<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:4595</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-04T11:06:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">K19/230171</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:4595">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:4595</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-31T09:36:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:4595 Gerechtshof Amsterdam , 23-12-2019 / K19/230171</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:4595:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beklag ex artikel 12 Sv over niet vervolgen voor politiegeweld afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:4595:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEKLAGKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het beklag met het rekestnummer K19/230171 van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager]
        </emphasis>,</para>
      <para>klager,</para>
      <para>woonplaats kiezende ten kantore van zijn gemachtigde:</para>
      <para>mr. M. de Klerk, advocaat te Velserbroek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het beklag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is op 17 april 2019 door het hof ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland om geen strafvervolging in te stellen tegen <emphasis role="bold">[beklaagde] </emphasis>(hierna: beklaagde) ter zake van mishandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verslag van de advocaat-generaal</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij verslag van 12 september 2019 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag af te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorhanden stukken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van:</para>
      <para>-	het klaagschrift;</para>
      <para>- het verslag van de advocaat-generaal;</para>
      <para>- het dossier van de politie; </para>
      <para>- het ambtsbericht van de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland van 21 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De behandeling in raadkamer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft klager in de gelegenheid gesteld op 20 november 2019 het beklag toe te lichten. Klager is, bijgestaan door mr. M. de Klerk voormeld, in raadkamer verschenen en heeft het beklag toegelicht en gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal is bij de behandeling in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze geen aanleiding gevonden de conclusie in het verslag te herzien.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling van het beklag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hetgeen uit het dossier naar voren komt</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Twee politiemensen, beklaagde en een collega hebben klager op 3 februari 2018 aangehouden op verdenking van een woninginbraak en naar het politiebureau overgebracht. Nadat klager was gefouilleerd, werd hij door beklaagde en diens collega (hierna: de hoofdagent) naar zijn cel geleid. Volgens klager is hij toen mishandeld door beklaagde die een nekklem op hem toepaste. Hij heeft daarvan aangifte gedaan op 25 april 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager is een man met een fors postuur. Op de politie wekte hij de indruk onder invloed van alcohol te zijn; hij schreeuwde en uitte bedreigingen naar iedereen in zijn omgeving. Klager heeft zelf verklaard dat hij alcohol had gedronken en drie XTC-tabletten had geslikt; hij was, zoals hij het zelf zegt, “ verrot”. Hij heeft ook gezegd dat hij weet dat hij die avond lastig was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de verklaringen van beklaagde, diens collega, de hulpofficier en twee arrestantenbewaarders kan worden afgeleid dat klager op het politiebureau niet erg meewerkend was. Toen de hulpofficier de opdracht gaf om klager van de fouilleringskamer naar een cel te brengen wilde klager de kamer niet verlaten en zwaaide hij met zijn armen. Beklaagde deed toen zijn rechterarm om de nek van klager en hield diens hoofd en nek stevig vast; de hoofdagent legde een ‘armklem’ aan bij klager en samen geleidden zij klager zo in een voorovergebogen houding naar de cel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager heeft verklaard dat hij toen hij naar zijn cel werd gebracht vanuit het niets een nekklem kreeg. Hij verloor zijn bewustzijn; toen hij zich voelde wegzakken, hoorde hij iemand zeggen: “Laat hem los. Zijn ogen. Want anders zijn we hem zo kwijt.” Toen hij de volgende dag bijkwam, had hij pijn aan zijn keel en kon niet meer slikken. Een politiearts heeft naar zijn keel gekeken en gezegd dat het een kneuzing was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beklaagde heeft betwist dat hij de nek van klager heeft afgeklemd. Het ging volgens beklaagde niet om een ‘nekklem’, waarbij zoveel druk wordt uitgeoefend dat de ademhaling wordt bemoeilijkt, maar om, zoals een andere betrokkene dat noemt: ”nekcontrole”. </para>
