<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2020:2434</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-09T13:48:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-08-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.279.404/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:2434">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:2434</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-09T13:48:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2020:2434 Gerechtshof Amsterdam , 17-08-2020 / 200.279.404/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2020:2434:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingsverzoek niet tijdig gedaan (artikel 513 Sv), voor het overige afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2020:2434:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="underline">beslissing	 </bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer	: 200.279.404/01 parketnummer hoofdzaak	: 23-003690-19</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de wrakingskamer van 17 augustus 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake het op 29 mei 2020 gedane wrakingsverzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna: verzoeker,</para>
      <para>bijgestaan door zijn raadsman mr. W. Römelingh, advocaat te Den Haag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verzoek tot wraking is gedaan op de openbare terechtzitting van de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam van 29 mei 2020 in de strafzaak met parketnummer 23-003690-19 (hierna: de hoofdzaak). Het verzoek strekt tot wraking van mr. J.L. Bruinsma, voorzitter (hierna ook: de voorzitter).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De voorzitter heeft op 29 juni 2020 schriftelijk meegedeeld niet te berusten in het wrakingsverzoek en een reactie op het verzoek gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De mondelinge behandeling van het onderhavige wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op 6 juli 2020 om 10.00 uur. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. Römelingh, die het verzoek tot wraking ter zitting nader heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Tevens is verschenen mr. J. Zondervan, advocaat-generaal bij het gerechtshof Amsterdam, die het woord heeft gevoerd en heeft geconcludeerd tot afwijzing van het wrakingsverzoek. De voorzitter is niet ter zitting verschenen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten en het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De hoofdzaak betreft het hoger beroep tegen een ontnemingsvonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Voorafgaand aan de terechtzitting van 29 mei 2020 heeft e-mailcorrespondentie plaatsgevonden tussen de voorzitter en de verdediging over onder meer de voortgang van de procedure in verband met (de maatregelen tegen) COVID-19 en het karakter van de geplande zitting.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Van de terechtzitting van 29 mei 2020 is een proces-verbaal opgemaakt, dat deel uitmaakt van het dossier in de wrakingszaak. Het proces-verbaal vermeldt, voor zover hier van belang, het volgende (lettering door de wrakingskamer):</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De raadsman deelt mede dat hij de wraking van de voorzitter verzoekt. Desgevraagd noemt hij de volgende gronden voor de wraking:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De voorzitter heeft de verdediging een slordige e-mail gestuurd waarin werd gesuggereerd dat de zaak in aanwezigheid van de advocaat-generaal, maar buiten de aanwezigheid van de verdediging kon worden afgedaan.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De voorzitter heeft in eerste instantie überhaupt niet doorgehad dat er onderzoekswensen waren ingediend.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De voorzitter heeft gezegd dat de verdediging afstand kan doen van de ingediende onderzoekswensen.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De verdediging – niet het hof – heeft opgemerkt dat er één ordner uit het dossier ontbrak.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De bij de rechtbank uitgewisselde conclusies van repliek en dupliek bevinden zich niet in het dossier, hetgeen de indruk wekt dat het hof het dossier niet kent.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De voorzitter heeft opgemerkt dat een vermogensvergelijking en de steun die de verdediging nodig heeft om haar berekening te staven niet relevant zijn voor het hof.”