<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2020:4122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-21T15:12:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-004023-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:4122">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:4122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-21T15:08:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2020:4122 Gerechtshof Amsterdam , 10-11-2020 / 23-004023-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2020:4122:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging vonnis met aanvulling van gronden. Medeplegen uitvoer van MDMA en medeplegen voorbereidingshandelingen uitvoer heroïne. Verweer tot niet-ontvankelijkverklaring OM dan wel bewijsuitsluiting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2020:4122:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
<parablock>
<para>
afdeling strafrecht
</para>
<para>
parketnummer: 23-004023-18
</para>
<para>
datum uitspraak: 10 november 2020
</para>
</parablock>
<parablock>
<para>
TEGENSPRAAK
</para>
</parablock>
<parablock>
<para>
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 november 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-137090-18 tegen
</para>
</parablock>
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold">
[verdachte01]
</emphasis>
,
</para>
<para>
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1982,
</para>
<para>
adres: [adres01]
</para>
</parablock>
<section>
<title>
Onderzoek van de zaak
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2019 en 27 oktober 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Vonnis waarvan beroep
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de gronden zal aanvullen en de in hoger beroep gevoerde verweren zal bespreken. Voor het overige zal het hof het vonnis bevestigen.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="bold underline">
Verweren ten aanzien van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging dan wel de rechtmatigheid van het verkregen bewijs
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Standpunt verdediging
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Van de zijde van de verdediging is aangevoerd dat
</para>
</parablock>
<orderedlist numeration="arabic">
<listitem>
<para>
de Koninklijke Marechaussee (verder aan te duiden met: KMar) in deze zaak geen opsporingsbevoegdheid zou hebben gehad, nu zich hier geen geval voordoet als bedoeld in artikel 4 van de Politiewet;
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
de KMar met overschrijding van haar bevoegdheid beslag heeft gelegd op een telefoon die de verdachte bij zich droeg en de inhoud daarvan heeft gekopieerd en vastgelegd.
</para>
</listitem>
</orderedlist>
<parablock>
<para>
Op grond hiervan zou sprake zijn van illegale opsporing, waardoor de beginselen van een goede procesorde in de kern zijn geraakt en waarbij bovendien een verregaande inbreuk is gepleegd op het privéleven van de verdachte als bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) – wanneer zou worden aangenomen zoals de rechtbank heeft gedaan dat de telefoon in kwestie geheel en al betrekking heeft op de verdachte. Deze verregaande inbreuk is niet bij de wet voorzien.
</para>
<para>
Het vorenstaande zou in de visie van de verdediging moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging, dan wel tot uitsluiting van het bewijs van het proces-verbaal van onderzoek van de KMar.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Standpunt openbaar ministerie
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen reden is om het openbaar ministerie niet te ontvangen in de vervolging.
</para>
<para>
De leden van de KMar zijn als opsporingsambtenaren genoemd in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) en hebben daarom dezelfde opsporingsbevoegdheden als de politie. Voor zover er sprake is van enige beperking in de politietaken van de KMar op grond van het bepaalde in artikel 4 van de Politiewet maakt dat nog niet dat er in dit geval sprake is van onrechtmatige opsporing.
