<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2020:3760</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T06:46:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.274.386/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2021/31</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2021/30</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:3760">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:3760</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-05T14:46:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2020:3760 Gerechtshof Amsterdam , 11-12-2020 / 200.274.386/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2020:3760:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vergoeding van de onderzoeker</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2020:3760:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking</para>
      <para>___________________________________________________________________ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.274.386/01 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 11 december 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [....] ,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B] .</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [....] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKSTERS</emphasis>,</para>
      <para>advocaten: <emphasis role="bold">mr. F. Eikelboom </emphasis>en<emphasis role="bold"> mr. W.A. Vader</emphasis>, beiden kantoorhoudende te Amsterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WAGENBORG BULK TERMINAL B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Delfzijl,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaten: <emphasis role="bold">mr. W.F.W. Timmer </emphasis>en<emphasis role="bold"> mr. J.L. de Hoop</emphasis>, beiden kantoorhoudende te Groningen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n t e g e n </para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">KONINKLIJKE WAGENBORG B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Delfzijl,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WAGENBORG STEVEDORING B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Delfzijl,</para>
    </parablock>
    <para>3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WABOR B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Delfzijl,</para>
    </parablock>
    <para>4. 	<emphasis role="bold">[C]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>	wonende te [....] , </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDEN</emphasis>,</para>
      <para>advocaten: <emphasis role="bold">mr. W.F.W. Timmer </emphasis>en<emphasis role="bold"> mr. J.L. de Hoop</emphasis>, beiden kantoorhoudende te Groningen, </para>
    </parablock>
    <para>5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [D]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [....] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDE</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">R.H. Knegtering</emphasis>, kantoorhoudende te Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>In het vervolg zullen verzoeksters, verweerster en belanghebbenden (ook) als volgt worden aangeduid:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [A] met [A] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [B] . met [B] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Wagenborg Bulk Terminal B.V. met WBT;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Koninklijke Wagenborg B.V. met Wagenborg;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Wagenborg Stevedoring B.V. met Wagenborg Stevedoring;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Wabor B.V. met Wabor;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [D] met [D] ; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>WBT, Wagenborg, Wagenborg Stevedoring, Wabor en [C] met WBT c.s.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 25 mei, 26 mei 2020, 25 juni 2020, 26 oktober 2020 en 4 december 2020.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij beschikking van 25 mei 2020 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van WBT over de periode vanaf 1 januari 2019. Bij wijze van onmiddellijke voorziening heeft de Ondernemingskamer een bestuurder van WBT benoemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Bij beschikking van 26 mei 2020 zijn mr. J.A. van der Have (verder: mr. Van der Have) als bestuurder en drs. P.J. Schimmel RA CFE  (verder: onderzoeker) als onderzoeker aangewezen zoals bedoeld in beschikking van 25 mei 2020.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Bij beschikking van 25 juni 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 27.000,  de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Bij beschikking van 26 oktober 2020 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd en vastgesteld op € 33.250, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>Bij e-mail van 3 december 2020 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Met het oog op de vaststelling van diens vergoeding heeft de onderzoeker bij de e-mail een specificatie van de aan het onderzoek bestede uren gevoegd. Deze specificatie sluit op een bedrag van €32.812,50. De onderzoeker heeft laten weten genoegen te nemen met vaststelling van de vergoeding op €32.250, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>Bij de beschikking van 4 december 2020 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het op die dag ter griffie neergelegde verslag met bijlagen van het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van WBT ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden en zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9</nr>
      <para>Bij e-mail aan de Ondernemingskamer van 8 december 2020 heeft mr. De Hoop namens WBT c.s. laten weten zich te kunnen verenigen met het bedrag dat door de onderzoeker in rekening is gebracht.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.10</nr>
      <para>Bij e-mails aan de Ondernemingskamer van 10 december 2020 hebben mr. Knegtering namens  [D]  en  mr. Eikelboom namens [B] en [A] laten weten geen bezwaar te hebben  tegen het bedrag dat door de onderzoeker in rekening is gebracht.   </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de door de onderzoeker verzochte vergoeding van € 32.250, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, het onderzoeksbudget niet overschrijdt, tegen het verzoek geen bezwaren zijn ontvangen en het verzoek de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal zij de vergoeding van de onderzoeker  overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW vaststellen op het bedrag van € 32.250, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 32.250, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. M.A. Scheltema en drs. V.G. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2020. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>