<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:3835</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-07T11:58:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.233.537/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:3835">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:3835</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-07T11:58:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:3835 Gerechtshof Amsterdam , 22-10-2019 / 200.233.537/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:3835:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verbetering van arrest van 11 juni 2019.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:3835:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM   </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht en belastingrecht, team I</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer 	: 200.233.537/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam	: C/13/617166/ HA ZA 16-1058</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 22 oktober 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>METROPROP B.V.,</title>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>2. <emphasis role="bold">STICHTING TOT BEHOUD VAN DE MONUMENTEN LAURENTIUS EN PETRONELLA</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>appellanten, </para>
      <para>advocaat: mr. C.F.J.M. Nelemans te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>GEMEENTE HEERLEN,</title>
    <parablock>
      <para>zetelend te Heerlen,</para>
      <para>2.<emphasis role="bold"> UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN,</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>geïntimeerden,</para>
      <para>advocaat geïntimeerde sub 1: mr. J.B.C. Tummers te Maastricht,</para>
      <para>advocaat geïntimeerde sub 2: mr. M.A. van der Veer te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna weer Metroprop, de stichting (gezamenlijk ook: Metroprop c.s.), de gemeente en het UWV(gezamenlijk ook: de gemeente c.s.) genoemd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in deze zaak op 11 juni 2019 een eindarrest uitgesproken. Nadien heeft het hof bemerkt dat het dictum van dit arrest een kennelijke schrijffout in de zin van art. 31 Rv bevat, die zich leent voor eenvoudig (ambtshalve) herstel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over ’s hofs voornemen tot ambtshalve herstel. Zij hebben hiervan geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>In het dictum van het in deze zaak gewezen arrest van 11 juni 2019 heeft het hof onder meer als volgt beslist:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt Metroprop c.s. hoofdelijk in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de gemeente begroot op € 726,00 aan verschotten en € 2.148,00 voor salaris en € 157,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 82,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt en aan de zijde van het UWV begroot op € 726,00 aan verschotten en € 1.148,00 voor salaris, alle genoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het hiervoor geciteerde onderdeel van het dictum bevat een kennelijke schrijffout in de zin van art. 31 Rv, namelijk in de vermelding van de begrote kosten aan de zijde van het UWV waarin Metroprop c.s. hoofdelijk is veroordeeld. Het dictum noemt hier een bedrag van € <emphasis role="bold">1</emphasis>.148,00 voor salaris terwijl dit € <emphasis role="bold">2</emphasis>.148,00 voor salaris had moeten zijn (hetzelfde bedrag als voor de andere geïntimeerde).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Deze kennelijke fout leent zich voor eenvoudig herstel, waartoe het hof dan ook zal overgaan. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verbetert het dictum van het in deze zaak op 11 juni 2019 uitgesproken arrest aldus dat de alinea die in het dictum volgt na “bekrachtigt het vonnis waarvan beroep” als volgt komt te luiden: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">veroordeelt Metroprop c.s. hoofdelijk in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de gemeente begroot op € 726,00 aan verschotten en € 2.148,00 voor salaris en € 157,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 82,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit arrest plaatsvindt en aan de zijde van het UWV begroot op € 726,00 aan verschotten en € 2.148,00 voor salaris, alle genoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na dit arrest dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.C.W. Rang, R.J.M. Smit en C.A.H.M. ten Dam en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>