</para>
<para>
Van een te vergaande inbreuk op de privacy van de verdachte door het aan de in beslag genomen telefoon verrichte onderzoek is geen sprake. Blijkens het ter zake opgemaakte proces-verbaal van 11 juni 2019 zijn alleen in de applicatie Whatsapp voorkomende afbeeldingen bekeken. Dat betreft een zeer beperkt onderzoek, waarvoor bovendien toestemming was verleend door de officier van justitie, zodat artikel 8 EVRM niet is geschonden.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Overwegingen en oordeel hof
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof verwerpt het verweer. Op grond van het bepaalde in de artikelen 141 Sv en 4 Politiewet, in onderlinge samenhang bezien en mede gelet op de totstandkomingsgeschiedenis van de huidige versie van artikel 4 van de Politiewet, geldt dat de KMar een gelijke opsporingsbevoegdheid heeft als de politie, zij het dat haar takenpakket beperkter is. Indien zij echter buiten de grenzen van dat takenpakket handelt, maakt dat de door haar verrichte opsporing nog niet onrechtmatig. Van illegale opsporing is dan ook geen sprake en de door de KMar opgemaakte processen-verbaal hebben de bewijskracht van een proces-verbaal opgemaakt door een opsporingsambtenaar. Voor zover de raadsman nog heeft bedoeld te betogen dat het onderzoek aan de onder de verdachte in beslag genomen Samsung smartphone op zichzelf als onrechtmatig zou hebben te gelden, wordt dit verweer evenzeer verworpen, nu dit onderzoek – wat er ook zij van het al dan niet beperkte karakter daarvan - met toestemming van de officier van justitie heeft plaatsgevonden
<footnote-ref linkend="_3d6cbcba-79db-483e-b339-3958b1269977" />
.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section>
<title>
Nadere bewijsoverweging
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof verenigt zich met de bewijsoverwegingen van de rechtbank in haar vonnis van 8 november 2018 in de zaak met parketnummer 15.137090.18, als weergegeven in paragraaf 3.3.2 van dit vonnis en neemt deze over. Deze bewijsoverwegingen luiden als volgt:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen komt de rechtbank tot de
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
volgende vaststelling van de feiten.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline italic">
Feit 1 primair
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Op 12 juli 2018 wacht [naam01] in het [hotel01] te Amsterdam op
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
zijn kamer met nummer [nummer01] op twee personen die hem privé willen spreken. Omstreeks
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
14:40 uur parkeert er een zwarte Mercedes op het parkeerterrein van voornoemd hotel en uit
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
de auto stappen 3 mannen. Een van de mannen loopt naar de receptie toe, stelt zich voor als
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
mr. [naam02] en vraagt vervolgens naar [naam03] . Deze man heeft een donkerkleurige koffer
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
bij zich. De man krijgt kamernummer [nummer01] door van de receptioniste en hij begeeft zich
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
vervolgens met de koffer naar de kamer van [naam01] . Omstreeks 15:08 uur verlaten
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
voornoemde man, met de koffer, en [naam01] de hotelkamer en stappen zij in de zwarte
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Mercedes. De koffer wordt in de achterbak geplaatst. Ter hoogte van de [adres02] in
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
[plaats01] stappen de man, die zich als mr. [naam02] aan de receptioniste
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
voorstelde en een andere man uit de auto, waarna de Mercedes parkeergarage [garage01]
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
binnenrijdt. Omstreeks 15:35 uur ontvangt de man zich noemende [naam02] van de andere
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
man voor de ingang van reisbureau [reisbureau01] een notitie en draagt deze vervolgens
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
over aan [naam01] , waarna hij wegloopt en de Mercedes wegrijdt.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Ter hoogte van Almere stopt de Mercedes bij een pompstation, waarna verbalisanten
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
besluiten tot aanhouding over te gaan. In de kofferbak van de Mercedes wordt een
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
donkerkleurige koffer aangetroffen en in de koffer wordt achter een dubbele voering MDMA
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
(in pillen) aangetroffen.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
De man zich noemende [naam02] heeft ondertussen de trein gepakt op station [plaats02]
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
en wordt te Zaandam aangehouden en geïdentificeerd als verdachte [verdachte01] .
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
De stelling van verdachte dat hij zich niet als [naam02] heeft voorgedaan wordt op grond
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
van het bovenstaande verworpen.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Onder verdachte is bij zijn aanhouding onder meer een Samsung telefoon aangetroffen. Deze
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
telefoon maakte onder meer gebruik van het Whatsapp account “ [verdachte01] ” met nummer
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
+ [nummer02] . Verdachte heeft verklaard dat voornoemde Samsung niet zijn telefoon was.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Hij weet niet wanneer hij de telefoon in gebruik heeft genomen. Verdachte heeft zijn
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
verklaring - dat de telefoon met bijbehorend telefoonnummer niet van hem was - verder op
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. Daartegenover staat dat bij zijn aanhouding de
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
telefoon in werkende staat onder hem is aangetroffen met daarin een Whatsapp account op
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
zijn naam en voorts dat in de telefoon van medeverdachte [medeverdachte01] voornoemd
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
telefoonnummer wordt aangetroffen, opgeslagen onder de contactnaam [verdachte01] . De
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
rechtbank gaat er dan ook van uit dat de Samsung met het Whatsapp nummer + [nummer02]
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
aan verdachte toebehoorde en hij daarvan gebruik maakte.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Via voornoemd Whatsapp account heeft verdachte in de periode van 10 juli 2017 tot 12 juli
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
2017 contact met een persoon met de naam “ [naam04] " (hierna te noemen
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
[naam04] ). Uit deze conversaties komt naar voren dat op enig moment iemand in het
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
ziekenhuis is, waarna verdachte vervolgens een boardingpass op naam van [naam01] verstuurt
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
voor de reis van Hamburg naar Amsterdam op 10 juli 2018. [naam04] geeft vervolgens aan
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
verdachte het kamernummer door, te weten nummer [nummer01] .
