<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:3267</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-17T12:36:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-001351-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:3267">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:3267</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-17T12:34:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:3267 Gerechtshof Amsterdam , 22-08-2019 / 23-001351-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:3267:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorhanden hebben heroïne en cocaïne. Hof verwerpt verweer dat verdachte geen opzet zou hebben gehad op het voorhanden hebben van de harddrugs. Taakstraf 80 uren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:3267:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-001351-18 </para>
    <para>datum uitspraak: 22 augustus 2019 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 6 april 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-021533-18 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999, </para>
    <para>adres: [adres].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van </para>
      <para>19 juli 2018, 7 maart 2019 en 8 augustus 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 23 september 2017 te Delft, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of ongeveer 2 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de kinderrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsoverweging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte geen opzet heeft gehad op het voorhanden hebben van de harddrugs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwerpt het verweer en overweegt daartoe als volgt.</para>
      <para>Voor zover de raadsman van de verdachte daartoe het door hem in eerste aanleg geschetste alternatief scenario opnieuw heeft bedoeld te schetsen, is dat alternatieve scenario in hoger beroep evenmin aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak medeplegen</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof is van oordeel dat er onvoldoende bewijs is voor nauwe en bewuste samenwerking, zodat de verdachte zal worden vrijgesproken van het medeplegen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 23 september 2017 te Delft opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8 gram van een materiaal bevattende heroïne en ongeveer 2 gram van een materiaal bevattende cocaïne.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uren, bij niet verrichten te vervangen door 40 dagen jeugddetentie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 60 uren, bij niet verrichten te vervangen door 30 dagen jeugddetentie, waarvan 30 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft opzettelijk een hoeveelheid cocaïne en een hoeveelheid heroïne voorhanden gehad. Het gebruik van deze stoffen levert gevaar op voor de volksgezondheid, nu zij sterk verslavend zijn en bij regelmatig gebruik schadelijke lichamelijke, psychische en sociale gevolgen met zich meebrengen. Het gebruik hiervan is bezwarend voor de samenleving, onder andere vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 7 maart 2019 is het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op verzoek van de verdediging aangehouden. Namens de verdachte heeft zijn raadsman positief verklaard over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en bepleit dat de verdachte een kans verdiende de positieve wending in zijn leven aan te tonen door middel van een onderzoek door de Raad van de Kinderbescherming en door ter terechtzitting in hoger beroep te verschijnen en zelf een en ander toe te lichten. </para>
      <para>Het hof concludeert dat de verdachte, anders dan door zijn raadsman aangegeven geen verantwoordelijkheid heeft genomen, nu hij niet heeft gereageerd op de uitnodigingen van de Raad voor de Kinderbescherming, geen contact heeft opgenomen met zijn advocaat en op 8 augustus 2019 niet ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen om te vertellen hoe het nu met hem gaat. Daarmee worden de zorgen die op basis van het eerdere raadsrapport over de verdachte bestonden beslist niet weggenomen. </para>
      <para>Het nut van een voorwaardelijke straf is, gezien de proceshouding van de verdachte, voor het hof geen gegeven. </para>
      <para>Het opleggen van een lagere straf dan in eerste aanleg is opgelegd acht het hof uit pedagogisch oogpunt geen verantwoord signaal naar deze verdachte. </para>
      <para>Gezien hetgeen is bepaald in artikel 77gg Sr is de vrijspraak voor het medeplegen evenmin reden tot strafverlaging. </para>
      <para>Alles afwegende en gelet op het bovenstaande acht het hof een hogere straf dan de advocaat-generaal heeft gevorderd passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 63, 77a, 77g, 77m en 77n van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit een <emphasis role="bold">werkstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">80 (tachtig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">40 (veertig) dagen jeugddetentie</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.H.C. van Ginhoven, mr. N.A. Schimmel en mr. P.F.E. Geerlings, in tegenwoordigheid van mr. R.L. Vermeulen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van </para>
      <para>22 augustus 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>=========================================================================</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>