<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2022:104</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T06:04:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.304.815/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2022/147</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2022/17.23.26</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2022012011</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2022-0302</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:104">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2022:104</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-20T09:05:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2022:104 Gerechtshof Amsterdam , 19-01-2022 / 200.304.815/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2022:104:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsbeslissing. Wrakingsverzoek tegen voorzitter en de collega's, kennelijk bedoeld alle rechters die in Nederland in bestuursrecht werken. Wrakingskamer stelt het verzoek buiten behandeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2022:104:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer			: <emphasis role="bold">200.304.815/01</emphasis></para>
      <para>zaaknummer hoofdzaak	: <emphasis role="bold">BK 21/371</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de wrakingskamer van 19 januari 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake het op <emphasis role="bold">5 januari 2022 </emphasis>ingediende wrakingsverzoek van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[verzoeker], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats], </para>
      <para>	hierna te noemen: verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Op 6 januari 2022 stond een zitting gepland bij de enkelvoudige belastingkamer van het gerechtshof Amsterdam inzake het hoger beroep van verzoeker tegen een uitspraak van 14 april 2021 van de enkelvoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, afdeling bestuursrecht. Deze procedure heeft betrekking op een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een bestuurlijke boete.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <parablock>
        <para>De verzoeker heeft op 5 januari 2022 een wrakingsverzoek “tegen rechter mr. F.J.P.M. Haas, tevens tegen de collega’s” ingediend. Blijkens het wrakingsverzoek is de grond van het verzoek – in de kern – dat geen van de rechters in het bestuursrecht onpartijdig is. Ter onderbouwing heeft verzoeker het volgende aangevoerd: </para>
        <para>“De aanleiding hiervan is een meaculpa publiekelijk gemeld van de gehele rechtelijke macht dat men altijd ten gunste oordeelde van de Staat CQ Overheid verklaard heeft.</para>
        <para>Aan gezien de Rechtelijke Macht zichzelf na de meaculpa nog niet heeft gezuiverd en ook niet heeft aangegeven dit te gaan doen is er op dit geen rechter die onpartijdig een rechtszaak kan leiden en derhalve kunnen er dus geen rechtszaken plaatsvinden tussen burgers en overheid omdat de onpartijdigheid van de rechtelijke Macht ter discussie staat.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Mr. F.J.P.M. Haas heeft bij e-mail van 5 januari 2022 bericht niet in het wrakingsverzoek te berusten. Bij e-mail van 6 januari 2022 heeft hij een schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek gegeven. Deze reactie is aan verzoeker toegezonden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op de behandeling van het hoger beroep in belastingzaken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Naar vaste rechtspraak dient bij de beoordeling van een wrakingsverzoek voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees gerechtvaardigd is. Bij de beantwoording van de vraag of in een bepaald geval een gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de rechter bestaat, is het standpunt van de klagende partij belangrijk, maar niet doorslaggevend. Beslissend is of de twijfel van de klagende partij aan de onpartijdigheid van de rechter, door objectieve factoren wordt gerechtvaardigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer kan een verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting buiten behandeling stellen of niet-ontvankelijk verklaren afdoen (onder meer) indien het verzoek niet is gemotiveerd of indien het verzoek geen betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste raadsheer of is gericht tegen het gehele gerecht (art. 4, tweede lid wrakingsprotocol gerechtshof Amsterdam) </para>
        <para>Naar het oordeel van de wrakingskamer doet dit geval zich hier voor. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het wrakingsverzoek berust onder meer op de stelling dat de rechters in het bestuursrecht (het hof begrijpt: alle rechters die in Nederland werkzaam zijn in het bestuursrecht) niet onpartijdig zijn. Voor zover het wrakingsverzoek zich richt tegen ‘de collega’s’, en dus tegen leden van het hof die niet zijn belast met de behandeling van de zaak met zaaknummer BK 21/371, geldt dat de wet niet voorziet in een door een partij gedaan verzoek om wraking van een rechter die geen bemoeienis heeft met de behandeling van de zaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Daarnaast is het wrakingsverzoek gericht op de behandelend raadsheer, mr. Haas.</para>
        <para>Een wrakingsverzoek moet gelegen zijn in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op (de persoon van) de rechter(s) van wie wraking is verzocht, en worden gemotiveerd met concrete, op de betrokken rechter(s) toegespitste argumenten. Daarvan is in het wrakingsverzoek, voor zover gericht tegen mr. Haas, geen sprake. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Om de hiervoor vermelde redenen kan het verzoek niet worden beschouwd als een verzoek als bedoeld in artikel 8:15 Awb. De wrakingskamer zal het verzoek derhalve buiten behandeling laten.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. E.A.G. van der Ouderaa, A.N. van de Beek en <?linebreak?>A.M. van Amsterdam, in tegenwoordigheid van mr. A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 januari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>