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Op 11 juli 2018 bericht verdachte aan [naam04] dat hij niet wil dat er vanaf Amsterdam wordt
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
gevlogen en dat hij het ticket van Düsseldorf naar Tokyo w il kopen. Later verstuurt hij naar
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
[naam04] een afbeelding van het volledige ticket op naam van [naam01] .
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Op 12 juli 2018 om 14:08 uur bericht [naam04] verdachte [verdachte01] met de vraag of hij bij de
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
man is. Vervolgens maakt verdachte met zijn telefoon om 14:31 uur een foto van een zwarte
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
koffer en verstuurt hij deze naar [naam04] .
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Uit de inhoud en strekking van voornoemde conversaties en het korte tijdsbestek tussen het
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
tijdstip van het maken van de foto van de koffer en het moment waarop verbalisanten
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
verdachte voor het eerst in bezit van de koffer zien, te weten 14:40 uur, is de rechtbank van
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
oordeel dat het niet anders kan dan dat dit de koffer is met MDMA die door verdachte aan
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
[naam01] is overgedragen.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Verdachte heeft voorts contact met de gebruiker van het telefoonnummer + [nummer03] ,
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
hierna verder nnman-1 genoemd. Dit contact bestaat uit zowel spraakberichten als
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
tekstberichten, met onder meer de volgende strekking.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Op 4 juni 2018 vraagt verdachte wat er in de tas verwerkt gaat worden en zegt hij dat het
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
spul verwerkt moet worden in de tas zodat er geen signaal is.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Op 6 juni 2018 zegt verdachte onder meer dat er al vier keer iemand was gestuurd om iets te
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
laten brengen naar Azië en dat hij, verdachte, de mensen naar het hotel bracht, zorgde dat de
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
tas werd afgeleverd en dat hij hen overtuigde om de tas mee te nemen. Ook stuurt hij een
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
bericht dat er iemand gestuurd zal worden om dat ding alsnog op te halen.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Op 9 juli 2018 bericht nnman-1 aan verdachte dat het ticket geregeld wordt voor morgen en
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
dat hij een foto gaat maken en scannen. Later ontvangt verdachte van nnman-1 het ticket op
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
naam van [naam01] .
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Op 11 juli 2018 om 11:43 uur bericht nnman-1 aan verdachte dat hij het ticket voor de
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
persoon wil boeken vanaf Düsseldorf naar Tokyo, omdat er “van dit land zoveel pech is en
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
de reiziger die moest reizen naar Japan is opgepakt".
