<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:4710</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T03:10:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.187.015/01 OK</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2020/36</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:4710">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:4710</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-06T11:09:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:4710 Gerechtshof Amsterdam , 09-12-2019 / 200.187.015/01 OK</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:4710:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beëindiging onderzoek en voorzieningen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:4710:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <mediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="54cb5efe-94ca-450a-b687-b1e788b70adb" depth="166" width="250" format="image/png" />
      </imageobject>
    </mediaobject>
    <parablock>
      <para>beschikking</para>
      <para>___________________________________________________________________ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONDERNEMINGSKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 200.187.015/01 OK</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beschikking van de Ondernemingskamer van 9 december 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">P.T. MEINDERTS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Zuidlaren,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKSTER</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: <emphasis role="bold">mr. K. de Vries</emphasis>, kantoorhoudende te Groningen, thans geen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">MARPRO INTERNATIONAL B.V.</emphasis>,</para>
      <para>voorheen gevestigd te Kampen, thans geliquideerd,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERWEERSTER</emphasis>,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>e n  t e g e n </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EUROCEAN B.V.</emphasis>,</para>
      <para>voorheen gevestigd te Gemeente Aa en Hunze, thans geliquideerd,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">BELANGHEBBENDE</emphasis>,</para>
      <para>niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para>1. <emphasis role="bold">Het verloop van het geding</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1 Verzoekster, verweerster en belanghebbende worden hierna respectievelijk (ook) aangeduid met PTM, Marpro en Eurocean.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar eerdere beschikking in deze zaak van 11 mei 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3 Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer - voor zover van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Marpro over de periode vanaf 1 januari 2014 en bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding Eurocean als bestuurder van Marpro geschorst en bepaald dat de door Eurocean gehouden aandelen in Marpro ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. A.L. Leuftink te Soestduinen (verder: de beheerder).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.4 Bij e-mail van 4 december 2019 heeft de beheerder aan de Ondernemingskamer bericht dat Eurocean buiten medeweten van de beheerder op 6 juni 2018 is ontbonden,  dat de beheerder samen met PTM heeft besloten tot ontbinding van Marpro en dat Marpro op 2 december 2019 is ontbonden. De beheerder heeft de Ondernemingskamer verzocht om hem uit zijn functie te ontheffen nu aan het beheer “<emphasis role="italic">feitelijk een einde is gekomen</emphasis>”. Verder heeft de beheerder onder andere bericht:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“De zaak zelve kan m.i. eveneens eindigen, en dat is ook de bedoeling van de heer P.T. Meinderts, de eigenaar en enig bestuurder van de gelijknamige BV.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.5 Bij e-mail van 6 december 2019 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer aan P.T. Meinderts verzocht om zich uit te laten of hij mede namens PTM en Marpro instemt met beëindiging van het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen in de zaak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.6 Bij e-mail van 8 december 2019 heeft P.T. Meinderts aan de Ondernemingskamer bericht dat hij mede namens PTM en Marpro instemt met beëindiging van het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen in de zaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu er geen bezwaren zijn ontvangen tegen beëindiging van het onderzoek en opheffing van de getroffen onmiddellijke voorzieningen en de Ondernemingskamer ook voorts – mede gelet op  het tijdsverloop sinds het bevel tot onderzoek – niet is gebleken van enig belang dat zich daartegen verzet, zal de Ondernemingskamer het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen beëindigen en wel per heden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Ondernemingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beëindigt met ingang van heden het bij haar beschikking van 11 mei 2016  bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Marpro International B.V.;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beëindigt met ingang van heden de bij haar beschikking van  11 mei 2016 getroffen</para>
      <para>onmiddellijke voorzieningen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van  9 december 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>