<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:2066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-15T16:21:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-003272-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:2066">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:2066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-15T16:19:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:2066 Gerechtshof Amsterdam , 14-07-2022 / 23-003272-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:2066:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Jeugd. Artikel 2 Leerplichtwet1969. Als jongere die kwalificatieplichtig is de verplichting tot geregeld volgen van het onderwijs niet nakomen. Toepassing artikel 9a Sr vanwege bijzondere omstandigheden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:2066:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-003272-21 </para>
    <para>datum uitspraak: 14 juli 2022 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 25 november 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-151203-21 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboortedatum], </para>
    <para>adres: [adres 1].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de moeder van de verdachte, zijnde gemachtigde van de verdachte, en haar vader, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks 01 oktober 2020 tot en met 11 mei 2021 te Amsterdam, althans in Nederland als jongere die de leeftijd van 12 jaren had bereikt, terwijl zij als leerling aan een school, te weten MBO College Zuid stond ingeschreven, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, deze school geregeld te bezoeken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder van de verdachte heeft in een brief van 9 juni 2022 verzocht het Openbaar Ministerie in zijn strafvervolging niet-ontvankelijk te verklaren, omdat er in de onderhavige zaak geen redenen van algemeen belang zijn die een vervolging nodig maken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hieromtrent als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 167, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is aan het Openbaar Ministerie de bevoegdheid toegekend zelfstandig te beslissen of naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek vervolging moet plaatsvinden. De beslissing van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde (vgl. HR 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4280). Een uitzonderlijk geval als zojuist bedoeld doet zich onder meer voor wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet terwijl geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. In het geval van een zodanige, aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing is de (verdere) vervolging onverenigbaar met het verbod van willekeur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van een dergelijk uitzonderlijk geval is het hof niet gebleken. Dat de officier van justitie heeft besloten de verdachte te vervolgen op grond van het bepaalde in artikel 2 van de Leerplichtwet 1969 is gelet op de inhoud van het dossier niet onverenigbaar met de beginselen van een goede procesorde. Evenmin kan gesteld worden dat sprake is van een aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing die onverenigbaar is met het verbod van willekeur. Het Openbaar Ministerie is derhalve ontvankelijk in de strafvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 11 mei 2021 te Amsterdam, als jongere die de leeftijd van 12 jaren had bereikt, terwijl zij als leerling aan een school, te weten MBO College Zuid stond ingeschreven, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, deze school geregeld te bezoeken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">als jongere die kwalificatieplichtig is de verplichting tot geregeld volgen van het onderwijs niet nakomen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder van de verdachte heeft in haar brief van 9 juni 2022 en ook ter terechtzitting in hoger beroep de volgende bijzondere omstandigheden naar voren gebracht:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het was coronatijd met diverse lockdowns;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de betreffende opleiding was per begin december 2020 beëindigd en de verdachte had zich aangemeld voor een nieuwe opleiding per februari 2021, maar er bleek een wachtlijst te zijn voor de nieuwe opleiding; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de verdachte en haar ouders zijn niet tijdig geïnformeerd door het ROC-Zuid over het feit dat er een wachtlijst was voor de nieuwe opleiding en de verdachte moest noodgedwongen terug naar de opleiding die voor haar – in ieder geval mentaal - al beëindigd was;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>door corona waren er weinig mogelijkheden om alsnog een andere opleiding te gaan doen of daar overleg over te hebben;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>er is geen IPA-coach traject ingezet, terwijl dat wel was afgesproken en een dergelijke oplossing is te verkiezen boven de strafrechtelijke weg;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>er is sprake van specifieke persoonlijke omstandigheden die gezien het vorenstaande enige clementie rechtvaardigden (adoptie, geen totale onwil om een opleiding te volgen).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft zich beraden over de vraag of de verdachte op grond van deze omstandigheden een beroep op de buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond “afwezigheid van alle schuld” toekomt. Het hof beantwoordt die vraag, evenals de advocaat-generaal, negatief.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft oog voor de bijzondere omstandigheden die de moeder en vader van de verdachte in voornoemde brief en ter terechtzitting in hoger beroep naar voren hebben gebracht. Uit het door de leerplichtambtenaar opgemaakte proces-verbaal blijkt evenwel ook dat de verdachte de voorgestelde hulpverlening in de vorm van een IPA-coach radicaal heeft afgewezen. Ze heeft duidelijk te kennen gegeven hierin absoluut geen zin te hebben en hieraan niet te zullen meewerken. Zij zou zelf wel uitzoeken wat ze zou gaan doen. Voorts was het mogelijk geweest om een tijdelijke vrijstelling van de leerplichtwet te krijgen, mits de verdachte zich ervoor had ingezet om werk te vinden in de tijd die restte tot de start van een nieuwe opleiding. Kennelijk heeft de verdachte zich hiervoor evenmin voldoende ingezet. </para>
      <para>Deze feiten en omstandigheden in ogenschouw nemende, is het hof van oordeel dat de verdachte ook als de geschetste bijzondere omstandigheden in aanmerking worden genomen niet de redelijkerwijs van haar te verwachten inzet heeft getoond om aan de verplichte schoolgang te voldoen. Reeds om deze reden wordt het beroep op afwezigheid van alle schuld verworpen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is derhalve strafbaar, omdat ook overigens geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In verband met de hiervoor genoemde bijzondere omstandigheden waaronder het feit is begaan, acht het hof het met de advocaat-generaal evenwel raadzaam te bepalen dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde <emphasis role="bold underline">geen</emphasis> straf of maatregel wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.P. van Heusden, mr. M.J.A. Duker en mr. N.R.A. Meerbeek, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schouten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van </para>
      <para>14 juli 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>=========================================================================</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [adres 2]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>