<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:5058</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-29T16:14:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-003072-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:5058">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:5058</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-29T16:10:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:5058 Gerechtshof Amsterdam , 06-08-2019 / 23-003072-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:5058:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>TUL bijzondere voorwaarden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:5058:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3d534b42-fd3b-44e3-b71e-95b5b8d1bc84" depth="3" width="606" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing </para>
    <para />
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a4ea3af1-8adb-43dc-b0e0-a37bebbc20c9" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f7bfbefc-163a-456c-84b3-37d82dd9deb0" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummer: 000660-19</para>
      <para>parketnummer: 23-003072-16</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BESLISSING NA VOORWAARDELIJKE VEROORDELING</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter griffie van dit gerechtshof is ingekomen op 21 juni 2019 een vordering van de advocaat-generaal d.d. </para>
      <para>6 juni 2019, strekkende tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf die bij het op 13 februari 2018 onherroepelijk geworden arrest van dit gerechtshof van 29 januari 2018 is opgelegd in de strafzaak onder bovenvermeld parketnummer tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboortedatum] ,</para>
      <para>adres: [woonplaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij dit arrest is voornoemde veroordeelde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken</para>
      <para>met bevel dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of niet heeft nageleefd de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich klinisch laat behandelen in De Wier Plus of een soortgelijke instelling gedurende een periode van maximaal twee jaren, waarbij zij zich houdt aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling worden gegeven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>na afloop van de klinische opname deelneemt aan een vervolgtraject, bestaande uit begeleiding en behandeling, eventueel met het oog op plaatsing in een beschermde woonvorm, en het organiseren van dagbesteding, onder leiding van Reclassering Nederland of een soortgelijke instelling waarbij de veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen die har gedurende dit traject worden gegeven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich meldt bij Reclassering Nederland of een soortgelijke instelling, zolang en zo frequent als deze dit noodzakelijk acht.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beslissing van 14 januari 2019 heeft het Gerechtshof de bij arrest van 29 januari 2018 opgelegde bijzondere voorwaarden gewijzigd, in die zin dat deze als volgt zijn komen te luiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>dat de veroordeelde zich op 29 januari 2019 laat opnemen door Brijder verslavingszorg te Alkmaar, zulks ten behoeve van detoxificatie, waarbij zij zich houdt aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling worden gegeven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dat de veroordeelde zich, aansluitend op de detoxificatie, gedurende de proeftijd klinisch laat behandelen in FPA Stevig in Limburg of een soortgelijke instelling gedurende een periode van maximaal twee jaren, waarbij zij zich houdt aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling worden gegeven;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd na afloop van de klinische opname deelneemt aan een vervolgtraject, bestaande uit begeleiding en behandeling, eventueel met het oog op plaatsing in een beschermde woonvorm, en het organiseren van dagbesteding, onder leiding van Reclassering Nederland of een soortgelijke instelling waarbij de veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen die haar gedurende dit traject worden gegeven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Dat de veroordeelde zich meldt bij Reclassering Nederland of een soortgelijke instelling, zolang en zo frequent als deze dit noodzakelijk acht.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Inhoud van de vordering</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft op 6 juni 2019 de tenuitvoerlegging van de bij voornoemd arrest voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf gevorderd. