<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2020:2735</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-28T07:10:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.242.615/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2020/200</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:2735">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:2735</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-28T07:09:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2020:2735 Gerechtshof Amsterdam , 13-10-2020 / 200.242.615/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2020:2735:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kopje volgt</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2020:2735:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>__________________________________________________________________ </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer			: 200.242.615/01 OK </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer rechtbank Den Haag		: C/09/528762/HA ZA 17-295</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>arrest van 13 oktober 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats 1] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EISERES IN HET INCIDENT EX 843a RV</emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">APPELLANTE IN HET PRINCIPAAL APPEL</emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">TEVENS GEÏNTIMEERDE IN HET INCIDENTEEL APPEL</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: voorheen mr. W. Altenaar, thans <emphasis role="bold">mr. J.C. Debije</emphasis>, kantoorhoudende te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats 2] ,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde 2] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats 3] ,</para>
    </parablock>
    <para>3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde 3] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats 3] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTERS IN HET INCIDENT EX 843a RV</emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">GEЇNTIMEERDEN IN HET PRINCIPAAL APPEL</emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">TEVENS APPELLANTEN IN HET INCIDENTEEL APPEL</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. P.J.M. Gerritsen</emphasis>, kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>In het vervolg zullen partijen als volgt worden aangeduid: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>appellante in het principaal appel/verweerster in het incidenteel appel met [appellant] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>geïntimeerden in het principaal appel/appellanten in het incidenteel appel afzonderlijk met respectievelijk [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] en gezamenlijk met [geïntimeerden]</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Voor het verloop van het geding in hoger beroep verwijst het hof naar de tussenarresten in deze zaak van 19 mei 2020 (verbeterd bij arrest van 14 juli 2020) en 25 augustus 2020. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>In die arresten heeft het hof – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – een deskundigenbericht gelast naar de prijs c.q. de waarde van de aandelen [geïntimeerde 1] , met benoeming van [naam 1] RA RV MBV MSc, te Goes, tot deskundige. Het hof heeft daarbij de deskundige verzocht een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek in te dienen en overwogen dat partijen daarna in de gelegenheid zullen worden gesteld zich daarover uit te laten, waarna het voorschotbedrag zal worden vastgesteld.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De deskundige heeft bij e-mail van 10 september 2020 een begroting van kosten tevens plan van aanpak bij de griffie van het hof ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Het hof heeft (de advocaten van) partijen bij e-mail van 14 september 2020 in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten over de begroting van de kosten/het plan van aanpak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De bij e-mailberichten van 21 september 2020 achtereenvolgens door [naam 2] en mr. Debije gegeven reacties op de begroting van kosten, vormden voor het hof aanleiding om de deskundige om een nadere concretisering van het in die begroting besloten liggende plan van aanpak te verzoeken. Met het oog daarop heeft het hof eerst mr. Debije in de gelegenheid gesteld om, zoals door hem verzocht, nog schriftelijk te reageren op de in de e-mail van [naam 2] van 21 september 2020 opgenomen suggesties. Dit heeft mr. Debije gedaan bij e-mail van 1 oktober 2020. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>De deskundige heeft op 2 oktober 2020 naar aanleiding van de reacties van partijen een nadere concretisering van het plan van aanpak gegeven, waarna het hof partijen in de gelegenheid heeft gesteld zich daarover uit te laten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>Bij e-mail van 9 oktober 2020 heeft mr. DeBije bericht dat [appellant] naar aanleiding van de nadere concretisering van het plan van aanpak van de deskundige in dit stadium geen nadere opmerkingen heeft. [naam 2] heeft zich over de nadere concretisering van het plan van aanpak niet uitgelaten. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De deskundige heeft het aantal uren dat het opmaken van het deskundigenbericht in beslag zal nemen begroot op basis van een in de begroting van de kosten vervat plan van aanpak en opgave van zijn uurtarief alsmede overige te verwachten kosten. De deskundige begroot de kosten van het opmaken van het deskundigenbericht op € 22.800 exclusief btw. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om zich over het plan van aanpak en de begroting van kosten uit te laten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij e-mail van 21 september 2020 van hun advocaat hebben [geïntimeerden] onder meer geschreven dat de begroting geen rekening lijkt te houden met het de beantwoording van de als vraag 1 in het dictum van het tussenarrest van 25 augustus 2020 opgenomen vraag ‘tot welke prijs voor de aandelen [geïntimeerde 1] leidt toepassing van de verbeterde rentabiliteitsmethode als bedoeld in artikel 6 lid 3 van de aandeelhoudersovereenkomst zoals gewijzigd bij de overeenkomst van 23 juli 2008 uitgaande van aanbieding van de aandelen op 20 januari 2017’. De door de deskundige opgestelde begroting lijkt zich enkel te concentreren op een waardering per peildatum conform de DCF-methode, aldus [geïntimeerden] , die de deskundige verzoekt het onderzoek naar voornoemde vraag concreet in de begroting mee te nemen en de begroting op dit punt aan te passen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>
        [appellant] heeft bij e-mail van haar advocaat van eveneens 21 sept 2020 kenbaar gemaakt in dit stadium geen aanleiding te zien om in detail in te gaan op de begroting. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De deskundige heeft in zijn nadere concretisering van het plan van aanpak van 2 oktober 2020 in reactie op de het hiervoor in 2.3 bedoelde verzoek van [geïntimeerden] te kennen gegeven dat door hem bij de begroting van de kosten wel degelijk rekening is gehouden met vraag 1 uit het dictum van het tussenarrest van 25 augustus 2020. Een aanpassing van het voorschot acht hij derhalve, op dit moment, niet nodig. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Van bezwaren van partijen tegen de hoogte van de begrote kosten is niet gebleken. Het hof zal het voorschot, conform de begroting, vaststellen op € 22.800 exclusief btw. In het arrest van 25 augustus 2020 heeft het hof reeds bepaald dat het voorschot voor de kosten ten laste zal worden gebracht van [appellant] en [geïntimeerden] gezamenlijk, ieder voor de helft.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Nadat de deskundige zijn rapport bij het hof heeft ingediend zal het hof partijen – tegelijkertijd – in de gelegenheid stellen bij memorie op het deskundigenrapport te reageren. Daarna zullen zij op elkaars memories kunnen reageren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de deskundige een voorschot toekomt van € 22.800 exclusief btw;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat [appellant] enerzijds en [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] B.V. en [geïntimeerde 3] anderzijds ieder de helft van voornoemd bedrag dienen te voldoen (derhalve [appellant] € 11.400 exclusief btw en [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] B.V. en [geïntimeerde 3] eveneens € 11.400 exclusief btw); zij zullen daarvoor van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak een nota ontvangen met betaalinstructies; het bedrag moet worden voldaan binnen twee weken na ontvangst van die nota; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van het desbetreffende voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de deskundige een schriftelijk, ondertekend bericht zal inleveren ter griffie van het hof vóór 22 december 2020;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de deskundige tegelijk met dit bericht zijn declaratie ter griffie zal indienen onder vermelding van zaaknummer 200.242.615/01 OK;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 22 december 2020 voor deskundigenbericht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de griffier een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. M.M.M. Tillema, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. M.P. Nieuwe Weme, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Govers, griffier, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2020. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>