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Verdachte vraagt om 14:49 uur hoe het gegaan is en zegt dat er niet zoveel tijd meer is en het
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
ticket voor de man gekocht moet worden.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Hierop reageert nnman-1 door te zeggen dat het morgen wordt, omdat hij geen haast wil en
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
het hotel nog moet worden verlengd.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Op grond van de hiervoor besproken feiten en omstandigheden in samenhang met de overige
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat verdachte, gebruik makend van de naam
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
[naam02] , contact heeft onderhouden met [naam01] en voor hem het verblijf in het [hotel01]
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Hotel en het ticket naar Tokyo heeft geregeld. Ook heeft verdachte aan [naam01] de koffer
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
overgedragen met daarin MDMA, teneinde deze naar Tokyo mee te nemen en hem op 12 juli
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
2018 opgehaald van het hotel om hem naar de luchthaven van vertrek in Duitsland te laten
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
afreizen. Ten behoeve van voornoemd transport heeft verdachte via Whatsapp contact
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
onderhouden met zowel [naam04] als de nnman-1, waarbij afspraken zijn gemaakt over het
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
verblijf van [naam01] en de reisroute en er documenten, waaronder de hotelreservering voor het
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
[hotel01] Hotel en tickets op naam van [naam01] , zijn uitgewisseld.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte nauw heeft
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
samengewerkt met anderen om de verdovende middelen Nederland uit te voeren.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="italic">
Dat verdachte ook het opzet heeft gehad op de uitvoer van de verdovende middelen, zijnde
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
MDMA, maakt de rechtbank allereerst op uit de tussen hem en nnman-1 gevoerde
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
gesprekken van begin juni 2018, waaruit blijkt van een heimelijke inhoud van een tas en het
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
faciliteren door verdachte van eerdere koeriers naar Azië en voorts uit de in de telefoon van
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
verdachte aangetroffen afbeeldingen van verdovende middelen, waaronder een foto waarop
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
MDMA afgebeeld is en een foto van een roze pil in de vorm van een Farao die soortgelijk is
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
als het grootste deel van de pillen , aangetroffen in de koffer die door verdachte aan [naam01] is
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
overgedragen.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Verdachte heeft zich ten aanzien van voornoemde omstandigheden beroepen op zijn
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
zwijgrecht, terwijl deze omstandigheden een dermate verdenking in de richting van
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
verdachte opwerpen dat een redelijke verklaring van zijn kant op zijn plaats was geweest.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Daarom is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte wist dat zich in
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
de koffer, die door hem aan [naam01] is overgedragen teneinde deze mee te nemen naar Tokyo,
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
verdovende middelen, zijnde MDMA, bevonden.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
<emphasis role="underline italic">
Feit 2
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Uit onderzoek in de telecom is gebleken dat verdachte conversaties met nnman-1 heeft
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
gevoerd in de periode van 9 mei 2018 tot 30 mei 2018, waarbij onder andere wordt
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
gesproken over een koerier die een tas moet inchecken.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Verdachte stuurt op enig moment een afbeelding van het paspoort van [naam05] naar
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
nnman-1 en zegt daarbij dat dit de man is die daar naartoe zou gaan om het ding op te halen.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Voorts wordt in de telefoon van verdachte een afbeelding van een ticket van die [naam05]
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
aangetroffen voor de reisroute Amsterdam - Portugal - Mozambique - Portugal.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Op 24 mei 2018 wordt [naam05] op de luchthaven in Portugal aangehouden in het bezit van
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
een koffer met daarin 3.200 gram heroïne verwerkt in een dubbele bodem.
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte samen met een ander
</emphasis>
</para>
<para>
<emphasis role="italic">
het vervoer van de onder [naam05] aangetroffen heroïne heeft voorbereid en/of bevorderd.
</emphasis>
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
De verdachte heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat de onder hem in beslag genomen Samsung telefoon (uitsluitend) bij hem in gebruik was. De telefoon zou van ene [naam06] zijn en door de verdachte slechts sporadisch worden geleend. De spraakgesprekken met [naam04] zouden niet door de verdachte zijn gevoerd.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof constateert dat de telefoon in kwestie onder de verdachte is aangetroffen. De verdachte beschikte over de code waarmee deze telefoon geopend kon worden. Op die telefoon bevindt zich een WhatsApp-account dat de verdachte zelf, zo heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep verklaard, van zijn eigen naam [verdachte01] heeft voorzien en waarmee hij gesprekken voerde. Het nummer van de telefoon komt voor in de telefoon van de voormalige medeverdachte [medeverdachte01] , onder de benaming [verdachte01] . Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte meegedeeld dat hij daarmee wordt bedoeld en dat hij voor vrienden en zijn vrouw ook op deze telefoon te bereiken was. De verdachte heeft voorts volgens eigen zeggen met die telefoon foto’s van [naam01] op diens hotelkamer genomen.
