<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:2876</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-02T14:09:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-000258-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:2876">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:2876</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-02T14:08:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:2876 Gerechtshof Amsterdam , 03-07-2019 / 23-000258-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:2876:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verweer ontbreken bewegende camerabeelden onherstelbaar vormverzuim ivm ontbreken van controle mogelijkheid van het proces-verbaal bevindingen verworpen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:2876:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-000258-18 </para>
    <para>datum uitspraak: 3 juli 2019 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-137795-17 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag] 1991, </para>
    <para>adres: [geboorteplaats 2].</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 juni 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het hof de bewijsmiddelen zal aanvullen met het volgende bewijsmiddel:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2017153876-16 van 21 juli 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant], doorgenummerde pagina 17.</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen – in de door de wet voorgeschreven gevallen – zal worden neergelegd in een aanvulling op het verkort arrest als bedoeld in artikel 365a van het Wetboek van Strafvordering;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het hof het door de verdediging in hoger beroep gevoerde verweer bespreekt; en</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- het hof artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht toevoegt aan de op de strafoplegging toepasselijke wetsartikelen. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bespreking van het ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat het ontbreken van de bewegende camerabeelden in het dossier een onherstelbaar vormverzuim inhoudt, dat dient te leiden tot bewijsuitsluiting. Door het ontbreken van de bewegende camerabeelden is het immers niet mogelijk te controleren of het proces-verbaal van bevindingen van het uitkijken van de camerabeelden door de verbalisanten juist is. Nu al het bewijs voortkomt uit de camerabeelden dient de verdachte te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde winkeldiefstal. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het proces-verbaal van bevindingen van het uitkijken van de camerabeelden voldoende concreet is en door de verdediging onvoldoende specifiek is gemotiveerd waarom de waarneming van verbalisanten onjuist zou zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof merkt op dat het in het algemeen de voorkeur verdient bewegende camerabeelden - indien aanwezig - in het dossier te voegen, opdat zij in enig stadium van het geding kunnen worden bekeken. Het is ongelukkig dat in dit geval de beelden niet langer beschikbaar zijn. Echter, de stelling van de verdediging dat nu de bewegende camerabeelden ontbreken het proces-verbaal van bevindingen van het uitkijken van de camerabeelden niet bruikbaar is voor het bewijs vindt geen steun in het recht. Het hof verwerpt dan ook het door de verdediging gevoerde verweer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Amsterdam, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. P.C. Römer in tegenwoordigheid van mr. N.E.M Keereweer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 juli 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        […]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>