<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2021:3298</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-09T10:24:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.296.085/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:TNORARL:2021:19" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:TNORARL:2021:19</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2021-0352</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:3298">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:3298</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-12T09:58:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:3298 Gerechtshof Amsterdam , 09-11-2021 / 200.296.085/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2021:3298:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Klacht tegen een kandidaat-notaris. Partij-adviseur bij afwikkeling nalatenschap. Artikel 1.2.3.2.1. Procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken. Klacht ongegrond en nieuw klachtonderdeel niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2021:3298:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beslissing   </para>
    <para>___________________________________________________________________ _ _</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer	: 200.296.085/01 NOT</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>nummer eerste aanleg	: C/05/378778 / KL RK 20-128</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 9 november 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonend te [woonplaats] ( [land] ),</para>
      <para>appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [kandidaat-notaris] ,</emphasis>
      </para>
      <para>kandidaat-notaris te [plaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.J.C.M. van Acht, advocaat te Oosterbeek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna klager en de kandidaat-notaris genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kandidaat-notaris heeft de zus van klager bijgestaan als partij-adviseur bij de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van klager en zijn zus. Volgens klager heeft de kandidaat-notaris daarbij klachtwaardig gehandeld. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Klager heeft op 14 juni 2021 een beroepschrift – met bijlagen – </para>
        <para>bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 26 mei 2021 (ECLI:NL:TNORARL:2021:19). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De kandidaat-notaris heeft op 24 augustus 2021 een verweerschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het hof heeft de stukken van de eerste aanleg van de kamer ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 30 september 2021. Klager en de kandidaat-notaris, vergezeld van zijn gemachtigde, zijn verschenen en hebben het woord gevoerd, klager aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. De feiten komen neer op het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Wijlen mevrouw [X] (hierna te noemen: erflaatster) had twee kinderen: klager en mevrouw [A] (hierna: de zus). De zus woont in [land] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Erflaatster heeft tijdens haar leven een testament opgemaakt. In het testament is klager benoemd tot enig erfgenaam en executeur van de nalatenschap. Aan de zus is een geldbedrag gelegateerd ter grootte van de helft van de waarde van de woning aan de [adres] , uit te keren in maandelijkse termijnen binnen vijf jaar na het overlijden van erflaatster.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Erflaatster is op [overlijdensdatum] 2019 overleden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op 24 juni 2019 heeft de zus de kandidaat-notaris benaderd met het verzoek haar te adviseren over de nalatenschap van erflaatster. De zus heeft de kandidaat-notaris, althans het kantoor waaraan de kandidaat-notaris verbonden is, opdracht gegeven om haar als partijadviseur bij te staan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op verzoek van klager is een verklaring van erfrecht afgegeven. Uit die verklaring blijkt dat klager de nalatenschap en de executeursbenoeming heeft aanvaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De zus heeft de kantonrechter verzocht om verlenging van de driemaandstermijn van artikel 4:73 lid 1 onder c BW. Dit verzoek is toegewezen. De zus heeft binnen de verlengde termijn het legaat aanvaard en een aanvullend beroep gedaan op haar legitieme portie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>In januari 2020 heeft de zus een onherroepelijke volmacht voor de duur van anderhalf jaar afgegeven aan (onder meer) de kandidaat-notaris om haar in en buiten rechte te vertegenwoordigen ten aanzien van de nalatenschap van erflaatster.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De uitbetaling van het geldlegaat verliep in eerste instantie via de derdengeldenrekening van het kantoor waaraan de kandidaat-notaris verbonden is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Namens de zus heeft de kandidaat-notaris klager verscheidene malen voorgesteld dat deze zekerheid zou geven voor de betaling van de periodieke uitkeringen. Klager heeft hier niet aan meegewerkt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Omdat klager volgens de zus niet alle opeisbare termijnen had voldaan, heeft de zus in augustus 2020 aan een gerechtsdeurwaarder opdracht gegeven om beslag te leggen op de woning en op bankrekeningen van klager.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11.</nr>
      <para>Klager heeft vervolgens een executiegeschil aanhangig gemaakt. De vorderingen van klager in dat geschil zijn afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12.	(</nr>
      <para>De advocaat van) klager heeft de zus driemaal een schikkingsvoorstel gedaan. De zus is niet akkoord gegaan met die voorstellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Standpunt van klager</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1) de kandidaat-notaris is onnodige gerechtelijke procedures gestart voor eigen gewin;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2) de door de zus aan de kandidaat-notaris verstrekte onherroepelijke volmacht is onder druk verkregen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3) de uitbetaling van het legaat verloopt onnodig via de derdengeldenrekening van (het kantoor van) de kandidaat-notaris;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4) de communicatie van de kandidaat-notaris is klachtwaardig;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5) de beslaglegging is onjuist;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6) de kandidaat-notaris heeft ten onrechte de door (de advocaat van) klager gedane schikkingsvoorstellen afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kamer heeft in de bestreden beslissing de klachtonderdelen 2 en 3 niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De kandidaat-notaris stelt zich op het standpunt dat het beroepschrift niet voldoet aan artikel 1.2.3.2.1. van het Procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken, waardoor klager niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep. </para>
        <para>Het hof verwerpt dit verweer. Uit het beroepschrift en de bijgevoegde beslissing blijken de (noodzakelijke) gegevens van partijen voldoende duidelijk. Voorts volgt uit het beroepschrift dat klager het niet eens is met de beslissing van de kamer en dat hij zijn in eerste aanleg aangevoerde klacht en onderbouwing daarvan handhaaft. Hierbij is in aanmerking genomen dat het hof de zaak in volle omvang opnieuw behandelt (art. 107 lid 4 Wet op het notarisambt) en klager dus geen grieven behoeft te formuleren.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Indien en voorzover klager heeft bedoeld een nieuw klachtonderdeel te formuleren in zijn beroepschrift, is dat klachtonderdeel niet-ontvankelijk.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Klachtonderdelen 1 tot en met 6 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De kamer heeft per klachtonderdeel gemotiveerd waarom het ongegrond dan wel niet-ontvankelijk is verklaard. Het beroepschrift, het ter zitting in hoger beroep verklaarde en de antwoorden op vragen van het hof geven geen aanleiding tot een andere beoordeling of motivering dan die van de kamer. Het hof verenigt zich op alle onderdelen met het oordeel van de kamer en de gronden waarop dit oordeel berust. Het hof neemt deze gronden over en maakt deze tot de zijne. Het hof zal de bestreden beslissing derhalve bevestigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De kandidaat-notaris heeft het hof verzocht klager in de kosten van deze procedure te veroordelen, maar daarvoor ontbreekt een wettelijke voorziening in de Wet op het notarisambt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart, indien en voorzover klager in zijn beroepschrift een nieuw klachtonderdeel heeft bedoeld te formuleren, dat klachtonderdeel niet-ontvankelijk;</para>
    <para />
    <para>- bevestigt de bestreden beslissing.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. G.C.C. Lewin, J.W.M. Tromp en </para>
      <para>J.L.G.M. Mertens en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2021 door de rolraadsheer.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>