<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2021:1010</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-29T12:27:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.280.119/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:1010">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2021:1010</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-29T10:26:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2021:1010 Gerechtshof Amsterdam , 06-04-2021 / 200.280.119/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2021:1010:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verbetering van ECLI:NL:GHAMS:2021:582.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2021:1010:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 	: 200.280.119/01 SKG</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer rechtbank	: C 3/684624/ KG ZA 20-479</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 6 april 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>advocaat mr D.A. Siddiqui te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING ISLAMITISCH ONDERWIJS NEDERLAND</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat mr S.L.D. Van den Brink te Mijdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [appellant] en SIO genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in deze zaak op 2 maart 2021een arrest uitgesproken. Bij e-mail van 23 maart 2021 heeft mr. Van den Brink zich namens partij SIO op het standpunt gesteld dat het arrest een kennelijke fout bevat en herstel daarvan verzocht. Mr. Siddiqui is verzocht te reageren op het herstelverzoek, waarop hij heeft bericht dat de zaak verder wordt behandeld door de cassatie advocaat en dat deze zal reageren. Nu geen reactie is ontvangen van de cassatie advocaat gaat het hof ervan uit dat SIO zich refereert aan het herstelverzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Mr. van den Brink verzoekt twee kennelijke verschrijvingen in het arrest te verbeteren, te weten:<?linebreak?>- er is een proceskostenveroordeling ten laste van [appellant] opgenomen van € 2.2228,- terwijl dit € 2.228,- moet zijn;<?linebreak?>-de partijnaam “Stichting lslamitisch Onderwijs” dient gewijzigd te worden in “Stichting Islamitisch Onderwijs Nederland”.<?linebreak?>Beide verzoeken zullen worden gehonoreerd nu het evidente verschrijvingen betreft: het salaris gemachtigde bedraagt volgens de landelijk vastgestelde liquidatietarieven € 2.228,- en in alle processtukken in hoger beroep is Stichting Islamitisch Onderwijs <emphasis role="underline">Nederland</emphasis> genoemd als procespartij, zodat het voor alle betrokkenen duidelijk is dat het achterwege laten van het woord “Nederland” in de partijnaam berust op een verschrijving. <?linebreak?></para>
      <para>Het hof zal voornoemde kennelijke fouten daarom verbeteren.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbetert het in deze zaak op 2 maart 2021 uitgesproken arrest aldus dat <?linebreak?>-in de aanhef van het arrest in plaats van <emphasis role="bold">STICHTING ISLAMITISCH ONDERWIJS </emphasis>gelezen dient te worden <emphasis role="bold">STICHTING ISLAMITISCH ONDERWIJS NEDERLAND</emphasis>;<?linebreak?>-dat aan het slot van het arrest in plaats van <?linebreak?><emphasis role="italic">“veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van SIO begroot op € 760,- aan verschotten en </emphasis><emphasis role="bold italic">€ 2.2228</emphasis><emphasis role="italic">,- voor salaris en op</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">€ 157,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 82,- voor nasalaris en de kosten van het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, indien niet binnen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kostenveroordeling is voldaan;”</emphasis>
      </para>
      <para>gelezen dient te worden:<?linebreak?><emphasis role="italic">veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zijde van SIO begroot op € 760,- aan verschotten en </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">€ 2.228</emphasis>
        <emphasis role="italic">,- voor salaris en op</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">€ 157,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 82,- voor nasalaris en de kosten van het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt, indien niet binnen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kostenveroordeling is voldaan;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. T.S. Pieters, A.S. Arnold en G.C. Boot en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 6 april 2021.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>