</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij brief van 29 mei 2020 heeft mr. Römelingh het ter zitting gedane wrakingsverzoek nader toegelicht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De voorzitter heeft in haar schriftelijke reactie van 29 juni 2020 - kort samengevat - gesteld dat de aangevoerde gronden voor de wraking niet kunnen leiden tot gegrondverklaring van het wrakingsverzoek.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 512 Wetboek van Strafvordering (Sv) kan op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie, elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar vaste rechtspraak dient bij de beoordeling van een wrakingsverzoek voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees gerechtvaardigd is. Bij de beantwoording van de vraag of in een bepaald geval een gerechtvaardigde grond voor vrees voor partijdigheid van de rechter bestaat, is het standpunt van de klagende partij belangrijk, maar niet doorslaggevend. Beslissend is of de twijfel van de klagende partij aan de onpartijdigheid van de rechter of het gerecht, door objectieve factoren wordt gerechtvaardigd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast geldt dat het niet aan de wrakingskamer is een door de rechter gegeven beslissing inhoudelijk te toetsen. Wraking kan immers niet fungeren als rechtsmiddel tegen onwelgevallige of onjuiste beslissingen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De wrakingskamer overweegt in dit verband als volgt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ad a: slordige e-mail</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de eerste plaats dient beoordeeld te worden of de wrakingsgronden tijdig naar voren zijn gebracht. Op grond van artikel 513 lid 1 Sv wordt het wrakingsverzoek gedaan zodra de feiten en omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze wrakingsgrond betreft een e-mail van de voorzitter aan de verdediging van, naar de wrakingskamer begrijpt, <emphasis role="underline">1 mei 2020</emphasis>. Van feiten of omstandigheden waaruit moet worden afgeleid dat verzoeker de onderhavige wrakingsgrond niet eerder dan op de zitting van 29 mei 2020 naar voren heeft kunnen brengen is niet gebleken. Gelet hierop is de wrakingskamer van oordeel dat het wrakingsverzoek in zoverre niet tijdig is gedaan. Verzoeker zal op dit onderdeel van zijn verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
        <para>Dit geldt eveneens indien de raadsman zou moeten worden gevolgd in zijn stelling dat deze wrakingsgrond (ondanks de gebruikte enkelvoud in het proces-verbaal) <emphasis role="italic">mede </emphasis>ziet op een e-mail van de voorzitter aan de verdediging van <emphasis role="underline">12 mei 2020</emphasis>. Ook hier is niet gebleken van feiten of omstandigheden waaruit moet worden afgeleid dat  deze  wrakingsgrond  niet eerder dan op  29 mei 2020 naar voren kon worden gebracht, zodat het niet tijdig is gedaan en verzoeker ook op dit onderdeel van zijn verzoek niet-ontvankelijk zal worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten overvloede merkt de wrakingskamer  op dat in voornoemde e-mails van 1 mei 2020 en   12 mei 2020 door de voorzitter (slechts) voorstellen zijn gedaan en mogelijkheden zijn geschetst verband houdende met de voortgang en de organisatie van de procedure in de hoofdzaak, mede gelet op (de voorgenomen maatregelen tegen) COVID-19. De verdediging is uitgenodigd hierop te reageren en het stond haar vrij om al dan niet in stemmen met de door het hof gedane voorstellen. Uit de inhoud van de e-mails blijkt naar het oordeel van de wrakingskamer geenszins van omstandigheden waaruit (de schijn van) vooringenomenheid aan de zijde van de voorzitter kan worden afgeleid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Meer in het bijzonder is in de e-mail van 1 mei 2020 door de gewraakte voorzitter niet voorgesteld of gesuggereerd de zaak in aanwezigheid van de advocaat-generaal, maar buiten de aanwezigheid van de verdediging af te doen. Deze stelling berust op een onjuiste lezing van deze e-mail.</para>
        <para>Anders dan de raadsman stelt is de e-mail van 12 mei 2020 niet slordig maar volgens de wrakingskamer juist duidelijk en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. De gewraakte voorzitter meldt: <emphasis role="italic">‘Er zal dus eerst een regiebehandeling plaatsvinden’ </emphasis>en vraagt of deze doorgang kan vinden op 29 mei 2020 of dat daarvoor een planning op een latere zitting aangewezen is (ten behoeve van een deugdelijke voorbereiding door de raadsman).</para>