      <para>Twee van de drie andere aanwezigen hebben gezegd geen nekklem te hebben gezien, de derde kan zich de toedracht van de insluiting niet meer herinneren. </para>
      <para>Volgens de verklaringen konden beklaagde en de hoofdagent de armen en benen van klager met moeite in bedwang houden tot hij in zijn cel was en bleef hij tijdens het lopen schelden; klager heeft niet het bewustzijn verloren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hoofdagent heeft gehoord dat de hulpofficier “losser” of iets degelijks heeft gezegd; hij weet niet of dit sloeg op de arm om de nek van klager of de armklem. De hulpofficier zelf en de anderen kunnen zich niet meer herinneren of iets dergelijks gezegd is of hebben het niet gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politiearts heeft desgevraagd schriftelijk verklaard dat hij klager op 3 februari 2018 in het arrestantencomplex heeft bezocht maar hem toen niet aan de keel heeft onderzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 april 2018, toen bekend werd dat klager aangifte zou doen, heeft de politie de op 3 februari 2018 in het cellencomplex gemaakte cameraopnamen opgevraagd. De beelden bleken niet meer beschikbaar te zijn; de bewaartermijn van 30 dagen was verstreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het beoordelingskader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Politieambtenaren zijn in de rechtmatige uitoefening van hun bediening – indien noodzakelijk – bevoegd tot toepassing van – gepast – geweld. Buiten deze grenzen van subsidiariteit en proportionaliteit zou – afhankelijk van de omstandigheden van het geval – geweldstoepassing door overheidsdienaren als misdrijf gekwalificeerd kunnen worden en als zodanig strafbaarheid van de betrokken ambtenaar tot gevolg kunnen hebben.</para>
      <para>Het (strafrechtelijk) onderzoek naar overheidsoptreden zal zich in die gevallen met name hebben te richten op de vraag of geweldstoepassing noodzakelijk, adequaat en proportioneel is geweest.</para>
      <para>Het met betrekking tot de rechtmatigheid van belang zijnde toetsingskader wordt (buiten de verdere strafrechtelijke en mensenrechtelijke regels) gevonden in de Politiewet 2012, de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De overwegingen van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen camerabeelden van het incident bewaard gebleven. Er is evenmin kort na het gebeurde een medische verklaring opgemaakt door een arts met betrekking tot de gezondheidstoestand van klager. Het hof kan daardoor voor de beoordeling van het beklag alleen uitgaan van de verklaringen van klager, beklaagde en de getuigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager heeft niet betwist dat zijn aanhouding en zijn insluiting in een politiecel rechtmatig waren. Het is duidelijk dat klager lastig was en zich verzette toen hij naar de cel werd gebracht. Onder die omstandigheden mocht beklaagde zijn arm om de nek van klager slaan en hem stevig vasthouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen aanwijzingen dat beklaagde een nekklem waarmee de ademhaling van klager bemoeilijkt werd heeft toegepast. </para>
      <para>Beklaagde heeft dat betwist en geen van de getuigen heeft dat gezien. Evenmin is destijds letsel aan of bij de hals van klager vastgesteld. </para>
      <para>De enkele omstandigheid dat mogelijk iemand “losser” heeft gezegd, maakt dit niet anders. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij deze stand van zaken verwacht het hof dat de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen tot de conclusie zou komen dat het door beklaagde tegen klager toegepaste geweld noodzakelijk, adequaat en proportioneel is geweest. De strafrechter zou dan niet tot een veroordeling van beklaagde wegens mishandeling komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen aanknopingspunten voor verder onderzoek dat mogelijk tot een ander oordeel kan leiden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is dan ook van oordeel dat er goede redenen zijn om in deze zaak geen vervolging te gelasten. Het beklag is ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof wijst het beklag af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op </para>
      <para>23 december 2019 door mrs. P.C. Kortenhorst, voorzitter, N. van der Wijngaart en A.M.P. Geelhoed, raadsheren, in tegenwoordigheid van A.M.M. van Gorp, griffier, en bij afwezigheid van de voorzitter  ondertekend door de oudste raadsheer en de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>