<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:2521</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-12T15:39:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-002936-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:2521">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:2521</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-12T15:38:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:2521 Gerechtshof Amsterdam , 18-07-2019 / 23-002936-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:2521:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenarrest. Gelet op eerdere rapportages en op de indruk die het hof ttz heeft gekregen van het ontwikkelingsniveau van de verdachte en psychische toestand, acht hof noodzakelijk dat nader onderzoek naar de geestesvermogens verdache wordt gedaan in PBC.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:2521:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>afdeling strafrecht</para>
    <para>parketnummer: 23-002936-18 </para>
    <para>datum uitspraak: 18 juli 2019 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tussenarrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 3 augustus 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-871505-17 tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen) op [geboortedag] 1986, </para>
    <para>thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Justitieel Complex Zaanstad te Westzaan.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 juli 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de terechtzitting in hoger beroep van 4 juli 2019 is het onderzoek in deze strafzaak gehouden en gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de rapporten die zich in het dossier bevinden die reeds over de verdachte zijn opgemaakt en gelet op de indruk die het hof ter terechtzitting heeft gekregen van het ontwikkelingsniveau van de verdachte, de aard en de persistentie van zijn denkpatronen en zijn psychische toestand, acht het hof het noodzakelijk dat nader onderzoek zal plaatsvinden naar de geestvermogens van de verdachte, zoals hierna vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft acht geslagen op de eerdere deskundigenadviezen van [naam 1] en [naam 2] om de verdachte klinisch te laten observeren. Ook heeft het hof het openbaar ministerie, de verdachte en zijn raadsvrouw gehoord omtrent een hernieuwde overbrenging van de verdachte naar het Pieter Baan Centrum.   </para>
      <para>Het hof zal daarom, onder verwijzing van de zaak naar de raadsheer-commissaris, op de voet van artikel 317 in verbinding met artikel 415 van het Wetboek van Strafvordering, de overbrenging bevelen van de verdachte naar het Pieter Baan Centrum voor klinische observatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal daartoe het onderzoek heropenen, schorsen en de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum gelasten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heropent het gesloten onderzoek;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast een nieuw onderzoek naar de geestvermogens van de verdachte door een psychiater en psycholoog, met de gebruikelijke vraagstelling, beveelt daartoe de overbrenging van de verdachte naar het Pieter Baan Centrum en verwijst de zaak daarvoor naar de vaste raadsheer-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in dit gerechtshof en stelt de stukken hiertoe in handen van de raadsheer-commissaris voornoemd, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Schorst het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd, doch voor maximaal drie maanden om de klemmende reden dat het onderzoek in het Pieter Baan Centrum naar verwachting niet zal zijn voltooid binnen één maand, met oproeping van de verdachte, diens raadsvrouw en een tolk in de taal Papiamento tegen de nog nader te bepalen terechtzitting en met kennisgeving daarvan aan de benadeelde partij en diens gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit tussenarrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G. Oldekamp, mr. R. Kuiper en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. </para>
      <para>S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 juli 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit tussenarrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>