<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2021:1710</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T16:41:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.271.377/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=353&amp;g=2015-06-12">Burgerlijk Wetboek Boek 2 353</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0003045&amp;artikel=350&amp;g=2013-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 2 350</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2021/114</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:1710">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:1710</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-15T14:06:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:1710 Gerechtshof Amsterdam , 19-05-2021 / 200.271.377/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2021:1710:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OK; enquêterecht; het ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde onderzoeksverslag wordt ter inzage gelegd voor belanghebbenden; partijen worden in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de einddeclaratie van de onderzoeker</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2021:1710:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="e6953956-8b04-4d7d-bb44-e20305a3630a" depth="166" width="250" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>beschikking</para>
      <para>___________________________________________________________________ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.271.377/01 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 19 mei 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar het recht van Hongkong, China,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">WINPLEX PACIFIC LIMITED</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Hongkong, China,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: voorheen mr. A.J. Tekstra, thans <emphasis role="bold">mr. M.R.C. van Zoest</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">PERMANENTO BEHEER B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Venhuizen,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaat:<emphasis role="bold"> mr. M.J. Meermans</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n  t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ROFIN B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Hoorn,</para>
      <para>verschenen bij haar bestuurder [A] ,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">H. ROS BEHEER B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Grootebroek,</para>
      <para>verschenen bij haar bestuurder [B] ,</para>
    </parablock>
    <para>3. de stichting</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR PERMANENTO BEHEER</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Drechterland,</para>
      <para>verschenen bij haar bestuurders [B] , [A] en [D] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDEN</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para>1. <emphasis role="bold">Het verloop van het geding</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1 In het vervolg zal verweerster worden aangeduid met Permanento Beheer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 2 en 7 september 2020 en 23 oktober 2020 in deze zaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3 Bij de beschikkingen van 2 en 7 september 2020 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Permanento Beheer over de periode vanaf 1 januari 2016, mr. H. de Coninck-Smolders te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.4 Bij de beschikking van 23 oktober 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 35.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.5 Bij brief van 17 mei 2021 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.6 Tevens heeft de onderzoeker bij de in 1.5 genoemde brief een einddeclaratie van 17 mei 2021 2020 met specificatie van de in deze zaak in verband met het onderzoek gemaakte kosten aan de Ondernemingskamer gezonden. De daarin genoemde kosten bedragen in totaal € 35.669 exclusief btw. De onderzoeker heeft de Ondernemingskamer verzocht de kosten van het onderzoek op dit bedrag vast te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.7 De griffier heeft het verslag heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De Ondernemingskamer zal, alvorens de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW te bepalen, partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de in 1.6 genoemde einddeclaratie met kostenspecificatie.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat het verslag van het bij de beschikking van 2 september 2020 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Permanento Beheer B.V. ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt partijen in de gelegenheid om zich uiterlijk op <emphasis role="bold">1 juni 2021 te 13.00 uur</emphasis> schriftelijk uit te laten over de in 1.6 genoemde einddeclaratie met kostenspecificatie;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt de beslissing over de vergoeding van de onderzoeker aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2021.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>