<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:848</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-14T10:48:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-03-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/741015-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:848">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:848</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-14T10:48:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:848 Gerechtshof Amsterdam , 06-03-2019 / 13/741015-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:848:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>wel of niet voldoende ernstige bezwaren</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:848:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>13/741015-19</para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM,  </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis> in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">	[appellant]</emphasis>
    </para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,</para>
    <para>	wonende te [adres] ,</para>
    <para>	thans verblijvende in het huis van bewaring Justitieel Complex Zaanstad te Westzaan, </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 11 februari 2019, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>De feiten en de rechtsgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van </para>
      <para>13 februari 2019, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte, mr. M.H.H. Meulemeesters.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsman namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de grond waarop deze berust, met uitzondering van het aannemen van ernstige bezwaren voor het onder 1 op de vordering inbewaringstelling vermelde feit. Bovendien legt het hof de recidivegrond (6 jaar) mede aan het bevel gevangenhouding ten grondslag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook voor de onder 4 en 5 op de vordering inbewaringstelling vermelde feiten acht het hof ernstige bezwaren aanwezig. Bij feit 4 is sprake van een signalement dat overeenkomt met het signalement van de verdachte uit feit 2, die als zodanig is herkend als de verdachte. Ook is op de Iphone van de verdachte een foto aangetroffen van de weggenomen Piaggio. Bij feit 5 is de verdachte op camerabeelden herkend. Dat over de betrouwbaarheid van de herkenningen en de signalementen nog gediscussieerd kan worden doet er niet aan af dat dit voldoende is voor het aannemen van ernstige bezwaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders is dit bij feit 1, waarbij alleen sprake zou zijn van een herkenning op basis van kleding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu er ernstige bezwaren bestaan dat de verdachte zich in korte tijd samen met anderen schuldig zou hebben gemaakt aan verscheidene gelijksoortige vermogensdelicten en gelet op de justitiële documentatie van de verdachte acht het hof recidivegevaar aanwezig, in die zin dat er sprake is van een ernstige vrees dat de verdachte zich schuldig zal maken aan een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht ziet het hof geen aanleiding om de termijn van het bevel gevangenhouding te beperken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>13/741015-19</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft er vooralsnog geen vertrouwen in dat het recidivegevaar door het stellen van voorwaarden kan worden ingeperkt. Voor schorsing van de voorlopige hechtenis ziet het hof dan ook geen aanleiding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven op 6 maart 2019 in raadkamer van dit hof door</para>
      <para>mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,</para>
      <para>mrs. E. van Die en H.F. van Kregten, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.</para>
      <para>Amsterdam, 6 maart 2019,</para>
      <para>de advocaat-generaal</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>