<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2021:2595</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-27T09:12:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-003115-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:2595">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:2595</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-27T09:11:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:2595 Gerechtshof Amsterdam , 26-08-2021 / 23-003115-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2021:2595:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging vonnis met uitzondering van strafoplegging en met aanvulling van bewijsmotivering. Meerdere winkeldiefstallen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2021:2595:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-003115-19 </para>
    <para>datum uitspraak: 26 augustus 2021 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 augustus 2019 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-168143-19 (zaak A) en 13-186591-19 (zaak B) tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1984, </para>
    <para>adres: [adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 augustus 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met uitzondering van de strafoplegging en met dien verstande dat het hof de bewijsmotivering in zaak B aanvult met de bijlage bij het landelijk aangifteformulier winkeldiefstal (dossierpagina 6), inhoudende dat – naast de Samsung A 50 – eveneens de Huawei Mate 20 Lite door de verdachte is weggenomen. Het hof houdt verder rekening met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, zodat de toepasselijke wettelijke voorschriften daarmee worden aangevuld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in zaak A en zaak B bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken waarvan tien dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A en zaak B tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zeven weken met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft verzocht om op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van vier weken en twee dagen, waarvan vier weken voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere winkeldiefstallen. Door zo te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven zich niets gelegen te laten liggen aan het eigendomsrecht van anderen. Winkeldiefstal is een misdrijf dat niet enkel overlast oplevert voor (medewerkers van) het betrokken winkelbedrijf, maar ook bijdraagt aan het ontstaan van schade doordat kosten zijn gemoeid met de afhandeling daarvan en het treffen van maatregelen ter voorkoming van winkeldiefstallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft het hof rekening gehouden met de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden uitgesproken en die hun weerslag hebben gevonden in de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 30 juli 2021 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld voor winkeldiefstallen, hetgeen in zijn nadeel weegt. Gelet op het voorgaande en de draagkracht van de verdachte acht het hof de oplegging van een geldboete een gepasseerd station en kan niet volstaan worden met oplegging van een taakstraf. Anderzijds houdt het hof rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte die de raadsman naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien de opgelegde straf.Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">4 (vier) weken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. N. van der Wijngaart en mr. F.M.D. Aardema, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 augustus 2021.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>