<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2020:2874</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-29T21:14:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.283.838/02</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:2874">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:2874</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-29T18:17:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2020:2874 Gerechtshof Amsterdam , 16-10-2020 / 200.283.838/02</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2020:2874:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de wrakingskamer nu het verzoek zich richt tegen de wrakingskamer als zodanig en nog geen raadsheren voor de behandeling van het wrakingsverzoek in de hoofdzaak bekend zijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2020:2874:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer			: 200.283.838/02 </para>
      <para>zaaknummers hoofdzaak	: K20/230161 tot en met K20/230164 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de wrakingskamer van 16 oktober 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake het verzoek tot wraking van de wrakingskamer van 5 oktober 2020, gedaan door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] (hierna: verzoeker), </para>
      <para>bijgestaan door mr. P.L.G. Rens (hierna: advocaat). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De hoofdzaak betreft een procedure krachtens artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering. Verzoeker heeft op 6 september 2019 (K20/230161), 30 juli 2019 (K20/230162), 6 juni 2019 (K20/230163) en 27 juni 2019 (K20/230164) ter griffie klaagschriften ingediend, gericht tegen de beslissingen van de officier van justitie tot niet vervolgen van de personen wier vervolging wordt verlangd (te weten respectievelijk [naam 1], drie raadsheren in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, [naam 2] en de advocaat-generaal bij het ressortsparket Arnhem-Leeuwarden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De behandeling van deze klaagschriften in raadkamer staat gepland op 28 oktober 2020. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op 10 september 2020 is bij het gerechtshof Amsterdam een – door het hof als voorwaardelijk aangemerkt – verzoek tot wraking binnengekomen van de raadsheren in genoemde zaken met nummers K20/230161 tot en met K20/230164. Op 29 september 2020 heeft de wrakingskamer ontvangen een e-mailbericht van de advocaat van verzoeker, waaruit wordt opgemaakt dat het op 10 september 2020 gedane verzoek een onvoorwaardelijk verzoek tot wraking betreft. De wrakingskamer heeft daarop op 30 september 2020 aan de raadsman te kennen gegeven dat de behandeling van het verzoek tot wraking zal worden gepland. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Op 5 oktober 2020 heeft de wrakingskamer van verzoeker een verzoek tot wraking van de wrakingskamer, gedateerd 4 oktober 2020, ontvangen. Het verzoek richt zich tegen de raadsheren die het wrakingsverzoek zullen behandelen. Het verzoek houdt – kort gezegd – in dat de wrakingskamer wordt gewraakt omdat – in de woorden van verzoeker – <emphasis role="italic">‘zij de zitting moedwillig hebben vertraagd, zij de boel bedriegen in hun e-mail en mij en mijn advocaat onheus bejegenen’</emphasis></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het wrakingsverzoek </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Voor de procedureregels zoekt het hof aansluiting bij het bepaalde in de artikelen 512 Sv en volgende.<?linebreak?>Artikel 512 Sv – voor zover hier van belang – houdt in dat op verzoek van de verdachte (of, zoals in dit geval een klager/verzoeker) elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
        <para>Op grond van art. 513, lid 2 Sv dient het verzoek gemotiveerd te worden gedaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Aan verzoeker moet worden toegegeven dat uit het door hem op 10 september 2020 ingediende wrakingsverzoek, bij nauwkeurige lezing, niet blijkt dat het om een voorwaardelijk verzoek gaat. Uit de door verzoeker in zijn toelichting gebruikte bewoordingen <emphasis role="italic">(‘Ik geef aan binnen twee weken uitsluitsel te willen (…). Als zij mijn vordering zouden afwijzen zou ik: - de raadsheren wraken (…)’)</emphasis> is dat bij de intake van het wrakingsverzoek kennelijk abusievelijk wel zo opgevat.</para>
        <para>Na ontvangst van de e-mail van mr. Rens van 29 september 2020, die duidelijk maakte dat het om een onvoorwaardelijk wrakingsverzoek ging, is het verzoek meteen in behandeling genomen, zoals blijkt uit de op 30 september 2020 door de griffier aan mr. Rens gezonden e-mail.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Voor de behandeling van het door verzoeker op 10 september 2020 ingediende wrakingsverzoek was nog geen behandeldatum gepland. Evenmin waren er al raadsheren aangewezen voor de behandeling. Aangezien het verzoek zich richt tegen de wrakingskamer als zodanig, en nog geen raadsheren voor de behandeling van het wrakingsverzoek in de hoofdzaak bekend zijn, doet de wrakingskamer het onderhavige verzoek zonder mondelinge behandeling af en zal het verzoek kennelijk-niet ontvankelijk worden verklaard. Uit de hiervoor onder 2.2. geschetste gang van zaken blijkt dat sprake is van een evident misverstand bij de intake van het wrakingsverzoek dat voldoende voortvarend is rechtgezet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Dit leidt tot de volgende beslissing. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de wrakingskamer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 16 oktober 2020 gegeven door mrs. A.N. van de Beek, A.M. van Amsterdam en H.A. van den Berg, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool, griffier, en bij afwezigheid van de oudste en jongste raadsheer door de voorzitter en de griffier ondertekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>