<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2020:2945</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-28T11:10:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.269.899/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:2945">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:2945</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-28T11:10:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2020:2945 Gerechtshof Amsterdam , 03-11-2020 / 200.269.899/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2020:2945:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Europese verordening vergoeding bij vertraging vluchten (Verordening 261/2004) - stelplicht - zie ook nr. 200.269.754 en 200.269.815.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2020:2945:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM   </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 	: 200.269.899/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer rechtbank Amsterdam	: 7495307 CV EXPL 19-2415</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 3 november 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht <emphasis role="bold">AIRHELP LIMITED</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Hong Kong,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>advocaat: mr. D.E. Lof te Nieuw-Vennep,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Amstelveen,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>advocaat: mr. M. Lustenhouwer te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna Airhelp en KLM genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Airhelp is bij dagvaarding van 19 november 2019 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 3 september 2019, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen Airhelp als eiseres en KLM als gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De appeldagvaarding, met één productie, bevat tevens de (enige) grief. Airhelp heeft in die dagvaarding geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en haar vordering alsnog zal toewijzen, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van KLM in de kosten van het geding in beide instanties.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>KLM heeft een memorie van antwoord genomen waarin zij - zo verstaat het hof - concludeert tot bekrachtiging, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van Airhelp in de kosten van het hoger beroep, met nakosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben de zaak ter zitting van 8 juni 2020 doen bepleiten, Airhelp door mr. Lof voornoemd en KLM door mr. Lustenhouwer voornoemd, ieder aan de hand van aantekeningen die zijn overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte is arrest gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als enerzijds gesteld en anderzijds niet betwist, is het volgende komen vast te staan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [passagier 1] , [passagier 2] , [passagier 3] , [passagier 4] , [passagier 5] en [passagier 6] (hierna: de passagiers) hadden bij Delta Air Lines, een Amerikaanse luchtvaartmaatschappij (hierna Delta) een bevestigde boeking voor de volgende vluchten:</para>
      <para />
      <para>- DL 2466 Phoenix, VS (“PHX”) - Atlanta, VS (“ATL”) op 25 juni 2018;</para>
      <para>- DL 70 Atlanta - Amsterdam (“AMS”) met vertrek op 25 juni 2018 en aankomst op 26 juni 2018;</para>
      <para>- DL 9349 Amsterdam - Kilimanjaro, Tanzania (“JRO”) op 26 juni 2018.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het laatste gedeelte van de vlucht (Amsterdam-Kilimanjaro) is uitgevoerd door KLM onder vluchtnummer KL 571. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Airhelp heeft compensatie van KLM gevorderd, welke tot op heden niet is betaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In eerste aanleg heeft Airhelp gevorderd dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, KLM veroordeelt, samengevat: </para>
      <para />
      <para>1. tot betaling van € 3.600,- vermeerderd met de wettelijke rente;</para>
      <para>2. tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 540,-;</para>
      <para>3. tot betaling van de kosten van dit geding, met wettelijke rente.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan deze vordering heeft Airhelp ten grondslag gelegd dat de passagiers op een door KLM uitgevoerde vlucht (KL 571) vertraging hebben opgelopen omdat hen de toegang tot de vlucht is geweigerd, waardoor zij met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming (Kilimanjaro) zijn aangekomen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft de vordering afgewezen en Airhelp in de proceskosten veroordeeld. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt Airhelp op in hoger beroep onder aanvoering van één grief. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>KLM heeft betwist dat de passagiers het beweerdelijk aan hen toekomende vorderingsrecht rechtsgeldig hebben overgedragen aan Airhelp. Ter onderbouwing van de vordering worden slechts een <emphasis role="italic">assignment form</emphasis> en een boekingsbevestiging overgelegd. Weliswaar heeft Airhelp in eerste aanleg (doch eerst bij repliek) kopieën van paspoorten overgelegd, maar drie <emphasis role="italic">assignment forms</emphasis> zijn door dezelfde persoon getekend. Van KLM kan niet gevergd worden dat zij zelf contact opneemt met de passagiers om te verifiëren of de passagiers het vorderingsrecht hebben overgedragen en op zoek gaat naar de ontbrekende informatie. Daar komt bij dat het opnemen van contact vaak hoe dan ook niet mogelijk is omdat KLM niet beschikt over de contactgegevens van de passagiers, er onvoldoende gegevens zijn aangeleverd, namen niet juist zijn gespeld of onjuiste vlucht informatie is aangeleverd, aldus steeds KLM. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof overweegt als volgt. Bij gelegenheid van de regiezitting is met partijen afgesproken dat het hof zich, in een door partijen daartoe uit te zoeken “<emphasis role="italic">bare minimum</emphasis>” zaak uit de grote hoeveelheid beschikbare zaken, (mede) zou uitlaten over de vraag, of Airhelp had voldaan aan haar stelplicht, inclusief de onderbouwing met stukken. In deze zaak heeft Airhelp zich tot het minimum beperkt, doch wel de <emphasis role="italic">assignment forms</emphasis> van de zes passagiers overgelegd, alsmede (bij repliek) kopieën van hun paspoorten. </para>
