<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:1105</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-13T09:31:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K19/230342</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:1105">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:1105</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-13T09:31:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:1105 Gerechtshof Amsterdam , 12-04-2022 / K19/230342</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:1105:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toewijzing beklag ex artikel 12 Sv ter zake van o.a. smaad/laster. Vervolging opportuun omdat het, indien bewezen, gaat om het opzetten van een voor klagers zeer schadelijke lastercampagne.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:1105:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling strafrecht</para>
      <para>beklagkamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer K19/230342</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het beklag van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager]
        </emphasis>,</para>
      <para>klager,</para>
      <para>woonplaats kiezende op het kantooradres van zijn gemachtigde: mr. D.V.A. Brouwer, advocaat te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klaagster 1] B.V</emphasis>., gevestigd te [vestigingsplaats 1] , <emphasis role="bold">[klaagster 2] B.V</emphasis>., gevestigd te [vestigingsplaats 2] en <emphasis role="bold">[klaagster 3]</emphasis>, gevestigd te [vestigingsplaats 3] ,</para>
      <para>klaagsters,</para>
      <para>woonplaats kiezende op het kantooradres van hun gemachtigde: mr. O. Pluimer, advocaat te Amsterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het beklag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het verloop van de procedure en het verhandelde in raadkamer verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van 27 juli 2021. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft naast de in de tussenbeschikking genoemde stukken kennisgenomen van:</para>
      <para>- de op 22 februari 2022 per e-mail bij het gerechtshof binnengekomen brief met bijlagen van de advocaat van klager [klager] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft beklaagde in de gelegenheid gesteld op 7 oktober 2021 te worden gehoord. Namens beklaagde is mr. R.A. Bruinsma, advocaat te Amsterdam, in raadkamer verschenen. Hij heeft het hof verzocht de zaak aan te houden. Het hof heeft hierop beslist de behandeling in raadkamer aan te houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamerbehandeling is voortgezet op 24 februari 2022. Beklaagde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. Namens hem is zijn advocaat: mr. R.A. Bruinsma, advocaat te Amsterdam, verschenen. Hij heeft het hof verzocht de klacht af te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal is bij de behandelingen in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze geen aanleiding gevonden de conclusie in het verslag te herzien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het beklag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klagers hebben aangifte gedaan van valsheid in geschrift, smaad, smaadschrift, laster, belaging, afpersing en deelname aan een criminele organisatie, (onder andere) gepleegd door beklaagde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de weergave van de feitelijke uitgangspunten die van belang zijn voor de beoordeling verwijst het hof naar de inhoud van het ambtsbericht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – tot een veroordeling voor enig strafbaar feit kan komen. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De overwegingen van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de stukken volgt dat beklaagde op verschillende momenten heeft bekend dat hij een lastercampagne tegen klagers heeft opgezet. Op basis van (onder meer) deze bekentenissen zou de strafrechter tot een bewezenverklaring kunnen komen. Het is bij uitstek de strafrechter die de afweging kan maken of het voorhanden bewijsmateriaal daarvoor voldoende is en zo ja welke bestraffing daarbij past.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien bewezen, gaat het om het opzetten van een voor klagers zeer schadelijke lastercampagne. Daarmee is er voldoende algemeen belang bij strafvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal daarom als volgt beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof beveelt de officier van justitie om <emphasis role="bold">[beklaagde]</emphasis> te vervolgen ter zake van de feiten waarop het beklag betrekking heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op </para>
      <para>12 april 2022 door mrs. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, P.C. Römer en P.F.E. Geerlings, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. J. Mens, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>