<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2020:4120</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-07T15:56:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-003950-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:4120">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:4120</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-10-07T15:54:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2020:4120 Gerechtshof Amsterdam , 24-07-2020 / 23-003950-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2020:4120:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging vonnis met aanvulling motivering. Beoordeling of gedraging van seksuele aard is en daarmee valt aan te merken als ontuchtige handeling als bedoeld in art. 247 Sr.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2020:4120:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-003950-19 </para>
    <para>datum uitspraak: 24 juli 2020 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 oktober 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-669061-19 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978, </para>
    <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>10 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de motivering zal aanvullen zoals hierna weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Aanvulling motivering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof deelt de opvatting van de rechtbank dat het zoenen van een onbekend kind op of rond de mond zonder toestemming van de ouder in strijd is met de sociaal-ethische norm, maar dat tevens beoordeeld moet worden of de gedraging ook van seksuele aard was en daarmee valt aan te merken als een ontuchtige handeling als bedoeld in artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit is afhankelijk van de aard van de gedraging en de omstandigheden van het geval. In dit verband overweegt het hof dat het zoenen van een kind op de mond een seksuele strekking kan hebben, maar het tevens een gedraging is die in familieverband geschiedt ter begroeting of ten afscheid, dan wel plaatsvindt om uiting te geven aan gevoelens van vreugde, ontroering of genegenheid. Zelfs is het zo dat het voorkomt dat kinderen uit vertedering gezoend of aangeraakt worden door wildvreemde mensen zonder toestemming van de ouder(s), zeker als zij nog klein en aandoenlijk zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangezien een zoen op de mond niet altijd een seksuele strekking heeft, komt doorslaggevende betekenis toe aan de context waarbinnen de gedraging is geschied en de bedoeling van de verdachte. Het enkele feit dat de verdachte een onbekende was voor het kind en zijn moeder, maakt een zoen op de mond – naar het oordeel van het hof – nog niet per definitie seksueel van aard. Dat zou anders liggen wanneer het een tongzoen zou betreffen, maar dat is in casu niet bewezenverklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook de overige omstandigheden van het geval moeten in ogenschouw worden genomen. </para>
      <para>In dit verband overweegt het hof dat de gedraging heeft plaatsgevonden in het openbaar, in bijzijn van moeder en het winkelpersoneel. Dit is relevant nu ongeoorloofde seksuele gedragingen zich veelal afspelen buiten het (directe) zicht van anderen om ontdekking te voorkomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De conclusie is dat nergens uit blijkt dat de verdachte seksuele bedoelingen had met het kind. Eerder is er sprake van contra-indicaties daarvoor. Dat de verdachte zich achteraf voor het gebeurde lijkt te schamen en ontkent het kind te hebben aangeraakt, betekent niet dat zijn bedoelingen ten tijde van de gedraging een seksuele strekking hadden. Naar het oordeel van het hof kan derhalve niet worden bewezen dat de zoen van de verdachte ontuchtig was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten overvloede overweegt het hof nog dat het voorgaande niet betekent dat (kleine) kinderen of hun ouders dit soort gedragingen maar moeten dulden. Een zedenmisdrijf als bedoeld in artikel 247 Sr levert de bewezenverklaarde gedraging evenwel niet op. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L. Leenaers, mr. J.L. Bruinsma en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. S.W.H. Bootsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van </para>
      <para>24 juli 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. M.J. Dubelaar is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>=========================================================================</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>