoerd –, [A] en B&amp;L dit verzoek hebben bevestigd en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen de toewijzing van het verzoek verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen aldus dat zij het bij beschikking van 21 januari 2022 bevolen onderzoek zal beëindigen en de bij de beschikkingen van 21 januari 2022 en 28 maart 2022 getroffen onmiddellijke voorzieningen zal opheffen, een en ander met ingang van heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beëindigt met ingang van heden, het bij beschikking van 21 januari 2022 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van C.O.W. Vastgoed en Materialen B.V. en Duikbedrijf C.O.W. B.V.;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op, met ingang van heden, de bij de beschikkingen van 21 januari 2022 en 28 maart 2022 getroffen onmiddellijke voorzieningen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Wolfs, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. C.C. Meijer, raadsheren, en drs. V.G. Moolenaar, prof. dr. A.J.C.C.M. Loonen, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2022.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>