<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2021:2301</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-22T11:33:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.288.465/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:2301">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:2301</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-22T11:24:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:2301 Gerechtshof Amsterdam , 20-07-2021 / 200.288.465/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2021:2301:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Appel van ECLI:NL:RBNHO:2020:9501. Kortgedingzaak. Ingevolge artikel 217 Rv kan ieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, vorderen zich daarin te mogen voegen of tussenkomen, maar die vordering kan niet worden ingesteld namens een belanghebbende (opvolgend verhuurster) die nog geen partij is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2021:2301:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 				: 200.288.465/01 KG</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland	: 8821769 \ VV EXPL 20-158</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 20 juli 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant] , </emphasis>
      </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats,</para>
      <para>appellant in de hoofdzaak, </para>
      <para>verweerder in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. S.J. Sattler te Haarlem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WOONSTICHTING LIEVEN DE KEY</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>geïntimeerde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiseres in het incident,</para>
      <para>advocaat: mr. D. de Vries te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [appellant] en Lieven de Key genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] is bij dagvaarding van 17 december 2020 in hoger beroep gekomen van het vonnis in kort geding van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 23 november 2020, onder bovenstaand zaak-/rolnummer gewezen tussen Lieven de Key als eiseres en [appellant] als gedaagde. Op 24 december 2020 heeft [appellant] een herstelexploot uitgebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:</para>
    </parablock>
    <para>- memorie van grieven, met producties, van de zijde van [appellant] ; </para>
    <para>- memorie van antwoord tevens incidentele conclusie tot voeging/tussenkomst ex artikel 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), met producties, van de zijde van Lieven de Key;</para>
    <para>- conclusie van antwoord in het incident van de zijde van [appellant] . </para>
    <para>Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Lieven de Key heeft incidenteel gevorderd primair dat Stichting Pré Wonen (verder: Pré Wonen) mag tussenkomen in de appelprocedure tussen [appellant] als appellant en Lieven de Key als geïntimeerde en subsidiair dat Pré Wonen in die procedure als gevoegde partij aan de zijde van Lieven de Key zal worden toegelaten.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] heeft geconcludeerd tot - kort gezegd - afwijzing van de incidentele vordering van Lieven de Key, althans hij heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge artikel 217 Rv kan ieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, vorderen zich daarin te mogen voegen of tussenkomen. </para>
        <para>De partij die een dergelijke vordering instelt, is griffierecht verschuldigd.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging is ingediend door Lieven de Key. Weliswaar staat Pré Wonen in de kop van de conclusie tot voeging/tussenkomst vermeld als interveniënt en eiser/medebelanghebbende in het incident en wordt bij de onderbouwing van de incidentele vordering ook gesteld dat deze (mede) namens Pré Wonen is ingesteld, maar uit niets blijkt dat dit daadwerkelijk het geval is. Bovendien – en dat is doorslaggevend – kan de onderhavige vordering niet door Lieven de Key namens Pré Wonen als de (verondersteld) belanghebbende partij worden ingesteld, maar dient Pré Wonen dat zelf te doen in een aparte conclusie. Dit betekent dat Lieven de Key niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Lieven de Key zal bij het te wijzen eindarrest in de hoofdzaak in de kosten van het incident worden veroordeeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor beraad partijen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de hoofdzaak</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 3 augustus 2021 voor beraad partijen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, L.A.J. Dun en A.R. Sturhoofd en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2021.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>