<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2021:3961</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-22T10:07:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.284.767/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2022/10</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2022/15</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:3961">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:3961</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-04-12T15:29:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:3961 Gerechtshof Amsterdam , 03-12-2021 / 200.284.767/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2021:3961:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>aanwijzing onderzoeker</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2021:3961:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="2b23ee0a-0cec-404b-9ade-e6ca8f7b042b" depth="196" width="250" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>beschikking</para>
      <para>___________________________________________________________________ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.284.767/01 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 3 december 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ERFBOOM BEHEER B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Eindhoven, </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. C.R. Huiskes, </emphasis>kantoorhoudende te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ERFBOOM BEHEER B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Eindhoven, </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTER</emphasis>,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n   t e g e n </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. de naamloze vennootschap naar Belgisch recht, </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	EBM BEHEER NV.</emphasis>,</para>
      <para>	gevestigd te Arendonk, België,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDE</emphasis>,	</para>
      <para>	advocaten: <emphasis role="bold">mr. W.A.A.J. Fick-Nolet </emphasis>en<emphasis role="bold"> mr. S.M.M. van Dooren</emphasis>, beiden kantoorhoudende te ’s-Hertogenbosch, </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">2 [A] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>	wonende te [....] , </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDE</emphasis>,	</para>
      <para>	advocaat: <emphasis role="bold">mr. E.H.W van Nijnatten</emphasis>, kantoorhoudende te Eindhoven, </para>
    </parablock>
    <para>3. 	<emphasis role="bold">[B]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>	wonende te [....] , </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDE</emphasis>,	</para>
      <para>	advocaat: <emphasis role="bold">mr. S.E. Johansen</emphasis>, kantoorhoudende te Nuenen, </para>
    </parablock>
    <para>4. 	<emphasis role="bold">[C]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>	wonende te [....] , </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDE</emphasis>,	</para>
      <para>	verschenen in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 26 januari en 27 januari 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij de beschikking van 26 januari 2021 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang –  een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Erfboom Beheer B.V. (verder: Erfboom) over de periode vanaf 1 januari 2019, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek mag kosten aangehouden. Tevens heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegde bestuurder van Erfboom, met doorslaggevende stem, zonder wie Erfboom niet vertegenwoordigd kan worden en een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot beheerder van alle door EBM Beheer N.V. (verder: EBM Beheer) gehouden aandelen in het geplaatste kapitaal van Erfboom, minus één aandeel.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij de beschikking van 27 januari 2021 heeft de Ondernemingskamer mr. J.A. van der Have (verder: Van der Have) als bestuurder en mr. P.J. Colijn (verder: Colijn) als beheerder van aandelen aangewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Op 25 november 2021  heeft de Ondernemingskamer een e-mail ontvangen van mr. M.W.E. Evers, advocaat te Amsterdam, waarin hij namens Erfboom onder verantwoordelijkheid van Van der Have, verzoekt om een onderzoeker aan te wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Bij e-mail van 29 november 2021 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen en Colijn in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek bedoeld onder 1.4.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Bij e-mail van 29 november 2021 heeft Colijn aan de Ondernemingskamer geschreven dat hij het verzoek bedoeld onder 1.4 onderschrijft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>Bij e-mail van 30 november 2021 heeft mr. Huiskes namens [C] aan de Ondernemingskamer bericht dat hij geen bezwaar heeft tegen het verzoek bedoeld onder 1.4 en zich refereert aan het oordeel van de Ondernemingskamer. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>Bij e-mail van 30 november 2021 heeft mr. Van Nijnatten namens [A] aan de Ondernemingskamer bericht dat zij geen bezwaar heeft tegen het verzoek bedoeld onder 1.4 en zich refereert aan het oordeel van de Ondernemingskamer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9</nr>
      <para>Bij e-mail van 30 november 2021 heeft mr. Johansen namens [B] aan de Ondernemingskamer verzocht de beslissing tot het aanwijzen van een onderzoeker (nog) aan te houden in afwachting van de uitkomst van het overleg over een minnelijke regeling. Subsidiair heeft [B] verzocht de beslissing om een onderzoeker aan te wijzen “<emphasis role="italic">te beschouwen tezamen met het heden aan de Ondernemingskamer door EBM en cliënt </emphasis>[ [B] ] <emphasis role="italic">gezamenlijk toe te zenden/gezonden verzoekschrift. Het betreft een verzoek tot uitbreiding van de bevolen enquête in onderhavige zaak althans het gelasten van een enquête tevens houdende verzoek tot het treffen van aanvullende onmiddellijke voorzieningen en een aanbod tot het bij wijze van prorogatie toepassen van de geschillenregeling ex artikel 2:337 lid 2 BW.</emphasis>”</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.10</nr>
      <para>Bij e-mail van 30 november 2021 heeft mr. Fick-Nolet, mede namens mr. Johansen, een verzoek van EBM Beheer en [B] tot uitbreiding van de bevolen enquête althans tot het instellen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken bij Erfboom, een verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen en een aanbod tot het bij wijze van prorogatie toepassen van de geschillenregeling bij de Ondernemingskamer ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.11</nr>
      <para>Bij e-mail van 1 december 2021 heeft mr. Evers aan de Ondernemingskamer onder meer geschreven dat er geen grond bestaat het verzoek bedoeld onder 1.4 “<emphasis role="italic">in verband te brengen met het door EBM Beheer N.V. en [B] gisteren gedane nieuwe enquêteverzoek</emphasis> (…)<emphasis role="italic"> en verzoek tot het treffen van aanvullende onmiddellijke voorzieningen ter zake waarvan de behandeling nog moet plaatsvinden. Daartegen maakt Erfboom dan ook bezwaar.” </emphasis></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De Ondernemingskamer overweegt als volgt. Bij de beschikking van 26 januari 2021 is het verzoek van Erfboom tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Erfboom toegewezen, met benoeming van een nader aan te wijzen persoon teneinde het onderzoek te verrichten. De aanwijzing van een onderzoeker is daarbij vooralsnog aangehouden, waarbij is bepaald dat ieder der partijen of de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder en beheerder van aandelen op elk moment de Ondernemingskamer kan verzoeken een onderzoeker aan te wijzen (zie r.o. 3.13). Op 25 november 2021 heeft mr. Evers namens Erfboom onder verantwoordelijkheid van Van der Have, een dergelijk verzoek gedaan en de Ondernemingskamer laten weten dat Van der Have het in het belang van Erfboom acht dat de enquêteprocdure wordt vervolgd. De Ondernemingskamer zal daarom thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als onderzoeker, een en ander zoals bedoeld in de beschikking in deze zaak van 26 januari 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het verzoek bedoeld onder 1.10 staat hier los van. Partijen krijgen nader bericht over de behandeling van dit verzoek. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst aan als onderzoeker zoals bedoeld in de beschikking van 26 januari 2021 in deze zaak: </para>
      <para>mr. drs. W.J.M. van Andel te Utrecht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.M. Tillema, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en drs. V.G. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>