<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2020:2210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-11T10:07:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001624-19.a PO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:2210">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2020:2210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-11T10:01:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2020:2210 Gerechtshof Amsterdam , 13-07-2020 / 23-001624-19.a PO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2020:2210:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontneming wegens wederrechtelijk verkregen voordeel ad € 17.868,43 uit hennepteelt (23-001623-19).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2020:2210:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling strafrecht</para>
      <para>parketnummer: 23-001624-19 </para>
      <para>datum uitspraak: 13 juli 2020 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>TEGENSPRAAK </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 april 2019 op de vordering van het Openbaar Ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer </para>
      <para>13-240310-17 tegen de betrokkene</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977, </para>
      <para>brp-adres: [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 21.116,80.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betrokkene is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 april 2019 vrijgesproken van de ten laste gelegde – kort gezegd – hennepteelt. Voorts heeft de politierechter in de rechtbank Amsterdam bij vonnis van 15 april 2019 de vordering van het Openbaar Ministerie ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 juli 2020 veroordeeld ter zake van </para>
      <para>hennepteelt. Tevens is een geldbedrag van € 4.900,00 verbeurd verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 juni 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de betrokkene en de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de staat van € 17.725,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in geval van vrijspraak in de strafzaak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat het voordeel van de betrokkene dient te worden vastgesteld op een bedrag van € 5.000,-, een en ander overeenkomstig zijn verklaring dat sprake is geweest van het medeplegen van hennepteelt tezamen met mededader [medeverdachte]. Er is één oogst geweest die, na aftrek van de investeringskosten, € 10.000,- winst heeft opgeleverd, waarvan de betrokkene, in delen, de helft heeft ontvangen. Steun voor die verklaring vindt de verdediging in de bon van het autoverhuurbedrijf [bedrijf] die in de woning van betrokkene is aangetroffen en waaruit blijkt dat de auto op naam van [medeverdachte] is gehuurd. Ook de aangetroffen notities over ontvangen bedragen in de periode tussen 24 maart 2017 en 1 april 2017 ondersteunen die verklaring. Bovendien is het bedrag van € 5.000,00, althans € 4.900,00 aangetroffen in de woning van de betrokkene ten tijde van de inval. In de visie van de verdediging dient de betalingsverplichting te worden vastgesteld op € 5.000,00 minus de inmiddels betaalde energiekosten ad € 750,44 aan elektra, derhalve op een bedrag van € 4.249,56. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meer subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat uitgegaan moet worden van 176 hennepplanten. Op de foto’s op dossierpagina’s 20a en 30, is te zien dat er slechts rijen van 8 potten konden staan, zodat er slechts (8 x11 planten = 88 planten per tent x 2 =) 176 planten konden staan. In geval van afschrijving van de energiekosten als voornoemd en een pondspondsgewijze verdeling met de mededader komt de verdediging dan uit op een bedrag van € 8.430,26. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij arrest van 13 juli 2020 van dit hof is de betrokkene onder meer veroordeeld ter zake van hennepteelt in de periode van 25 januari 2017 tot en met 6 april 2017. In de tegenover de politie afgelegde verklaring van de betrokkene d.d. 6 april 2017 en het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij d.d. 29 november 2017 is uiteengezet welke aanwijzingen zijn gevonden die duiden op het feit dat de betrokkene het feit alleen heeft gepleegd. Naar het oordeel van het hof is de verdediging er niet in geslaagd die beredeneerde stelling in de rapportage, noch de bekennende politieverklaring van de betrokkene dat hij het feit alleen heeft gepleegd, te ontkrachten. Het hof neemt die verklaring, anders dan zijn later ingenomen verklaringen, tot uitgangspunt, nu hij daar naar het oordeel van het hof gedetailleerd (onder meer over het aantal hennepplanten, de kosten voor energie en de start van de kwekerij) en spontaan (over het feit dat hij de kwekerij zelf heeft opgezet en de elektra zelf heeft aangelegd) heeft verklaard. Ten aanzien van de hoeveelheid hennepplanten en de gestelde opbrengst per kilo wordt uitgegaan van de ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van de betrokkene, inhoudende dat er 177 hennepplanten in de kwekerij waren en dat er één oogst is geweest van 5,2 kilo met een kiloprijs van € 3.900,00. Het hof komt daarmee tot de volgende berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Opbrengst</emphasis>
      </para>
      <para>Conform de ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring van de betrokkene zal worden uitgegaan van een opbrengst van 177 planten à 5,2 kilo met een kiloprijs van € 3.900,00 (5,2 x € 3.900,00 =) € 20.280,00 voor één oogst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Kosten</emphasis>
      </para>
      <para>Inkoopprijs stekken (177 x € 3,81)				€      674,37 </para>
      <para>Overige variabele kosten (177 x € 3,88)				€      686,76</para>
      <para>Afschrijvingskosten (ruimte A € 150,- + ruimte B € 150,-)	€      300,00</para>
      <para>Elektriciteitskosten (achteraf betaald aan Liander)		€      750,44		</para>
      <para>Knipkosten 							€        	    -</para>
      <para>Huurkosten							<emphasis role="underline">€   	    - +</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Totale kosten							€    2.411,57</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Eén oogst</emphasis>
      </para>
      <para>Opbrengst (5,2 kilogram x € 3.900)				€  20.280,00	</para>
      <para>Kosten								<emphasis role="underline">€    2.411,57</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wederrechtelijk verkregen voordeel				€  17.868,43</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verplichting tot betaling aan de Staat</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de betrokkene heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel verminderd moet worden met het in de strafzaak verbeurd verklaarde bedrag van € 4.900,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van het Openbaar Ministerie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het bedrag, indien het niet verbeurd wordt verklaard, in mindering moet worden gebracht op het ontnemingsbedrag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat het verbeurd verklaarde bedrag ad € 4.900,00 van het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering dient te worden gebracht op het aan de Staat te betalen bedrag, nu dit bedrag volgens de ter terechtzitting in appel afgelegde verklaring van de betrokkene afkomstig is uit de bewezen verklaarde hennepteelt en het hof deze verklaring aannemelijk acht. Aan de betrokkene zal ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel daarom de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van (€ 17.868,43 minus € 4.900,00 =) € 12.968,43. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijk wettelijk voorschrift</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € <emphasis role="bold">17.868,43 (zeventienduizend achthonderdachtenzestig euro en drieënveertig cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de betrokkene de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat</emphasis> ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 12.968,43 (twaalfduizend negenhonderdachtenzestig euro en drieënveertig cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op <emphasis role="bold">259 dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J. Piena, mr. M. Iedema en mr. M.L. Leenaers, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. N.R. Achterberg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van </para>
      <para>13 juli 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. M. Iedema en J. Piena zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>=========================================================================</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>