        <para>De <emphasis role="italic">assignment forms</emphasis> luiden steeds: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">The client hereby assigns to AirHelp full ownership and legal title to his/her Claim pursuant to Regulation 261/04 and the Montreal Convention 1999 in relation to the above operated flight(s) identified by the booking reference pursuant to the T&amp;C.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">The Client authorizes AirHelp to request the operating carrier not to process his/her personal data in relation to the Claim pursuant to applicable personal data protection laws, except only to verify the Claim.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">The Client understands that this means that he/she cannot accept any direct contact or payment from the operating carrier.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">If the assignment pursuant to this assignment form is declared invalid for any reason, the assignment form shall be considered a power of attorney granted by the Client to AirHelp, pursuant to which AirHelp is granted exclusive power, with full substitution right, to</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">- 	represent the Client legally before third parties in relation to the Claim;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-	obtain every type of information required, as well as to initiate information requests with respect to any civil or administrative law proceeding and to initiate complaints with the respective courts or administrative bodies responsible for the enforcement of air passenger rights regulation on behalf of the Client;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-	initiate, conduct and undertake every type of negotiations as well as legal - judicial and extrajudicial - measures appropriate to collect Client's Claim from the operating carrier;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-	request the operating carrier not to process his/her personal data in relation to the Claim pursuant to applicable personal data protection laws, except only to verify the Claim;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">-	collect and receive payments in relation to the Claim on the Client’s behalf.</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Met de overlegging van het desbetreffende <emphasis role="italic">assignment form</emphasis> en een kopie van het paspoort per passagier heeft Airhelp voldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die het oordeel kunnen dragen dat de vorderingen van de passagiers aan haar zijn overgedragen. KLM heeft onvoldoende gemotiveerd aangevoerd dat (naar enig in aanmerking komend recht) op redelijke gronden moet worden betwijfeld dat zij door betaling aan Airhelp van haar betalingsverplichting zal zijn bevrijd (dan wel, in voorkomend geval, dat zodanige onzekerheid bestaat dat zij betaling kan opschorten), vgl. ECLI:NL:GHAMS:2020:713, rov. 4.10. Ook de omstandigheid dat een passagier het formulier voor twee medepassagiers heeft ondertekend brengt in dit geval geen redelijke grond voor dergelijke twijfel met zich, nu mede uit de overgelegde paspoorten genoegzaam volgt dat de moeder als wettelijk vertegenwoordiger namens haar (minderjarige) kinderen heeft getekend. Overigens heeft te gelden dat voor zover KLM de authenticiteit van de handtekening(en) betwist op haar de stelplicht en bewijslast rusten. Gelet op het voorgaande dient het ervoor te worden gehouden dat Airhelp vorderingsgerechtigd is. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Uit de inleidende dagvaarding (onder 2. en 7.) volgt dat Airhelp compensatie vordert omdat de passagiers als gevolg van de instapweigering met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming (Kilimanjaro) zijn aangekomen. De afstand van de totale reis bedraagt 6.900 km zodat de passagiers uit hoofde van art. 7 Verordening (EG) 261/2004 van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: Verordening 261/2004) recht hebben op een vergoeding van € 3.600,- (6 x € 600,-). De appeldagvaarding noemt als grondslag voorts annulering, maar die vermelding berust kennelijk op een misslag, zodat deze grondslag en het daartegen gevoerde verweer geen verdere bespreking behoeven. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>KLM heeft zich op het standpunt gesteld dat Verordening 261/2004 toepassing mist, onder verwijzing naar het bepaalde in art. 3 lid 1 Verordening 261/2004 en rechtspraak van het Europese Hof van Justitie. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vast staat dat de passagiers beschikten over een bevestigde boeking bij Delta (bijl. 1 bij inleidende dagvaarding), waarbij het ging om rechtstreeks aansluitende vluchten waarvan de aanvankelijke plaats van vertrek en de eindbestemming beide buiten de Europese Unie gelegen waren. In dat geval is Verordening 261/2004 niet van toepassing (art. 3 lid 1 van de verordening, vgl. HvJ EU 11 juli 2019, C.S. c.s., C-502/18, rechtsoverweging 16). In het midden kan blijven of de passagiers een vervoersovereenkomst met KLM hadden, zoals Airhelp stelt en KLM betwist. Immers, nu de eindbestemming niet een luchthaven was op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag (VWEU) van toepassing is, is art. 3 lid 1 onder b ook niet van toepassing als KLM, als communautaire vervoerder, wel partij was. <?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Het voorgaande brengt met zich dat de grief faalt. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. Airhelp zal als in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Airhelp in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van KLM begroot op € 741,- aan verschotten en € 1.518,- voor salaris en op € 157,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 82,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, D. Kingma en W.A.H. Melissen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 3 november 2020.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>