<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2021:3810</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T15:32:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000383-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:3810">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:3810</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-06T15:31:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:3810 Gerechtshof Amsterdam , 03-12-2021 / 23-000383-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2021:3810:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte wordt veroordeeld voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, eenvoudige belediging van twee ambtenaren en bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat. Pers. omst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2021:3810:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-000383-20 </para>
    <para>datum uitspraak: 3 december 2021 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2020 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-000359-20 (<emphasis role="italic">zaak A</emphasis>) en 13-007859-20 (<emphasis role="italic">zaak B</emphasis>) tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985, </para>
    <para>adres: [adres] ,</para>
    <para>thans uit anderen hoofde gedetineerd in PI Vught - Nieuw Vosseveld 2 LAA te Vught.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>19 november 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek </para>
      <para>van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlasteleggingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zaak A</emphasis> (parketnummer 13-000359-20):</para>
    </parablock>
    <para>1.<?linebreak?>hij op of omstreeks 1 januari 2020 te Amsterdam, verbalisanten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] dreigend de woorden toe te voegen: Ik koop zo een pistool en ik schiet jullie allemaal dood, dat maakt mij niets uit. Ik schiet jullie allemaal neer! Ik schiet ook je vrouw en kinderen dood!, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;</para>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>hij op of omstreeks 1 januari 2020 te Amsterdam, opzettelijk een ambtenaar/meerdere ambtenaren, te weten verbalisanten [verbalisant 1] en /of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar/hun de woorden toe te voegen: </para>
    <para>- Je kankermoeder, je bent een vuile kankerracist! Wat kom jij doen kankerhoer?!, en/of</para>
    <para>- Ik neuk je moeder en ik neuk je vader! Vuile kankerhoer!, en/of </para>
    <para>- Je kankermoeder! Je bent een kankerracist!, en/of </para>
    <para>- Ik neuk je moeder en ik neuk je vader! Vuile kankerhoer!, </para>
    <parablock>
      <para>althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zaak B</emphasis> (parketnummer 13-007859-20):</para>
    </parablock>
    <para>1.<?linebreak?>hij op of omstreeks 8 januari 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [bedrijf 1] en/of een of meer medewerker(s), heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstond, en/of door die/dat [bedrijf 1] en/of een of meer medewerker(s) dreigend de woorden toe te voegen: "ik pak mijn auto en rij het door de voorgevel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Bewijsmotivering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft in zaak B bepleit dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen. De verklaringen van de receptionistes [getuige 1] en [getuige 2] verschillen wezenlijk van elkaar. Niet kan worden vastgesteld wat de verdachte daadwerkelijk heeft gezegd. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de geuite bewoordingen geen bedreiging opleveren nu de vermeende bedreiging tegen goederen, te weten [bedrijf 1] , is gericht. Meer subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat er van een redelijke vrees niet kan worden gesproken nu de verdachte niet bekend was met een eerdere aanslag op het kantoorgebouw van [bedrijf 2] . </para>
      <para>Wat betreft een bewezenverklaring in zaak A heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt in zaak B als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan voor het misdrijf waarmee werd gedreigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verschillen tussen de verklaringen van de beide receptionistes van [bedrijf 1] zijn niet van dien aard dat deze verklaringen niet kunnen worden gebezigd voor het bewijs. De verklaringen komen in hoofdlijnen en op essentiële punten overeen. Uit de verklaringen die getuige [getuige 2] bij de raadsheer-commissaris heeft afgelegd volgt dat zij de tenlastegelegde bedreiging van de verdachte, geuit tegen [getuige 1] , heeft gehoord. Zij verklaart dat zij op dat moment naast [getuige 1] stond en dat zij het gesprek tussen de twee goed heeft kunnen volgen. Daarmee is voldoende vast komen te staan dat de verdachte [bedrijf 1] en [getuige 1] heeft bedreigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft de raadsman betoogd dat de bedreiging (alleen) zou zijn gericht tegen goederen. Onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2011:BO3400 en hetgeen [getuige 1] bij de raadsheer-commissaris heeft verklaard, geldt dat de bedreiging ook betrekking had op de algemene veiligheid van personen, nu [getuige 1] zich in [bedrijf 1] bevond. </para>
      <para>Voor zover de raadsman nog heeft aangevoerd dat niet kan worden gesproken van een redelijke vrees, geldt dat de bedreigende woorden die de verdachte heeft geuit van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden hebben plaatsgevonden dat bij [getuige 1] de redelijke vrees kon ontstaan dat zij voor haar leven te vrezen had, te meer nu nog geen twee jaar geleden daar op eenzelfde wijze een aanslag is gepleegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verweer van de raadsman wordt mitsdien verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in <emphasis role="italic">zaak A </emphasis>en<emphasis role="italic"> zaak B</emphasis> tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zaak A </emphasis>(parketnummer 13-000359-20): <?linebreak?>1.<?linebreak?>hij op 1 januari 2020 te Amsterdam, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [verbalisant 1] en [verbalisant 2] dreigend de woorden toe te voegen: “Ik koop zo een pistool en ik schiet jullie allemaal dood, dat maakt mij niets uit. Ik schiet jullie allemaal neer! Ik schiet ook je vrouw en kinderen dood!”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>hij op 1 januari 2020 te Amsterdam, opzettelijk meerdere ambtenaren, te weten verbalisanten </para>
    <para>
      [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: </para>
    <para>- “ Je kanker moeder, je bent een vuile kankerracist! Wat kom jij doen kankerhoer?!’’, en/of: </para>
    <para>-  “ Ik neuk je moeder en ik neuk je vader! Vuile kankerhoer! ”, </para>
    <para>althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zaak B </emphasis>(parketnummer 13-007859-20):<?linebreak?>1.<?linebreak?>hij op 8 januari 2020 te Amsterdam, [bedrijf 1] en een medewerker heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstond, door die medewerker dreigend de woorden toe te voegen: "ik pak mijn auto en rij door de voorgevel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen in zaak A en zaak B meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak A en zaak B bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het in zaak A onder 1 bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het in zaak A onder 2 bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het in zaak B bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het in zaak A en zaak B bewezenverklaarde uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee dagen en een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd nu de verdachte in ieder geval reeds tot juni 2022 uit andere hoofde is gedetineerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 4 november 2021 is hij  eerder voor soortgelijke feiten strafrechtelijk veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan het beledigen en bedreigen met de dood van politieagenten. De verdachte heeft geen enkel respect getoond voor openbare gezagsdragers en dit soort handelingen tast het gezag van de politie aan. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de bedreiging om met een auto door de voorgevel van [bedrijf 1] naar binnen te rijden. Meer specifiek heeft hij door die bedreiging te uiten een angstige situatie gecreëerd voor de aanwezigen. Door het plegen van de tenlastegelegde feiten heeft de verdachte bijgedragen aan de in de maatschappij levende gevoelens van onrust en onveiligheid. </para>
      <para>Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf passend en geboden. Het hof ziet echter in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee dagen, gelijk aan het voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 266, 267 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer </para>
      <para>13-000359-20 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-007859-20 tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het in de zaak met parketnummer 13-000359-20 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 13-007859-20 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">2 (twee) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. J.D.L. Nuis en mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van </para>
      <para>3 december 2021.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>