<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:2220</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T20:40:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.265.859/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=350&amp;g=2013-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 2 350</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2022/108</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2022/187</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:2220">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:2220</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-17T10:09:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:2220 Gerechtshof Amsterdam , 27-07-2022 / 200.265.859/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:2220:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OK; enquêterecht; bepaling van de vergoeding van de onderzoeker</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:2220:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="2280a45b-d8ae-4de3-adc6-991b145627cc" depth="166" width="250" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>beschikking</para>
      <para>___________________________________________________________________ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.265.859/01 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 27 juli 2022 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [....] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. J.E. Stam</emphasis>, kantoorhoudende te Naarden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [....] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. J. van Bekkum</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n  t e g e n </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [C]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [....] , </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDE</emphasis>,</para>
      <para>advocaten: voorheen <emphasis role="bold">mrs. J.P.P. Latour </emphasis>en<emphasis role="bold"> D.A.Q. Willemse</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam, en <emphasis role="bold">mr. J.C.F. Kooijmans</emphasis>, kantoorhoudende te Zwolle, thans <emphasis role="bold">mr. M. Koelemeijer</emphasis>, kantoorhoudende te Utrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In het vervolg zullen partijen, belanghebbenden en andere personen (ook) als volgt worden aangeduid:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verzoekster met [A] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verweerster met Food Group;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>belanghebbende met [C] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [D] met [D] .</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 20 en 23 september 2019, 12 en 13 november 2019, 18 en 24 maart 2020, 29 mei 2020, 6 oktober 2020, 30 november 2020, 30 december 2021, 21 januari 2022 en 2 mei 2022 en naar de beschikking van de raadsheer-commissaris in deze zaak van 10 december 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij de beschikking van 20 september 2019 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Food Group over de periode vanaf 1 januari 2018, een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Food Group.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij de beschikking van 6 oktober 2020 heeft de Ondernemingskamer mr. R.J.W. Analbers te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) aangewezen als onderzoeker en hem verzocht een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te zenden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Bij de beschikking van 30 november 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Bij de beschikking van 30 december 2021 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 40.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Food Group.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Bij de beschikking van 21 januari 2022 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde verslag van het onderzoek aldaar ter inzage ligt voor belanghebbenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>Op 21 maart 2022 zijn drie verzoekschriften houdende – kort gezegd – verzoeken tot het vaststellen van wanbeleid van Food Group ingediend bij de Ondernemingskamer. Deze verzoeken zijn op 30 juni 2022 mondelinge behandeld door de Ondernemingskamer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>Bij e-mail van 14 juni 2022 heeft de onderzoeker een overzicht van de in verband met het onderzoek gemaakte kosten en alle bijbehorende facturen aan de Ondernemingskamer en partijen doen toekomen. Daaruit blijkt dat in totaal een bedrag van € 39.999 exclusief btw vanwege onderzoekswerkzaamheden bij Food Group in rekening zijn gebracht. Uit de e-mail met bijlagen van de onderzoeker blijkt dat hij een deel van de verrichte werkzaamheden niet in rekening heeft gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9</nr>
      <para>De Ondernemingskamer heeft, na daartoe gelegenheid te hebben geboden, uitlatingen op de in 1.8 genoemde onderzoekskosten ontvangen van </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Food Group bij e-mail van mr. Van Bekkum van 16 juni 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [C] en [D] bij e-mail van mr. Koelemeijer van 22 juni 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [A] bij e-mail van mr. Stam van 22 juni 2022.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Food Group heeft geen bezwaar tegen de door de onderzoeker opgegeven onderzoekskosten.  Van de zijde van [C] , [D] en [A] zijn er over deze kosten geen opmerkingen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De onderzoeker heeft, zo overweegt de Ondernemingskamer, de in verband met het onderzoek gemaakte kosten voldoende toegelicht door middel van de in 1.8 genoemde stukken. Daartegen zijn geen bezwaren aangevoerd. Het bedrag aan onderzoekskosten komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen als hierna te vermelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 39.999, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. C. Smits-Nusteling RC en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 27 juli 2022.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>