<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:1920</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-22T10:04:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.265.859/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:1920">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:1920</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-22T10:02:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:1920 Gerechtshof Amsterdam , 02-05-2022 / 200.265.859/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:1920:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OK; enquêterecht; ontheffing uit de functie van beheerder van aandelen en aanwijzing van een (opvolgend) beheerder van aandelen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:1920:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="9fd94e02-0420-4404-8a5c-c12abb0abdf3" depth="166" width="250" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>beschikking</para>
      <para>___________________________________________________________________ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.265.859/01 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 2 mei 2022 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [....] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. J.E. Stam</emphasis>, kantoorhoudende te Naarden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [....] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. J. van Bekkum</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n  t e g e n </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [C] .</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [....] , </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDE</emphasis>,</para>
      <para>advocaten: voorheen <emphasis role="bold">mrs. J.P.P. Latour </emphasis>en<emphasis role="bold"> D.A.Q. Willemse</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam, en <emphasis role="bold">mr. J.C.F. Kooijmans</emphasis>, kantoorhoudende te Zwolle, thans <emphasis role="bold">mr. M. Koelemeijer</emphasis>, kantoorhoudende te Utrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In het vervolg zullen partijen, belanghebbenden en andere personen (ook) als volgt worden aangeduid:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verzoekster met [A] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verweerster met Food Group;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>belanghebbende met [C] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [D] met [D] .</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 20 en 23 september 2019, 12 en 13 november 2019, 18 en 24 maart 2020, 29 mei 2020, 6 oktober 2020, 30 november 2020, 30 december 2021 en 21 januari 2022 en naar de beschikking van de raadsheer-commissaris in deze zaak van 10 december 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij de beschikkingen van 20 september 2019 en 13 november 2019 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Food Group over de periode vanaf 1 januari 2018 en bij wijze van onmiddellijke voorziening bepaald vooralsnog voor de duur van het geding dat de gewone aandelen in Food Group – met uitzondering van één gewoon aandeel van ieder van de aandeelhouders – ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. J.G. Molenaar te Utrecht (hierna: Molenaar).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij de beschikking van 21 januari 2022 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde verslag van het in 1.2 bedoelde onderzoek aldaar ter inzage ligt voor belanghebbenden. Op 21 maart 2022 zijn drie verzoekschriften houdende – kort gezegd – verzoeken tot het vaststellen van wanbeleid van Food Group ingediend bij de Ondernemingskamer. De mondelinge behandeling door de Ondernemingskamer van die verzoeken staat thans gepland voor 30 juni 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Bij e-mail van 10 april 2022 heeft Molenaar de Ondernemingskamer verzocht hem te ontheffen uit zijn functie als beheerder van aandelen in Food Group. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>De Ondernemingskamer heeft, na daartoe gelegenheid te hebben geboden, uitlatingen op het ontheffingsverzoek ontvangen van </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Food Group bij e-mail van mr. Van Bekkum van 11 april 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [C] en [D] bij e-mail van mr. Koelemeijer van 19 april 2022;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [A] bij e-mail van mr. Stam van 19 april 2022.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het enkele verzoek van de Molenaar daartoe is voldoende om over te gaan tot ontheffing van hem uit de functie van beheerder van aandelen in Food Group. [C] en [D] hebben de Ondernemingskamer verzocht niet eerder tot ontheffing en vervanging van Molenaar over te gaan dan nadat is beslist op de in 1.3 genoemde tweedefaseverzoeken, nu het voortduren van het aandelenbeheer deel zal uitmaken van het debat in die procedure en daarop niet thans vooruit behoort te worden gelopen. De Ondernemingskamer overweegt dat een beslissing op deze tweedefaseverzoeken niet hoeft te worden afgewacht alvorens tot ontheffing en vervanging van Molenaar over te gaan; een wijziging in de persoon van de beheerder van de aandelen staat niet in de weg aan de beoordeling van de vraag of het belang van Food Group vergt dat het beheer van de aandelen al dan niet wordt voortgezet. Food Group en [A] hebben zich neergelegd bij het ontheffingsverzoek van Molenaar en hebben de Ondernemingskamer verzocht (snel) een opvolgend beheerder aan te wijzen. De Ondernemingskamer zal Molenaar ontheffen uit de functie van beheerder van aandelen in Food Group en de hierna aan te wijzen persoon aanwijzen als opvolgend beheerder van aandelen in Food Group, een en ander zoals bedoeld in de beschikking van 20 september 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontheft mr. J.G. Molenaar te Utrecht uit de functie van beheerder van aandelen zoals bedoeld in de beschikking van 20 september 2019;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst mr. T.S. Jansen te Amsterdam aan tot (opvolgend) beheerder van aandelen zoals bedoeld in de beschikking van 20 september 2019;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. C. Smits-Nusteling RC en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2022.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>