<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2020:2868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T19:13:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.211.225/01 en 02 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2020/199</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:2868">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:2868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-05T14:55:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2020:2868 Gerechtshof Amsterdam , 26-10-2020 / 200.211.225/01 en 02 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2020:2868:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>OK; Enquête; beëindiging enquête en onmiddellijke voorzieningen wegens minnelijke regeling; 2:345, 350 BW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2020:2868:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="e1e814a9-2bf1-49ba-ab3b-e4967d27e0ae" depth="166" width="250" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>beschikking</para>
      <para>___________________________________________________________________ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 200.211.225/01 en 02 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 26 oktober 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [....] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKER</emphasis>,</para>
      <para>advocaten: <emphasis role="bold">mrs. T.S. Jansen </emphasis>en <emphasis role="bold">A.S. van der Heide</emphasis>, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">RABAT BEHEER B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTER</emphasis>,</para>
      <para>aanvankelijk niet verschenen, </para>
      <para>thans advocaat: <emphasis role="bold">mr. W. Buikstra</emphasis>, kantoorhoudende te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n  t e g e n </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">B.V. HANDELMAATSCHAPPIJ “BERG EN DAL”</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para>2. <emphasis role="bold">[B]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [....] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDEN,</emphasis>
      </para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. M.B. Bollen</emphasis>, kantoorhoudende te Almelo (voorheen: mr. E.M. Soerjatin), </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n  t e g e n </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ERGO MANAGEMENT B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Wassenaar,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDE</emphasis>,</para>
      <para>advocaten: <emphasis role="bold">mrs. T.S. Jansen </emphasis>en <emphasis role="bold">A.S. van der Heide</emphasis>, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 18 en 20 juli 2017, 1 juni 2018, en 5 en 7 augustus 2019 in deze zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij de beschikkingen van 18 en 20 juli 2017 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Rabat Beheer B.V. (hierna: Rabat) over de periode vanaf 1 juli 2016, mr. G.C. Endedijk (hierna: Endedijk) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding, voor zover nodig in afwijking van de statuten – mr. J.G. Princen (hierna: Princen) benoemd tot derde bestuurder van Rabat met beslissende stem en bepaald dat Princen zelfstandig bevoegd is Rabat te vertegenwoordigen en dat zonder Princen Rabat niet vertegenwoordigd kan worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij beschikking van 1 juni 2018 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het bij de beschikking van 18 juli 2017 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Rabat ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 35.000 (exclusief btw). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Bij beschikking van 5 augustus 2019 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang en zakelijk weergegeven – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding bepaald dat:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>B.V. Handelmaatschappij “Berg en Dal” en Ergo Management B.V. zijn geschorst als bestuurders van Rabat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>één-derde van de door [B] en één-derde van de door [A] gehouden aandelen in Rabat ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de algemene vergadering van Rabat, zo nodig in afwijking van de statuten, alle besluiten bij volstrekte meerderheid kan nemen en zonder dat een quorum vereist is;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>indien en voor zover [B] en [A] wensen over te gaan tot splitsing van Rabat, zij zich daarover slechts met Princen en met de beheerder van aandelen zullen kunnen verstaan door tussenkomst van een fiscalist en/of een advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Rabat de redelijke en in redelijkheid gemaakte kosten van verweer van Princen en van de beheerder van aandelen, ter zake de vaststelling van aansprakelijkheid vanwege onbehoorlijke taakvervulling, betaalt en dat dit ook geldt voor de kosten van verweer tegen tuchtklachten of strafrechtelijke aangiften;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Princen daartoe tweemaal een bedrag van € 250.000 mag separeren uit Rabat, zo nodig door het bewerkstelligen van een dividenduitkering door een dochtervennootschap van Rabat en dat hij deze bedragen op door hem te bepalen voorwaarden in <emphasis role="italic">escrow</emphasis> mag plaatsen ten behoeve van vorenbedoelde kosten van verweer van Princen en de beheerder van aandelen. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Bij beschikking van 7 augustus 2019 heeft de Ondernemingskamer mr. J.C. Jaakke (hierna: Jaakke) benoemd als beheerder van aandelen als bedoeld in de beschikking van 5 augustus 2019.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>Bij e-mail van 15 oktober 2020 heeft Princen, mede namens Jaakke en Endedijk, de Ondernemingskamer bericht dat het geschil tussen partijen is afgewikkeld met een verdeling van de onroerende zaken en gelden tussen de aandeelhouders door middel van een juridische splitsing van Rabat en verzocht hen uit hun respectievelijke functies van bestuurder, beheerder van aandelen en onderzoeker te ontheffen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>Bij e-mail van 19 oktober 2020 zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het ontheffingsverzoek alsmede over de voortzetting van de procedure wanneer het verzoek wordt toegewezen. Van partijen is geen reactie ontvangen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu partijen een regeling hebben getroffen, er geen bezwaren zijn ontvangen tegen het verzoek tot beëindiging van het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen en de Ondernemingskamer voorts niet is gebleken van enig belang dat zich tegen toewijzing van het verzoek verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen aldus dat zij het bij de beschikking van 18 juli 2017 bevolen onderzoek en de, tevens bij beschikking van 5 augustus 2019, getroffen onmiddellijke voorzieningen zal beëindigen, een en ander met ingang van heden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 18 juli 2017  bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Rabat Beheer B.V.; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikkingen van 18 juli 2017 en 5 augustus 2019 getroffen onmiddellijke voorzieningen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. A.W.H. Vink, raadsheren en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en drs. M.A. Scheltema, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 26 oktober 2020. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>