<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2020:536</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:00:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001247-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2020/320</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:536">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:536</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-25T14:53:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2020:536 Gerechtshof Amsterdam , 21-02-2020 / 23-001247-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2020:536:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Invoer grote hoeveelheid medicijnen; niet voor eigen gebruik.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2020:536:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-001247-19 </para>
    <para>datum uitspraak: 21 februari 2020 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 maart 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-114256-18 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964, </para>
    <para>adres: [adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>7 februari 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van strafoplegging -in zoverre zal het vonnis worden vernietigd- en met dien verstande dat het hof de verweren in hoger beroep zal bespreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bespreking van ter terechtzitting gevoerde verweren</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft ter zitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken en heeft in verband daarmede het volgende gesteld. Artikel 18 lid 6 van de Geneesmiddelenwet is in strijd met het lex certa-beginsel nu de wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven te vaag en onbestemd is. Niet duidelijk is welke hoeveelheid als ‘eigen gebruik’ wordt gehanteerd en hoe dit begrip wordt ingevuld. De verdediging heeft verder aangevoerd dat de verdachte de pillen slechts voor eigen gebruik uit China heeft meegenomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. </para>
      <para>Uit artikel 18, zesde lid, van de Geneesmiddelenwet volgt dat het verbod om zonder vergunning geneesmiddel in te voeren, niet van toepassing is als de geneesmiddelen kennelijk bestemd zijn voor eigen gebruik door de persoon die de desbetreffende geneesmiddelen vervoert. Degene die de medicijnen invoert moet zelf kunnen aantonen dat deze voor eigen gebruik zijn, bijvoorbeeld middels een medische verklaring. Dit staat ook duidelijk uitgelegd op de site [website]. Dat geen norm is gesteld welke hoeveelheid als eigen gebruik wordt gehanteerd, betekent niet dat artikel 18 lid 6 van de Geneesmiddelenwet in strijd is met het lex certa-beginsel. De verdachte dient aan te tonen, dan wel aannemelijk te maken, dat hij de medicijnen voor eigen gebruik bij zich had. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte niet aannemelijk gemaakt dat hij, gelet op zijn wisselende verklaringen en op de zeer aanzienlijke hoeveelheid van de door hem ingevoerde pillen, de medicijnen voor eigen gebruik bij zich had.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 1.000,-, waarvan € 500,- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een betalingstermijn van 10 maandelijkse termijnen van € 50,- .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 2.500,- (subsidiair 35 dagen vervangende hechtenis) waarvan € 1.000,- voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer van diverse soorten pillen, zonder dat hij over de daarvoor vereiste vergunning beschikte. De door verdachte ingevoerde hoeveelheid pillen is bovendien zodanig dat moet worden aangenomen dat deze bestemd waren voor verdere verspreiding en handel. Zoals bekend, gaat de verspreiding van en handel in illegale middelen vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit. Met deze ongecontroleerde verspreiding, waarbij slechts financieel gewin een rol speelt, wordt bovenal de volksgezondheid in gevaar gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte passend en geboden. Het hof ziet, mede vanwege de bepekte financiële middelen van de verdachte, aanleiding een deel hiervan voorwaardelijk op te leggen, hetgeen de verdachte er tevens van moet weerhouden in de toekomst strafbare feiten te begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag            </emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verzocht om teruggave van de onder de verdachte in beslag genomen pillen. In het dossier bevindt zich een formulier waaruit blijkt dat de verdachte al bij zijn aanhouding afstand heeft gedaan van de in beslag genomen pillen (zie het door de verdachte ondertekende “Bewijs van inname/overdachte goederen”). Het hof zal dan ook geen beslissing nemen over de inbeslaggenomen pillen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 18 van de Geneesmiddelenwet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro)</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">35 (vijfendertig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot <emphasis role="bold">€ 2.000,00</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">30 (dertig) dagen hechtenis</emphasis>, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. N.A. Schimmel en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. M.C.W. van der Voort, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. van Die is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>=========================================================================</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>