<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2021:3692</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-26T11:51:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002942-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:3692">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:3692</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-26T11:47:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:3692 Gerechtshof Amsterdam , 24-11-2021 / 23-002942-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2021:3692:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak medeplegen poging woninginbraak. Betrokkenheid van de verdachte kan niet voldoende worden afgeleid uit de bewijsmiddelen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2021:3692:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-002942-18 </para>
    <para>datum uitspraak: 24 november 2021 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 2 augustus 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-071074-18 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995, </para>
    <para>adres: [adres 1].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 november 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, Sv staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep nog inhoudelijk aan de orde, tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <para>hij op of omstreeks 6 april 2018 te Akersloot, gemeente Castricum, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om in/uit een woning (gelegen aan de [adres 2]) enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich (met zijn mededader(s)) naar die woning heeft/hebben begeven en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>waarna hij en/of één of meer van zijn mededader(s) de voordeur van die woning heeft/hebben geforceerd en/of op het (platte) dak van die woning is/zijn geklommen en/of (aldaar op de eerste verdieping) met een voorwerp kracht heeft/hebben gezet en het raam/kozijn van die woning heeft/hebben geforceerd, </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen, mede op grond van het huurcontract van de – in de nabijheid van de woning waargenomen – Ford Fiësta op naam van de verdachte en de herkenningen van de verdachte door vier verbalisanten op een <emphasis role="italic">still </emphasis>van de camerabeelden van het [hotel] hotel in Akersloot. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit op grond van het volgende. De verdachte is enkel op basis van het huurcontract van de Ford Fiësta in verband gebracht met het tenlastegelegde feit. De verdachte is niet op (een <emphasis role="italic">still</emphasis> van) de camerabeelden herkend: de politie heeft slechts gesproken van ‘een sterke gelijkenis’ met de rijbewijsfoto van de verdachte. Dit betreft geen volledige herkenning. Daar komt bij dat op de <emphasis role="italic">still</emphasis> het gezicht van de betreffende persoon slechts voor de helft is te zien.</para>
      <para>Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat geen sprake is van medeplegen, nu op basis van het dossier geen nauwe en bewuste samenwerking is vast te stellen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overwegingen en oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
      <para>Het staat niet ter discussie dat op 6 april 2018 gepoogd is in te breken in een woning in Akersloot. Een getuige heeft verklaard dat hij wakker werd van geluid dat klonk als ijzer en dat hij een persoon op het dak, bij een raam, van de woning van zijn buurman zag staan met een voorwerp in zijn hand dat leek op een hefboom. Vervolgens heeft hij drie personen weg zien rennen en in een grijze Ford Fiësta (kenteken [kenteken]) zien wegrijden. Vrij snel na de melding hiervan aan de politie is deze Ford Fiësta gesignaleerd bij het [hotel] hotel in Akersloot. Op camerabeelden van het hotel zijn twee personen (de twee medeverdachten) waargenomen die uit deze Ford Fiësta stapten; zij zijn kort daarop aangehouden. De bestuurder van de Ford Fiësta parkeerde de auto op hetzelfde parkeerterrein en liep te voet weg. De Ford Fiësta bleek een huurauto te zijn en de verdachte was al enige tijd de huurder daarvan. Bovendien bevond zich in de auto een mobiele telefoon die in de aan 6 april 2018 voorafgaande periode meermalen zendmasten heeft aangestraald (in de nachtelijke uren) op data en plaatsen die zijn te relateren aan gepleegde woninginbraken. </para>
      <para>Het voorgaande brengt mee dat er aanwijzingen bestaan van betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde feit, maar daarmee is niet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat hij degene is geweest die het feit heeft (mede)gepleegd. De door de politie genoemde ‘sterke gelijkenis’ tussen de persoon op de rijbewijsfoto van de verdachte en de onscherpe <emphasis role="italic">still</emphasis> van de camerabeelden van hotel [hotel] is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof is dan ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat hij hiervan moet worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. A.M. van Woensel en mr. J.W.P. van Heusden, in tegenwoordigheid van mr. P.E. de Wildt, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 24 november 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>