</para>
<para>
Onder deze omstandigheden is het aan de verdachte om concreet en geloofwaardig uit te leggen waarom desondanks deze telefoon en alles wat daarop is aangetroffen niet aan hem moet worden toegerekend, maar aan [naam06] . Hij is daarin echter niet geslaagd. Het hof constateert dat de verklaringen die de verdachte op dit punt heeft afgelegd onvoldoende concreet, consistent en geloofwaardig zijn en vaak regelrecht met elkaar in tegenspraak. Zo heeft de verdachte gezegd dat
</para>
</parablock>
<para />
<itemizedlist mark="-">
<listitem>
<para>
de telefoon normaal gesproken bij [naam06] was en diens huis niet verliet
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
hij over de telefoon kon beschikken als [naam06] in Afrika was
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
hij de dag voor zijn aanhouding een bericht op die telefoon had gekregen van zijn vrouw dat zij geld nodig had
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
hij op de dag van zijn aanhouding samen met [naam06] en [medeverdachte01] en de chauffeur van de Mercedes (de taximan) in de hal van het [hotel01] hotel was
</para>
</listitem>
<listitem>
<para>
hij naar de kamer van [naam01] is gegaan maar toen hij vandaar met [naam01] terugkwam, [naam06] was vertrokken.
</para>
</listitem>
</itemizedlist>
<para>
Het observatieteam heeft echter alleen de verdachte, [medeverdachte01] en de chauffeur bij het [hotel01] waar [naam01] logeerde zien verschijnen en vervolgens in de hal gezien. Van een vierde persoon was geen sprake. Deze is ook niet weggegaan terwijl de verdachte op de kamer van [naam01] was. Zo [naam06] er al wel zou zijn geweest – waar het hof op grond van de bevindingen van het observatieteam niet van uit gaat – dan is onbegrijpelijk waarom de verdachte over de Samsung telefoon zou beschikken, die immers volgens zijn eigen opgave het huis van [naam06] niet verliet en door de verdachte alleen werd gebruikt als [naam06] in Afrika was, wat klaarblijkelijk niet het geval was. Waarom en wanneer dan de verdachte de telefoon die dag van [naam06] had gekregen, zijn vragen die de verdachte niet heeft kunnen of willen beantwoorden. Ten slotte acht het hof het niet geloofwaardig dat de verdachte op een telefoon die door hem sporadisch wordt geleend de tenaamstelling van een bestaand WhatsApp-account in zijn eigen naam veranderd zou hebben, terwijl evenmin te begrijpen is waarom zijn vrouw als ze geld nodig had een bericht zou sturen naar een telefoon van een ander, terwijl ze de verdachte daarover gewoon op zijn Nokia had kunnen bellen.
</para>
<para />
<parablock>
<para>
Op grond van al het vorenstaande en in aanvulling op wat de rechtbank hierover al heeft overwogen, komt het hof tot de conclusie dat de onder de verdachte in beslag genomen telefoon zijn eigen telefoon betreft en dat de inhoud daarvan aan hem kan worden toegerekend. Dat hij de telefoon mogelijk ook wel eens door iemand liet gebruiken, maakt het vorenstaande niet anders. Het voorwaardelijk verzoek om stemherkenning te laten verrichten ten aanzien van de op die telefoon aangetroffen spraakberichten wordt dan ook afgewezen, nu het hof hier gelet op het vorenstaande geen noodzaak voor ziet.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
</section>
<section role="beslissing">
<title>
BESLISSING
</title>
<para />
<parablock>
<para>
Het hof:
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
</para>
</parablock>
<para />
<para />
<parablock>
<para>
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.L. Bruinsma, mr. E. van Die en mr. P.H.M. Kuster, in tegenwoordigheid van mr. L. Gouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 november 2020.
</para>
</parablock>
<para />
<parablock>
<para>
Mr. J.L. Bruinsma en mr. P.H.M. Kuster zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
</para>
</parablock>
</section>
<footnote id="_3d6cbcba-79db-483e-b339-3958b1269977" label="1">
<para>
Proces-verbaal van 12 juli 2018 opgemaakt op ambtsbelofte door [naam07] (p.16 map B)
</para>
<para />
<para />
</footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>