<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:4550</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-23T09:13:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000571-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:4550">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:4550</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-23T09:12:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:4550 Gerechtshof Amsterdam , 17-12-2019 / 23-000571-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:4550:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging met aanvulling en verbetering van gronden. Dealen cocaïne.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:4550:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-000571-19 </para>
    <para>datum uitspraak: 17 december 2019 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 1 februari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 15-117309-18 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989, </para>
    <para>adres: [adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 december 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 200 uur subsidiair 100 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de gronden waarop de beslissing tot strafoplegging berust zal verbeteren en aanvullen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het voormelde vonnis heeft de rechtbank, in het kader van de motivering van de kwalificatiebeslissing van feit 2 op pagina 5 van het vonnis, een uitspraak van de Hoge Raad van 25 maart 2014 aangehaald. De vindplaats van dat arrest is ECLI:NL:HR:2014:714.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In aanvulling op de strafmotivering in het vonnis overweegt het hof het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging aangevoerd dat indien aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd, dit een ernstige doorkruising van de positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte betekent. Immers heeft de verdachte momenteel een halfjaarcontract bij een installateursbedrijf met uitzicht op een contract voor onbepaalde tijd, welke baan hij blijkens een schriftelijke verklaring van zijn werkgever [werkgever] kwijtraakt als hij in detentie raakt. Daarnaast blijkt uit een schriftelijke verklaring van de budgetbeheerder van de verdachte, [naam], dat de schuldenlast van de verdachte weliswaar nu stabiel en onder controle is, maar dat bij baanverlies beslagleggingen en/of boedelbeslag dreigt. Bovendien worden de consequenties van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten al door hem gevoeld, nu hij wordt lastiggevallen door de personen die hem eerder hebben uitgenodigd drugs te dealen, hij eerder is ontslagen omdat hem gevangenisstraf boven het hoofd hing en hij van de hele situatie stress ondervindt. Gelet op het voorgaande, wordt het hof uitgenodigd alternatieven voor onvoorwaardelijke gevangenisstraf te overwegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft gedurende een periode van drie maanden cocaïne gedeald. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij daartoe is overgegaan om zijn activiteiten in de motorsport te kunnen bekostigen. Die beweegreden getuigt van een opportunisme aan de kant van de verdachte, dat zo ver gaat dat hij kennelijk zich de levens en gezondheid van de mensen die verslaafd zijn geraakt aan cocaïne minder heeft aangetrokken dan het financieren van zijn hobby. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte voornamelijk aandacht gevraagd voor de consequenties die een gevangenisstraf voor hem zou hebben. Veel gevoel voor de ernstige gevolgen van de cocaïneverslaving van (een gedeelte van) zijn klanten voor hen en voor derden heeft hij niet getoond. </para>
      <para>In gevallen als deze wordt voor het dealen van harddrugs gedurende een periode van minder dan drie maanden veelal een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden opgelegd. De verdachte heeft zich bovendien schuldig gemaakt aan witwassen en (meermalen) aan ongeoorloofd wapenbezit. De door de verdachte aangevoerde persoonlijke omstandigheden bieden onvoldoende aanknopingspunten om van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als door de rechtbank opgelegd af te zien. Het moet voor de verdachte na het uitzitten van zijn straf in beginsel mogelijk zijn weer werk en een woning te vinden. </para>
      <para>Alles afwegende acht het hof de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf van zes maanden met aftrek van voorarrest passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. M. Jurgens, in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Rijn, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 december 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. P.C. Römer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>=========================================================================</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>