<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2021:2268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-06T13:27:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/00488</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBAMS:2019:717" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2019:717, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:2268">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:2268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-06T13:27:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:2268 Gerechtshof Amsterdam , 05-08-2021 / 20/00488</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2021:2268:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WOZ. Compromis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2021:2268:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>kenmerk 20/00488</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5 augustus 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het hoger beroep van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [X]
        </emphasis>, wonende te [woonplaats] , belanghebbende,</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J.P. Zanders)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van 22 juli 2020 in de zaak met kenmerk AMS 20/2843 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>belanghebbende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente [plaats X]</emphasis>, de heffingsambtenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Ontstaan en loop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 22 januari 2019 aan belanghebbende op de voet van artikel 28 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) een beschikking als bedoeld in artikel 22 Wet WOZ gegeven waarin de waarde van de onroerende zaak aan [adres] te [plaats X] (hierna: de woning) naar de waardepeildatum 1 januari 2016 voor het kalenderjaar 2017 is vastgesteld op € 600.000.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Na daartegen door belanghebbende gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar van 14 april 2020 de vastgestelde waarde verminderd tot € 565.000.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft tegen voormelde uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De rechtbank heeft dit beroep in haar uitspraak van 22 juli 2020 ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft (per fax) op 31 augustus 2020 tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof, aangevuld bij brief van 2 december 2020. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2021.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Geschil in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Evenals bij de rechtbank is in hoger beroep in geschil of de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem op € 565.000 nader vastgestelde waarde niet te hoog is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Gronden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Compromis</emphasis>
      </para>
      <para>Partijen zijn ter zitting, ter beëindiging van het aanhangige geschil, bij wijze van compromis overeengekomen dat de voor de woning voor het kalenderjaar 2017 vastgestelde waarde moet worden verminderd tot € 520.000. Hetgeen met zich meebrengt dat de uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd en het beroep gegrond moet worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts zijn partijen ter zitting overeengekomen dat de heffingsambtenaar moet worden veroordeeld in de proceskosten in beroep en hoger beroep van belanghebbende, berekend overeenkomstig het in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht opgenomen forfaitaire tarief voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Dit leidt tot de volgende door de heffingsambtenaar te vergoeden bedragen: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>voor de beroepsfase 2 punten (beroepschrift en bijwonen zitting) x € 534 x 1 (wegingsfactor) = € 1.068; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>voor het hoger beroep 2 punten (hogerberoepschrift en bijwonen zitting) x € 534 x 1 (wegingsfactor) = € 1.068,</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>in totaal derhalve € 2.136.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast zijn partijen ter zitting overeengekomen dat de heffingsambtenaar moet worden gelast het betaalde griffierecht in beroep (€ 48) en hoger beroep (€ 131), in totaal € 179, te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof zal dienovereenkomstig beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vernietigt de uitspraak van de rechtbank;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt de uitspraak op bezwaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vermindert de voor het kalenderjaar 2017 vastgestelde waarde van de woning tot € 520.000;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende in beroep en hoger beroep tot een bedrag van € 2.136; en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>gelast de heffingsambtenaar aan belanghebbende het voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 179 te vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is gedaan door mrs. H.E. Kostense, voorzitter van de belastingkamer, E.A.G. van der Ouderaa en R.C.H.M. Lips, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. A.F.J.S. Molleman als griffier. De beslissing is op 5 augustus 2021 in het openbaar uitgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij <emphasis role="bold">de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl. </emphasis></para>
      <para>Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan<emphasis role="bold"> de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag</emphasis>. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;</para>
    <para>2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;</para>
    <para>3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:</para>
    <parablock>
      <para>              a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>              b. de dagtekening;</para>
      <para>              c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;</para>
      <para>             d. de gronden van het beroep in cassatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toelichting rechtsmiddelverwijzing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. <?linebreak?>Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Digitaal procederen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op <emphasis role="underline">www.hogeraad.nl</emphasis>. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op <emphasis role="underline">www.hogeraad.nl</emphasis>. </para>
      <para>Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Per post procederen</emphasis>
        <?linebreak?>Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. <?linebreak?>Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan <emphasis role="bold">de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.</emphasis></para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>