<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2021:2440</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T03:15:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">000412-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>O&amp;A 2021/80</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:2440">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:2440</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-17T10:59:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:2440 Gerechtshof Amsterdam , 08-06-2021 / 000412-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2021:2440:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art 530/533 Sv - matiging kosten rechtsbijstand toelichting verzoek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2021:2440:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking		</para>
    <para />
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="2bd0e3ee-ad20-49f1-a689-e685be05f077" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6024c9f1-f9fb-4701-855f-5e04a46435b4" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c65e63cb-fe27-45c0-b15c-0d0caa12893f" depth="2" width="571" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling strafrecht</para>
      <para>rekestnummer(s): 000412-21 (530 Sv) en 000413-21 (533 Sv)</para>
      <para>parketnummer in hoger beroep: 23-003427-16</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1973,</para>
      <para>domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. K.H. Zonneveld,</para>
      <para>
        [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift is op 2 februari 2021 ingekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 mei 2021 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 25 mei 2021 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet in raadkamer verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title> 2. Inhoud van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van -het hof begrijpt- € 7.250,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 267,41;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 550,00.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij arrest van dit hof van 4 december 2020 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 533 Sv</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker is op 23 augustus 2016 in verzekering gesteld. Vervolgens is op 25 augustus 2016 de voorlopige hechtenis van appellant bevolen. Verzoeker is op 21 november 2016 in vrijheid gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gronden van billijkheid zijn aanwezig tot toekenning van een vergoeding ter zake van de door verzoeker ondergane verzekering en voorlopige hechtenis tot een bedrag van € 7.250,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 530 Sv</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In raadkamer is toegelicht dat de onder b verzochte kosten zijn gemaakt om de consequenties van de uitspraak in de strafzaak toe te lichten. Indien deze kosten al als kosten voor rechtsbijstand in de strafzaak moeten worden beschouwd is het hof van oordeel dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat verzoeker op toevoeging heeft geprocedeerd en deze kosten worden geacht daaronder te zijn begrepen. Het verzoek moet in zoverre worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure. In het feit dat verzoeker twee verzoekschriften heeft ingediend die gelijktijdig in raadkamer zijn behandeld en die bovendien grotendeels gelijkluidend zijn, ziet het hof aanleiding  de kosten van rechtsbijstand voor het toelichten van de verzoekschriften te matigen en wordt voor de twee verzoekschriften steeds de helft toegewezen van de forfaitaire vergoeding voor het toelichten. Het hof zal derhalve een bedrag toewijzen van € 280,00 voor het indienen en (€270/2) € 135,00 voor het toelichten van het verzoekschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof :</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kent op de voet van artikel 533 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 7.250,00 (zevenduizend tweehonderdvijftig euro.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kent op de voet van artikel 530 Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 415,00 (vierhonderdvijftien euro).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, J.W.P. van Heusden en V.M.A. Sinnige, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is bij ontstentenis van de griffier alleen ondertekend door de voorzitter en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 8 juni 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter beveelt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 7.665,00 (zevenduizend zeshonderdvijfenzestig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Amsterdam, 8 juni 2021,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. R.D. van Heffen, voorzitter</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>