<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2020:4101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-27T13:48:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001882-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:4101">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:4101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-27T13:47:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2020:4101 Gerechtshof Amsterdam , 22-12-2020 / 23-001882-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2020:4101:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OM niet-ontvankelijk in hoger beroep. Overschrijding termijn indienen appelschriftuur ex 410 lid 1 Sr.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2020:4101:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-001882-20 </para>
    <para>datum uitspraak: 22 december 2020 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Alkmaar) van 20 augustus 2020 in de strafzaak onder de parketnummers 15-123700-20 en 15-141609-19 (TUL) tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002, </para>
    <para>adres: [adres 1],</para>
    <para>thans uit anderen hoofde gedetineerd in [adres 2].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 december 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman en de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is door de kinderrechter op 20 augustus 2020 bij voormeld vonnis vrijgesproken van het in eerste aanleg ten laste gelegde, ambtsdwang als bedoeld in artikel 179 van het wetboek van Strafrecht. Op 1 september 2020 heeft het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld. Op 20 oktober 2020 heeft de officier van justitie een schriftuur ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, nu de appelschriftuur niet tijdig is ingediend en het belang van het appel in onderhavig geval niet prevaleert boven het belang van sanctionering van het verzuim. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft eveneens gevorderd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk is in het ingestelde hoger beroep, daar het belang van strafvordering in dit appel niet zwaarder weegt dan de geschonden wetsbepaling nu voor de aanzienlijke overschrijding daarvan door het openbaar ministerie geen zwaarwegende redenen kunnen worden gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat de officier van justitie niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep een schriftuur heeft ingediend bij de griffie van de rechtbank, zodat de daarvoor in artikel 410 lid 1 Wetboek van Strafvordering gestelde termijn met circa 5 weken is overschreden.</para>
      <para>Gehoord de advocaat-generaal, die in hoger beroep opnieuw een belangenafweging heeft gemaakt en die aangeeft dat er geen goede reden is voor de termijnoverschrijding in deze zaak, is het hof van oordeel dat dit dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het ingestelde hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. D. Radder en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. L. Pothast, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 december 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>