        <para>Bij e-mail van 18 mei 2020 bevestigt de voorzitter deze planning: de zitting van 29 mei 2020 zal een regiezitting zijn en dat bij die gelegenheid zullen de onderzoekswensen van klager behandeld worden, indien deze gehandhaafd worden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ad b t/m e: onoplettendheid en desinteresse</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De wrakingsgronden, zoals hierboven onder 3.2 opgesomd onder b t/m e komen in de kern neer op een bij verzoeker gevoelde onoplettendheid en desinteresse bij de voorzitter bij de voorbereiding van de hoofdzaak en lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Ten aanzien van deze gronden geldt eveneens dat deze niet tijdig zijn gedaan, aangezien verzoeker ter onderbouwing van deze gronden een beroep doet op de tussen de voorzitter en de verdediging gevoerde e-mailcorrespondentie ruimschoots voorafgaand aan de zitting van 29 mei 2019 en niet gebleken is van feiten of omstandigheden waaruit moet worden afgeleid dat verzoeker de wrakingsgronden niet eerder dan op de zitting naar voren heeft kunnen brengen. Verzoeker zal derhalve ook op deze onderdelen van zijn verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Anders dan de raadsman stelt kan uit het misverstand bij de verkeerstoren bij de appointering (inhoudelijke behandeling in plaats van regie) niet worden afgeleid dat de voorzitter ongeïnteresseerd  is  of  onoplettend.  De  voorzitter  heeft  daarvoor  namens  het  hof excuses</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>aangeboden, en (terecht) geconcludeerd dat allereerst een regiezitting zal moeten worden gehouden. Dit levert geen aanwijzingen op voor vooringenomenheid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daar voegt de wrakingskamer aan toe dat de voorzitter in haar e-mail van 18 mei 2020 aan de raadsman, anders dan verzoeker kennelijk stelt, niet aanstuurt op het afstand doen van de ingediende onderzoekswensen. De voorzitter meldt (slechts) dat de raadsman ‘<emphasis role="italic">lijkt te zeggen’ </emphasis>dat hij de onderzoekswensen bij nader inzien niet wenst te handhaven en vraagt hem zich daarover uit te laten. Deze indruk kan naar het oordeel van de wrakingskamer inderdaad worden opgemaakt uit de opmerkingen van de raadsman in zijn brief van 14 mei 2020, dat hij uit gaat van een inhoudelijke behandeling op 29 mei 2020 en: <emphasis role="italic">‘Er is (…) geen geld voor een regiezitting gevolgd door een inhoudelijke behandeling’</emphasis>. Deze en ook overige door verzoeker geschetste omstandigheden leveren, naar het oordeel van de wrakingskamer, geen aanwijzingen op voor het oordeel dat de voorzitter jegens verzoeker vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees gerechtvaardigd is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">ad f: vermogensvergelijking en steun die de verdediging nodig heeft</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In deze wrakingsgrond stelt verzoeker dat de voorzitter ter terechtzitting van 29 mei 2020 heeft opgemerkt dat een vermogensvergelijking en de steun die de verdediging nodig heeft om haar berekening te staven niet relevant zijn voor het hof. Deze stelling vindt geen steun in het van de zitting opgemaakte proces-verbaal (zoals de raadsman ter zitting van de wrakingskamer ook heeft erkend, terwijl de raadsman heeft verklaard dat het proces-verbaal voor het overige een correcte weergave is van het verhandelde ter zitting) en de voorzitter heeft in haar schriftelijke reactie van 29 juni 2020 ontkend een dergelijke uitspraak te hebben gedaan. Deze stelling is daarmee (wat er verder zij van de inhoud en de conclusies die er aan verbonden kunnen worden over enige vooringenomenheid van de voorzitter) onvoldoende aannemelijk geworden zodat deze wrakingsgrond niet kan leiden tot toewijzing van het wrakingsverzoek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Hetgeen overigens nog door de raadsman en verzoeker naar voren is gebracht, leidt niet tot een ander oordeel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Dit leidt tot de volgende beslissing.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking voor wat betreft de eerste tot en met de vijfde wrakingsgrond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot wraking voor het overige af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. A.M. van Amsterdam, M.J.A. Plaisier en J.F. Aalders in tegenwoordigheid van mr. A. Paats, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 augustus 2020.</para>
    </parablock>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="6068b308-4a5b-4315-9594-3daaef66904c" depth="103" width="98" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>