<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2021:1066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-16T09:53:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">001075-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:1066">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:1066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-16T09:49:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:1066 Gerechtshof Amsterdam , 09-02-2021 / 001075-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2021:1066:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>art 533 Sv</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2021:1066:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking 		 </para>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="39625e44-4bf6-4e3e-adae-6b82b5489c2e" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="406d82ae-b850-4671-87bb-490c7b3ac282" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c5f43c62-3dd3-4dc8-93d1-3fcfaef9d724" depth="2" width="571" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling strafrecht</para>
      <para>rekestnummer(s): 001075-20 (530 Sv) en 001076-20 (533 Sv)</para>
      <para>Proces-verbaalnummer: PL27RV/19-017482 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 28 oktober 2019 op het verzoekschrift op de voet van de artikelen 89 (oud) en 591a (oud) van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Frankrijk) op [geboortedag] 1980,</para>
      <para>domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat mr. R.P.M. Kocken,</para>
      <para>
        [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep is op 29 oktober 2019 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 26 januari 2020 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet in raadkamer verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Inhoud van het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek - zoals gewijzigd in raadkamer in hoger beroep - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld proces-verbaalnummer ten bedrage van € 210,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>schade die appellant stelt te hebben geleden voor de aanschaf van een nieuw vliegticket ten bedrage van € 323,71;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>schade die appellant stelt te hebben geleden omdat hij een nacht op een bank op Schiphol heeft moeten doorbrengen ten bedrage van € 300,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand in de strafzaak ten bedrage van € 363,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 550,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 280,00.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep is tijdig ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het verzochte als onderstaand gespecificeerd toegewezen tot een bedrag van totaal </para>
      <para>€ 1.198,00:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>€ 185,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>afgewezen</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 100,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 363,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 550,00.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft geadviseerd het verzoek toe te wijzen met uitzondering van de schade die appellant zou hebben geleden doordat hij een nacht op een bank op Schiphol  heeft moeten doorbrengen. Deze post kan worden toegewezen voor een bedrag van € 100,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat van appellant heeft toewijzing van het geheel bepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ad b </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt dat de forfaitaire bedragen ter vergoeding van schade door preventieve detentie na niet-veroordeling, zoals die in de oriëntatiepunten en aanbevelingen van het LOVS zijn opgenomen, worden geacht de immateriële schade te betreffen. Indien gesteld en deugdelijk onderbouwd kunnen hogere bedragen worden toegekend en kan ook materiële schade, zoals inkomstenderving, worden vergoed (Hof Den Haag, 18 december 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4159).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In casu heeft appellant zijn vlucht op Schiphol gemist omdat hij is aangehouden en opgehouden voor verhoor, waarna hij in verzekering is gesteld. Het moment van inverzekeringstelling zal in dergelijke gevallen plaatsvinden op een min of meer toevallig gekozen moment kort voor of na het vertrekken van de vlucht. Onder die omstandigheden ziet het hof gronden van billijkheid voor toewijzing van het verzoek.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ad c</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof begrijpt dat vergoeding wordt gevraagd voor immateriële schade, aangezien appellant de nacht op een weinig gerieflijke wijze op een bank op de luchthaven heeft moeten doorbrengen. Deze schade leent zich naar het oordeel van het hof niet voor vergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding van € 1.726,71, als volgt gespecificeerd:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>€ 210,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 323,71;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 363,00;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 550,00</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 280,00.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank zal het hof de beschikking waarvan beroep vernietigen en opnieuw recht doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kent op de voet van artikel 533 Sv ten laste van de Staat aan appellant een vergoeding toe van </para>
      <para>€ 533,71,00 (vijfhonderddrieëndertig euro eenenzeventig cent).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kent op de voet van artikel 530 Sv uit ’s Rijks kas aan appellant een vergoeding toe van € 1.193,00 (duizend honderddrieënnegentig euro).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, D. Radder en A.W.T. Klappe,                                                               in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is bij afwezigheid van de griffier alleen ondertekend door de voorzitter en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van                         9 februari 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter beveelt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 1.726,71 (duizend zevenhonderdzesentwintig euro en eenenzeventig cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Amsterdam, 9 februari 2021,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. R.D. van Heffen, voorzitter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>