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal zijn vordering aangepast en gevorderd dat het hof de vordering zal afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de bij de vordering overgelegde stukken in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer, waaronder een advies van GGZ Reclassering Limburg d.d. 27 mei 2019 en een daaropvolgend voortgangsverslag d.d. 5 juli 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde en haar raadsman zijn ter terechtzitting verschenen, evenals [getuige], werkzaam als maatschappelijk werker en verpleegkundige bij Brijder verslavingszorg, die ter terechtzitting in hoger beroep als getuige is gehoord. Reclasseringswerker [reclasseringsmedewerker] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Bij brief van 5 augustus 2019 heeft de reclassering aangegeven dat zij van mening zijn dat zij geen verdieping of aanvulling kunnen geven op het voortgangsverslag d.d. 5 juli 2019 en aanwezigheid bij behandeling van de zaak dan ook geen meerwaarde zal hebben. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is tijdig door de advocaat-generaal ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens het advies d.d. 27 mei 2019 van de Reclassering en het daaropvolgende voortgangsverslag d.d. 5 juli 2019 heeft de veroordeelde de bijzondere voorwaarden betreffende de detoxificatie en de daaropvolgende klinische behandeling niet nageleefd. De veroordeelde is op 6 februari 2019 met gedwongen ontslag gegaan uit de kliniek van Brijder verslavingszorg vanwege grensoverschrijdend gedrag. Op 12 februari 2019 is de veroordeelde geplaatst bij FPA Stevig. Zij heeft de kliniek van Stevig meerdere keren tegen het advies van het behandelteam verlaten. Het recediverisico wordt ingeschat als hoog, welke inschatting wordt gedeeld door het behandelteam van Stevig. Veroordeelde heeft een opname binnen de FPA hard nodig. De behandelaar heeft aangegeven dat terugkeer naar FPA Stevig mogelijk is met als voorwaarde dat de veroordeelde open staat om aan haar verslavingsproblematiek te werken. Dat geldt zowel voor haar harddrugs- als softdrugsprobleem. De behandelaar heeft aangegeven dat de veroordeelde openheid moet geven over zucht en alles wat haar bezig houdt, zodat zij haar kunnen ondersteunen op moeilijke momenten. Daarnaast zal zij in het algemeen gemotiveerd moeten zijn voor behandeling. Wanneer de veroordeelde nog een kans krijgt om de behandeling te hervatten, zal zij opnieuw worden aangemeld bij FPA Stevig. De wachttijd bedraagt momenteel ongeveer drie maanden. Ter overbrugging kan de veroordeelde elders worden geplaatst. De reclassering heeft geadviseerd de voorwaardelijk opgelegde straf geheel ten uitvoer te leggen dan wel gedeeltelijk ten uitvoer te leggen indien de veroordeelde zich kan conformeren aan voornoemde voorwaarden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mevrouw Kok van Brijder verslavingszorg heeft ter terechtzitting verklaard dat zij de veroordeelde al twintig jaar kent, net zolang als de veroordeelde verslaafd is. De veroordeelde is een kwetsbare, beschadigde vrouw die veel heeft meegemaakt, waaronder seksueel misbruik in haar jeugd. Ze heeft speciaal onderwijs genoten en heeft nooit kunnen werken. De veroordeelde heeft een licht verstandelijke beperking, heeft veel psychische problemen en is niet goed in staat om weerbaar te zijn aan het leven van alledag. Tijdens de klinische behandeling is er misbruik gemaakt van haar kwetsbaarheid. Mensen hebben geld van haar afgetroggeld en hebben haar drugs laten gebruiken. Op het moment dat de veroordeelde vernam dat er een bevel tot aanhouding was uitgedaan, werd het haar te heet onder haar voeten en heeft zij FPA Stevig definitief verlaten. [getuige] heeft verklaard dat de veroordeelde bij FPA Stevig op de juiste plek zat. Zij acht het niet wenselijk dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf ten uitvoer wordt gelegd en hoopt dat de veroordeelde nog een kans krijgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde heeft verklaard dat zij begrijpt dat dit haar laatste kans zou zijn en dat zij gemotiveerd is om de behandeling te ondergaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het hof de vordering zal afwijzen teneinde de veroordeelde nog een laatste kans te geven mee te werken aan de klinische behandeling. Zowel de veroordeelde zelf als de samenleving hebben er baat bij als de veroordeelde afkickt, aldus de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft eveneens verzocht de vordering af te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt dat de veroordeelde de haar opgelegde bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd en dat haar reeds meerdere kansen zijn geboden, zodat tenuitvoerlegging in beginsel in de rede ligt. Gelet evenwel op het verhandelde ter zitting, meer in het bijzonder de verklaring van de getuige [getuige] , en het gegeven dat FPA Stevig bereid is de veroordeelde opnieuw op te nemen, zal het hof, mede in aanmerking genomen het hoge recidiverisico en de noodzaak van behandeling, nu niet tot tenuitvoerlegging overgaan en de vordering afwijzen. De veroordeelde dient zich er evenwel van bewust te zijn dat de haar geboden kansen niet oneindig zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af de vordering van de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen door mr. M.M. van der Nat, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. S.L.D. Vriend, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 augustus 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. A.E. Kleene-Krom en de griffier zijn buiten staat deze beslissing te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>