<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2021:668</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-16T12:28:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.241.442/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:668">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:668</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-16T12:26:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:668 Gerechtshof Amsterdam , 09-03-2021 / 200.241.442/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2021:668:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overeenkomst tot realisatie parkeerplekken tussen restauranthouder en gemeente. Gemeente diende haar betwisting van de stelling dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting tot aanleg van extra parkeerplekken zoals opgenomen in deze overeenkomst voldoende toe te lichten, omdat zij over de relevante informatie beschikt. Uit de door gemeente overgelegde informatie blijkt niet dat zij aan deze verplichting heeft voldaan.</para>
      <para />
      <para>en onder vermelding dat dit eindarrest het vervolg is op ECLI:NL:GHAMS:2020:1381 (tussenarrest)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2021:668:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer:					200.241.442/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer rechtbank Noord-Holland:	5771364 \ CV EXPL 17-1938</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 maart 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante sub 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant sub 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>beiden wonend te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellanten,</para>
      <para>advocaat: mr. W.J.T. Ursem te Alkmaar,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEMEENTE SCHAGEN</emphasis>,</para>
      <para>zetelend te Schagen,</para>
      <para>geïntimeerde, </para>
      <para>advocaat: mr. R. Muurlink te Alkmaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [appellante sub 1] , [appellant sub 2] en de gemeente genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft op 19 mei 2020 in deze zaak een tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt verwezen naar dit arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemeente heeft vervolgens een akte genomen en [appellante sub 1] en [appellant sub 2] hebben een antwoordakte genomen. Beide partijen hebben daarbij producties in de procedure gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hierna is opnieuw arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Samengevat komt het tussenarrest hierop neer dat de gemeente zich met artikel 2 van de overeenkomst heeft verplicht tot het zorgen voor een toename van het aantal parkeerplaatsen met 10,187 tussen 23 mei 2005 en 23 mei 2015 in het gebied dat in dit artikel is genoemd. Partijen twisten over de vraag of de gemeente aan deze verplichting heeft voldaan. Volgens [appellante sub 1] en [appellant sub 2] is dat niet het geval en is de gemeente tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, maar de gemeente heeft dat weersproken. Omdat de gemeente over de relevante informatie beschikt, dient zij deze betwisting voldoende toe te lichten. Van belang is niet alleen dat het aantal parkeerplaatsen is toegenomen, maar ook dat dat is gebeurd om aan de specifieke verplichting jegens [appellante sub 1] en [appellant sub 2] te voldoen en niet vanuit andere beweegredenen, bijvoorbeeld om te voldoen aan andere, soortgelijke, overeenkomsten met derden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De gemeente heeft de gelegenheid gekregen bij akte nadere informatie te verstrekken en heeft dit ook gedaan. [appellante sub 1] en [appellant sub 2] menen dat ook uit deze aanvullende informatie niet volgt dat de gemeente aan haar overeengekomen verplichting heeft voldaan. Hierna wordt uiteengezet waarom ook het hof dit oordeel is toegedaan. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De gemeente heeft aangevoerd dat tussen 23 mei 2005 en 23 mei 2015 zeventig extra parkeerplaatsen zijn aangelegd op haar parkeerterrein aan de [naam straat] in het in de overeenkomst bedoelde gebied. Zij heeft stukken in de procedure ingebracht waaruit dit zou blijken. In dit gebied zijn verder ook nog 67 andere extra parkeerplaatsen aangelegd die ook meetellen, aldus de gemeente. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het hof merkt op dat de gemeente in een eerder stadium van dit geding de indruk heeft gewekt dat zij bedoelde te zeggen dat zij door de realisering van parkeerplaatsen op het parkeerterrein aan de [naam straat] aan haar verplichting jegens [appellante sub 1] en [appellant sub 2] heeft voldaan, omdat dit volgt uit het door haar in de procedure bij de kantonrechter overgelegde overzicht van stortingen aan en onttrekkingen uit het Parkeerfonds (producties 9 en 10). De gemeente bevestigt dit overigens met de bij haar akte overgelegde brief van het college van burgemeester en wethouders van 27 juli 2015 aan [appellante sub 1] en [appellant sub 2] . Hoe dan ook is onduidelijk gebleven of het saldo van parkeerplaatsen in het overeengekomen gebied tussen 23 mei 2005 en 23 mei 2015 ook met 70 (+ 67) is toegenomen. De gemeente geeft geen inzicht in het totaal aantal parkeerplaatsen aan het begin en het eind van deze periode. Er zijn mogelijk ook parkeerplaatsen elders in de publieke ruimte in dit gebied verdwenen die zijn gecompenseerd met de realisering van vervangende parkeerplaatsen op het parkeerterrein aan de [naam straat] . Onduidelijk is dus gebleven in hoeverre daadwerkelijk van ‘extra’ parkeerplaatsen kan worden gesproken. Evenmin is onderbouwd dat aan de [naam straat] (of elders) parkeerplaatsen zijn aangelegd die specifiek bedoeld waren om aan de overeenkomst te voldoen. Het overgelegde collegebesluit van 10 september 2013 en het daaraan ten grondslag liggende collegevoorstel van 2 september 2013 bevatten geen informatie over de aanleg van parkeerplaatsen ter voldoening aan artikel 2 van de overeenkomst. Ook los daarvan heeft het collegebesluit uitsluitend betrekking op het vaststellen van het ontwerp van het parkeerterrein en de start van de aanleg. Dat dit parkeerterrein (mede) ten doel had te voorzien in de parkeerbehoefte die was ontstaan door initiatieven zoals dat van [appellante sub 1] en [appellant sub 2] , staat niet vermeld bij de toelichting van het gekozen ontwerp, nog daargelaten dat niet is toegelicht hoe de extra parkeerplekken gerelateerd waren aan de verschillende initiatiefnemers, die een soortgelijke overeenkomst met de gemeente hadden gesloten. Blijkens het overzicht van stortingen aan en onttrekkingen uit het Parkeerfonds verkeerden immers kennelijk meerdere initiatiefnemers in dezelfde positie als [appellante sub 1] en [appellant sub 2] . Nu de gemeente ten slotte in haar akte betoogt dat uit haar administratieve afhandeling, waarin slechts de [naam straat] wordt genoemd in verband met [appellante sub 1] en [appellant sub 2] , niet mag worden geconcludeerd dat ook slechts de aan de [naam straat] aangelegde parkeerplaatsen meetellen voor de beoordeling of de gemeente aan haar verplichting jegens [appellante sub 1] en [appellant sub 2] heeft voldaan, wringt dit des te meer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Al met al heeft de gemeente dus onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij is tekortgeschoten in haar verplichting tot de aanleg van extra parkeerplaatsen zoals opgenomen in artikel 2 van de overeenkomst. Dit betekent dat ook de tweede grief slaagt. Uit artikel 2 van de overeenkomst volgt verder dat [appellante sub 1] en [appellant sub 2] hierdoor zijn gerechtigd het door hen voor de parkeerplaatsen betaalde bedrag met wettelijke rente terug te vorderen. Het hof zal de vordering van de gemeente daarom alsnog afwijzen en de vordering van [appellante sub 1] en [appellant sub 2] , die bij deze stand van zaken niet ter discussie staat, alsnog toewijzen, met dien verstande dat verschuldigdheid van wettelijke <emphasis role="italic">handels</emphasis>rente in artikel 2 geen grondslag vindt. De gemeente zal voorts worden veroordeeld in de kosten van de procedure in conventie en de procedure in reconventie van de eerste aanleg en in de kosten van de procedure in hoger beroep, omdat zij in het ongelijk is gesteld. De gemeente heeft geen concrete feiten te bewijzen aangeboden die, indien bewezen, tot een andere beslissing zouden kunnen leiden. Haar bewijsaanbod wordt om die reden van de hand gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>
      <?linebreak?>3.	De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis waarvan beroep</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en opnieuw rechtdoende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de gemeente om aan [appellante sub 1] en [appellant sub 2] te betalen het bedrag van € 35.799,21, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de termijnen waaruit dit bedrag is opgebouwd vanaf de data waarop deze termijnen door [appellante sub 1] en [appellant sub 2] aan de gemeente zijn betaald tot de dag waarop het totaal door de gemeente is (terug)betaald; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding in beide instanties, in eerste aanleg aan de zijde van [appellante sub 1] en [appellant sub 2] begroot voor salaris op € 750,00 in conventie en € 375,00 in reconventie en in hoger beroep tot op heden op € 416,01 aan verschotten en € 5.077,50 voor salaris;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, E.K. Veldhuijzen van Zanten en E.A. Minderhoud en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>