<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHAMS:2019:2466</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-21T11:01:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-03-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">R 000896 en R 000897-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:2466">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2019:2466</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-21T10:59:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHAMS:2019:2466 Gerechtshof Amsterdam , 05-03-2019 / R 000896 en R 000897-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHAMS:2019:2466:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>HB 89 en 591 gegrond. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat het niet voldoen aan een ambtelijk gegeven bevel en het ‘halen van verhaal bij de politie’ zonder meer nog geen gerechtvaardigde verdenking van openlijke geweldpleging oplevert.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHAMS:2019:2466:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking </para>
    <para />
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="58d273d9-845e-42c1-9ed7-9ec0920ec1d1" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="262ff960-0dfa-4a4d-9454-bbf95ebe5ef6" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="516367e5-048d-4a3e-8a66-eb5acf48ec04" depth="2" width="571" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling strafrecht</para>
      <para>rekestnummers: 000897-18 (89 Sv) en 000896-18 (591a Sv)</para>
      <para>parketnummer in eerste aanleg: 15-710358-15</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 28 mei 2018 op het verzoekschrift op de voet van de artikelen 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,</para>
      <para>domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,</para>
      <para>mr. Z. Boufadiss, adres: [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Inhoud van het verzoekschrift</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding op de voet van artikel 89 Sv tot een bedrag van € 315,00 ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer. Dit bedrag is gespecificeerd en onderbouwd als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker is op 9 augustus 2015 in verzekering gesteld. Hij is op 11 augustus 2015 heengezonden. Gelet op de omstandigheden van het geval heeft de advocaat verzocht de toe te kennen schadevergoeding te vermeerderen met de helft. Uit het dossier blijkt immers dat verzoeker meer dan normaal heeft geleden onder zijn detentie, aangezien hij bij zijn aanhouding twee keer werd gebeten door een politiehond in zowel zijn kruis als zijn bovenbeen. Voor deze beten is verzoeker gedurende zijn detentie onvoldoende behandeld. Daarnaast heeft verzoeker ook twee harde klappen op zijn hoofd gekregen met een knuppel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift strekt voorts tot het toekennen van een forfaitaire vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van het onderhavige verzoek in eerste aanleg ten bedrage van € 550,00 en in hoger beroep vermeerderd met € 280,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep is op 31 mei 2018 ingesteld namens verzoeker (hierna appellant).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 19 februari 2019 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het verzoek op 28 mei 2018 afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hoger beroep hiervan is tijdig ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 89 Sv</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant is op 9 augustus 2015 in verzekering gesteld op verdenking van – kort gezegd – overtreding van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht. Appellant is op 11 augustus 2015 in vrijheid gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft overwogen dat de gewezen verdachte (appellant), ongeacht de vrijspraak en de motivering daarvan, de verdenking van openlijke geweldpleging en de erop volgende vrijheidsbeneming aan zichzelf te wijten heeft gehad door niet weg te gaan nadat hij door de politie was gesommeerd zich te verwijderen. Gelet op deze omstandigheden heeft de rechtbank beslist dat geen gronden van billijkheid aanwezig zijn voor toekenning van een vergoeding voor de door verzoeker als gevolg van de vrijheidsbeneming geleden schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt daaromtrent als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat het niet voldoen aan een ambtelijk gegeven bevel en het ‘halen van verhaal bij de politie’ zonder meer nog geen gerechtvaardigde verdenking van openlijke geweldpleging oplevert. Daarbij heeft het hof tevens acht geslagen op de overweging in het vonnis van de rechtbank dat er onvoldoende steun is voor de vaststelling dat appellant een wezenlijke en significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld en dat een persoonsverwisseling redelijkerwijs niet kon worden uitgesloten, gelet op het chaotische verloop van de avond, waarbij een grote menigte betrokken was en de politie meerdere charges heeft uitgevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande acht het hof het hoger beroep gegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding van </para>
      <para>€ 210,00. Voor een verhoging, waar bij de toelichting in raadkamer overigens niet meer uitdrukkelijk om is verzocht, ziet het hof geen grond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 591a Sv</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding (zoals verzocht) van € 830,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 89 Sv</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het hoger beroep gegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kent op de voet van artikel 89 Sv ten laste van de Staat aan appellant een vergoeding toe van € 210,00 (tweehonderdtien euro).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 591a Sv</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het hoger beroep gegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst het verzochte toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kent op de voet van artikel 591a Sv uit ’s Rijks kas aan verzoeker een vergoeding toe van € 830,00 (achthonderddertig euro).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. S. Clement en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. K. Sarghandoy als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 5 maart 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 1.040,00 op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [naam].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Amsterdam, 5 maart 2019,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. M. Iedema, voorzitter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>