<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2020:4068</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-27T12:56:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002562-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:4068">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:4068</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-27T12:54:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2020:4068 Gerechtshof Amsterdam , 21-07-2020 / 23-002562-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2020:4068:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mishandeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2020:4068:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-002562-19 </para>
    <para>datum uitspraak: 21 juli 2020 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 juli 2019 in de strafzaak onder parketnummer </para>
    <para>15-072019-19 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985, </para>
    <para>adres: [adres]</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 7 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal vrijspreken van het hem ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de zaak in hoger beroep, rekening houdend met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, heeft het hof evenwel niet gebracht tot andere beslissingen dan de politierechter. Het vonnis waarvan beroep zal daarom worden bevestigd, met dien verstande dat het hof een nadere overweging met betrekking tot het door de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde bewijsverweer opneemt en het voorwaardelijk verzoek tot het horen van de aangever bespreekt. Het hof vervangt voorts het woord “<emphasis role="italic">veroordeling</emphasis>” in de laatste volzin van de tweede alinea onder paragraaf 6 op p. 7 van het aantekening mondeling vonnis door “<emphasis role="italic">strafbeschikking</emphasis>”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Nadere overweging met betrekking tot het gevoerde bewijsverweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte vrijspraak bepleit. Volgens de verdachte heeft hij aangever geduwd omdat deze hem de weg blokkeerde en daarom was er sprake van een noodweersituatie. Het dossier bevat onvoldoende steunbewijs voor de lezing van de aangever. De punten uit de eerste verklaring van de getuige [getuige] bij de politie, die de aangifte ondersteunen, worden onderuit gehaald door haar latere verklaring bij de raadsheer-commissaris, waarin zij aangeeft geen geweldshandelingen te hebben gezien. Zij verklaart door de aangever onder druk te zijn gezet om in zijn voordeel te verklaren. Daarom is de aangifte onbetrouwbaar en mag deze niet voor het bewijs worden gebruikt. Het letsel bij aangever kan ook zijn ontstaan door de gebeurtenissen zoals de verdachte in zijn lezing beschreven, aldus de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de raadsman en met de politierechter is het hof van oordeel dat de aangifte voldoende betrouwbaar is. Daarbij neemt het hof in overweging dat de aangifte op belangrijke punten wordt ondersteund door de eerste verklaring van getuige [getuige] bij de politie. Het hof acht ook deze verklaring geloofwaardig, nu deze door de getuige vrijwel onmiddellijk na het incident en ter plekke tegenover een opsporingsambtenaar is afgelegd. Deze verklaring komt voorts op specifieke details overeen met de verklaring van de aangever. Het is onaannemelijk dat in die korte tijdspanne afstemming op detailniveau tussen de aangever en de getuige heeft plaatsgevonden. Het hof hecht geen geloof aan de later door de getuige bij de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring. Deze laatste verklaring, waarin de eerdere verklaring overigens niet op alle onderdelen wordt herroepen, vindt geen ondersteuning in het dossier, waar dit bij de eerste bij de politie afgelegde verklaring wel het geval is. Verder merkt het hof op dat de verklaring van de aangever, naast de verklaring van getuige [getuige] tegenover de politie, ook steun vindt in het bij de aangever geconstateerde letsel (te weten letsel op verschillende plekken in het gezicht en op het lichaam, alsmede een gebroken tand). Het hof is van oordeel dat het door de verdachte geschetste (noodweer)-scenario niet aannemelijk is geworden. Het verweer wordt verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Voorwaardelijk verzoek horen aangever</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de raadsman is ter terechtzitting in hoger beroep een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van de aangever [aangever]. Daartoe is aangevoerd dat het horen van de aangever als getuige noodzakelijk is om de betrouwbaarheid van zijn verklaring te toetsen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt dat, gelet op hetgeen hiervoor met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aangifte is overwogen, de grond voor het verzoek is komen te ontvallen. Nu ook overigens gelet op de onderbouwing van het verzoek door de verdediging de noodzaak tot het horen van aangever als getuige niet is gebleken, wijst het hof het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C. Fetter, mr. M.J.A. Plaisier en mr. J.J.J. Schols, in tegenwoordigheid van mr. L. Pothast, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 21 juli 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>=========================================================================</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>